Zuid-Korea

  • Facebook
  • Twitter
“Hey, sexy lady……hophophop……..Gangnam style! Woehoe sexy lady…….hophophop……Gangnam style!” De zanger van deze briljante tekst heet PSY en hij is waanzinnig populair in Korea, en naar later blijkt, wereldwijd. Het nummer “Gangnam Style” hoor je continu en zal zich de komende maand onverbiddelijk in onze hoofden vastzetten. Gangnam is een wijk in Seoul en de K-pop (Korea-pop) wordt voor het voetlicht gebracht door mierzoete boys- en girlbandjes.

Seoul is een stad waar modern en ouderwets door elkaar lopen, ’s avonds kronkelen we door straatjes waar je zo een oude China-film zou kunnen opnemen. Enorm veel eettentjes en een gezellige sfeer. In de metro verbazen we ons over de continue stroom aan instructiefilmpjes over wat je moet doen als er een gifgasaanval plaatsvindt of als er brand uitbreekt. In elk metrostation liggen de gasmaskers hoog opgestapeld. Verder amuseren we ons nog met de filmpjes over sociaal gewenst gedrag in de metro. Niet smekken, niet telefoneren, niet eten, niet wijdbeens zitten. Vooral: niet rennen! En vrijwel iedereen houdt zich er aan (ook Joost). Bovengronds kunnen we ons verlekkeren aan de mode in Seoul. Zuurstokroze is DE hit, en anders wel fluorescerend groen of geel. Petticoats en ultrakorte rokjes. Duizelingwekkend hoge hakken. De jongens hebben vaak gekleurde haren, hippe kapsels en kleren. Wat wij “skinny” noemen, maar dan nog veeeeel strakker.

Communicatie verloopt vooral digitaal: iedereen loopt/zit hier met een mobiel (Samsung), een I-pad (Samsung), een tablet (idem) of iets dergelijks voor of aan z’n snufferd. Maar vreemd genoeg is dit wel het enige land waar onze g-mail zich niet in Engels of Nederlands laat vertalen.

  • Facebook
  • Twitter
We fietsen de stad uit via een prachtig fietspad wat dwars door Korea loopt. Maar eerst komen we terecht in een marathon die eenmaal per jaar wordt gehouden. Uiteraard op onze eerste fietsdag; duizenden lopers komen onze kant op. Het startschot wordt niet met zo’n kinderachtig pistooltje gegeven, maar met een heus kanon. Er staat een militaire kapel te spelen en al snel lopen we in een fuik van een fotogalerij met allerlei heldhaftige taferelen. Voordat we het beseffen zijn we op een promo-beurs van de marine terechtgekomen en de jongens vinden het wel leuk, twee van die buitenlandse fietsers. De hele marine-garderobe wordt toegelicht (winter, zomer, bruiloft etc.) en we mogen niet vertrekken voordat we ons ook in een marine-camouflagejasje hebben laten hijsen, compleet met officiers pet.

Elke avond fietsen we door een “wasstraat”, dit zijn grote lappen stof die bij de ingang van bijna elk motel/hotel opgehangen zijn om een discrete aankomst en aftocht te garanderen. We laten ons in de jacuzzi zakken en bekijken wat de (bad)kamer nog meer in petto heeft….….want de overnachtingen in Korea zijn een verhaal apart. Binnen vervoegen we ons eerst bij het loketje. Al deze loketjes bevinden zich zo ongeveer op dwerghoogte, waarom weet geen mens. Je betaalt en krijgt de sleutel. Verder geen vragen of registratie. Wel zo makkelijk als je weet dat veel motels ook hun kamers per uur verhuren; korting tussen 12.00 en 15.00 uur. Op de gang vind je vaak een soort vitrinekast waaruit je tegen vorstelijke betaling allerlei prullaria kunt halen zoals bijzonder geschapen genotsknotsen (formaat kleine heipaal), handboeien (met echte sleuteltjes volgens de bijsluiter, dit waarschijnlijk ter geruststelling), allerlei fraai gekleurde dildo’s etc. Op de kamer bevindt zich meestal een royaal assortiment aan zaken zoals een crème met de naam “hengst”, die uitstel van het mannelijk genot belooft, massage-olie met een wonderlijke samenstelling. Ronde bedden, spiegels achter en/of boven bed, rode sfeerverlichting etc. Het klinkt als een bordeel, maar toch lijkt zo’n hotel soms rechtstreeks uit een design-gids te komen. Het is hier goed toeven na een dag stevig fietsen!

  • Facebook
  • Twitter
De rijst staat in volle bloei en niks is te vergelijken met de prachtige kleur van deze rijst: goud-geel met felgroen. De fietsroute gaat vaak door de velden en het is genieten geblazen. Verder zien we regelmatig oude graven langs de weg in de vorm van enorme graskoepels (als de overledene een belangrijk persoon was) en kleine koepeltjes. Soms komen we andere fietsers tegen en we wennen al snel aan het Koreaanse gebruik om naar elkaar te buigen op de fiets. Westerlingen zien we bar weinig en we ontmoeten tot nu toe alleen Dirk uit Utrecht, die een fietsvakantie aan z’n tijdelijke werk in Korea heeft toegevoegd. We gaan lekker uit eten met z’n drie-en. Dirk krijgt als eenling vaak geen eten geserveerd, want in Korea vindt men eten een gezelschapsspel. Hij is dan veroordeeld tot het bestellen van een dubbele portie, of tot honger lijden. Dirk ziet er dan ook afgetraind uit.

Tja, het eten. Niet het eten waar je als fietser erg enthousiast van wordt. Veel (gegrild) vlees, heel erg veel pepers. Weinig groenten, die altijd koud en in het zuur ingelegd zijn. Op de markt liggen hele varkenskoppen in de teil, brrrrr. Wel schoongemaakt hoor. En hoewel we soms verrassend lekkere dingen krijgen, zoals gevulde inktvis of speciale omeletjes, is het eten het meestal nét niet! Een bijkomend nadeel is dat in traditionele Koreaanse restaurants mensen geacht worden hun schoenen uit te doen en aan tafels aan te schuiven die een hoogte van pakweg 20 cm hebben. Aanliggen in kleermakerszit dus. Nou is het geen enkel probleem om een hele dag op een fietszadel te zitten, maar daarna willen we toch graag wat rugsteun. We hebben het twee keer geprobeerd en vonden het geen succes.

De Koreanen zijn leuk, en zo gauw als ze een beetje Engels kunnen knopen ze al snel een praatje aan. Als we met onze taalboekjes in de weer zijn, schieten ze meteen te hulp en vaak wordt er met behulp van een vertaalfunctie iets duidelijk gemaakt of gevraagd zoals het fraaie: “wanneer was de indrukwekkendste ervaring tijdens deze reis?” Het land heeft een duidelijke identiteit gehouden en ligt natuurlijk ook vrij geïsoleerd.

Waar we ons wel over blijven verbazen is de sterke voorkeur om werkelijk alles met een soort van smurfen, elfjes, kaboutertjes e.d. aan te duiden. Ook voor de komende winterspelen in 2018 hebben ze een soort sneeuwsmurf als mascotte, met een smurfmuts op z’n kop. Op een gegeven moment ben je wel een beetje uitgesmurft op al die kleutersymboliek.

  • Facebook
  • Twitter
We fietsen door het binnenland wat bezaaid ligt met tempelcomplexen en de mooiste valleien. Iedere dag prachtig weer, zo’n 20-25 graden. Het is pittig fietsen in de bergen. Volgens mijn vader die op papier ons reisschema volgt lijkt het wel een Romeinse veldtocht, zo zwaar. Daarna dalen we af naar de kust en komen verzeild in dorpen waar duizenden krabben worden verhandeld en gegeten. In alle dorpen hangen inktvissen te drogen, een prachtig gezicht tegen de zon in.

Een deel van de kust bevat nog oude wachthuisjes en is volgestouwd met roestig prikkeldraad. Dat gaat geen Noord-Koreanen meer tegenhouden denken wij, maar het geeft wel een grimmig sfeertje. We komen in de buurt van de beruchte DMZ (De Militarized Zone). We fietsen door tot we niet verder meer mogen en beleefd teruggestuurd worden. Klak! Klak! hoor ik in het struikgewas en vervolgens kijken we zowel links als rechts recht in de loop van een stuk artillerie met enkele soldaten er achter. Zouden ze denken dat we voor Noord-Korea spionerende fietsers zijn? We houden het maar op een oefening, we hebben al bakken vol soldaten uitgeladen zien worden. Boven aan de berg is een wegblokkade. Er wordt heel serieus voor ons gesalueerd door een militair met een woest beschilderd gezicht. De jongens in het struikgewas moeten nog wat aan hun camouflagetechnieken verbeteren: er wordt volop gehoest en in het verder doodstille gebladerte wiebelen vrolijk allerlei takken op 3 helmen heen en weer.

Verder valt er niet veel te lachen in deze zone. We zien een ongelooflijk arsenaal voorbijkomen aan soldaten, materieel,

  • Facebook
  • Twitter
bommenwerpers, vliegtuigjes, er wordt met bommen geoefend en we zien wegblokkades. Er bivakkeren nog 40.000 Amerikanen in Korea. Eindeloze hoeveelheden prikkeldraad en wachthuisjes, schuttersputjes e.d. Het fototoestel blijft hier vele kilometers in de tas. Totdat we in Yangsu het plaatselijke politiekorps spotten op jawel, de fiets! Het voltallige korps (toch gauw een man of 5) van de Korean National Bicycle Police wil graag met mij op de foto, politieman nummer 5 komt nog snel aangefietst. Als ze horen dat we uit Nederland komen kunnen we helemaal niet meer stuk. Dit dankzij Guus Hiddink, die hier een nationale held is. Dat we hier a 10 jaar nog op teren zegt iets over de deplorabele toestand van het huidige profvoetbal in ons land.

Met een kirrend “an-nyong-ha-se-yoooooooooooooooooo” (=hallo) worden we welkom geheten door een glinsterende Miss Wa-bar van –inderdaad- de Wa-bar. Verbazingwekkend hoeveel pancake er op een vrouwengezicht past. De bar is afgeladen vol met zakenmannen en –vrouwen en wij belanden met onze laatste biertjes aan een grote biertafel, waar we in gesprek raken met 2 aardige mannen van het Korean Broadcasting System. We proosten wat af en we moeten uiteraard beslist terugkomen naar Korea.

Na 1600 fietskilometers door dit fascinerende land gaan we toch eerst even terug naar Nederland….”an-nyong-hi-kye-se-yo! (tot ziens)”.