Langs de watervallen: Oost-Thailand en Zuid-Laos

MARTIN EN JANINE

  • Facebook
  • Twitter
De reis naar Ubon Ratchatani is lang – drie vluchten en een transfer per auto door Bangkok – maar we komen goed aan.
Twee dagen later begint een rustige tocht over een provinciale weg naar Phibun. Dit is geen aantrekkelijk stad, dus fietsen we direct door naar Khong Chiam, 35 km verder.
’s Avonds drinken we een biertje aan de Mekong. De volgende dag maken we een uitstapje naar het Pha Taem National Park. Onder een hoge klif aan de rivier zien we vierduizend jaar oude wandschilderingen. Zeer fraai.

We gaan Laos in. Pakxe is de eerste stad. Niet bijzonder, behalve de terrasjes aan de Mekong, waar we de zon laten ondergaan.
Het volgende doel is Champasak. Om er te komen moeten we de Mekong over. En ja, dat gaat op een plank met twee drijvers en een buitenboordmotor. Er staat veel wind, dus we knallen direct aan lager wal op een rij andere planken op drijvers. We komen toch los en de pontbaas geeft vol gas. Midden op de Mekong staat er zo veel golfslag dat hij flink gas terug moet nemen. We stokstijven naar de overkant, staand met de fietsen in de hand op een plaatje van twee bij twee. Het gaat goed.
Champasak is niet bijzonder maar de 11 km verder gelegen Wat Pu wel. De tempel ligt op een helling voor een rotswand. Zeer de moeite waard.

  • Facebook
  • Twitter
Terug over de Mekong nemen we de autopont. Hij wordt zo vol geladen dat we met fiets en al op de klep moeten staan. Geen probleem. Liever dan op een plank.
We gaan naar Kingfisher Ecolodge. Opgezet door een Italiaan en zijn Laotiaanse vrouw. Het ligt boven een soort moerasgebied. Het barst er van de vogels. Terwijl we met de Italiaan praten, probeert een slang een kikker op te eten. Echt eco.

We fietsen verder naar de ‘Vierduizend eilanden’. De Mekong is hier zo breed, dat het een meer

  • Facebook
  • Twitter
lijkt. Het is hier goed toeven. Het is de grens met Cambodja. De Mekong is hier onbevaarbaar door de watervallen. De Fransen hebben getracht dit op te lossen door een spoorbaan langs de vallen aan te leggen. Je ziet nog steeds de locomotieven en het spoortrace is nu fietspad. De rails zijn door de bevolking gebruikt voor bruggetjes.

We nemen de bus terug naar Pakxe. We gaan een rondje Bolovenplateau fietsen. We klimmen naar 1200 m voor de watervallen van Tad Fane. Het water valt 120 m naar beneden.

  • Facebook
  • Twitter

De accommodatie is super. We stijgen nog een paar honderd meter naar Paksong en zijn dan ‘boven’. We valsplatten naar de watervallen van Tad Lo.
De accommodaties liggen hier rond de vallen. Je loopt zo het water in. Een opbaring zijn de onbekende watervallen van Tadxe Phasouan. Er zijn hier bungalows bij een waterval. Je zwemt er vanaf je veranda in. Er is ook een boombungalow en een bungalow rond een boom. Het restaurant is zeer relaxed.

  • Facebook
  • Twitter

 

 

Weer naar Pakxe en terug naar Thailand. We slaan na de grens linksaf de Smaragden Driehoek (Emerald Triangle) in. Niemand doet dit. Er komen hier geen toeristen. We weten niet of er accommodatie is. We hebben daarom een tent bij ons. Maar gelukkig: we vinden 5 nieuwe bungalows, de verf nog nat. De tent kan inpakken.

  • Facebook
  • Twitter
De volgende dag naar Nam Yuen en dan door naar Pra Wihan (Preah Vihear), de Cambodjaanse tempel op de grens met Thailand. Hij ligt in de heuvels. Elf kilometer klimmen dus, over een gladde brede asfaltweg, vrijwel zonder verkeer.

Dan houdt het asfalt op en moeten we lopen. We gaan door een hek: de grens. We betalen

5 USD en mogen Cambodja in. Hier begint de trap naar de tempel. Na iedere tempel volgt er weer een trap. Vier tempels lang en dan zijn we bij de rots. We hebben een fenomenaal uitzicht over Cambodja, vierhonderd meter onder ons. Zeer indrukwekkend. Het hoogtepunt van deze reis.

  • Facebook
  • Twitter

Via Kantharalak keren we terug naar Ubon. ’s Middags liggen we aan het zwembad. Janine gaat naar huis. Martin gaat nog een stukje fietsen.