Thailand en Laos: de boot naar Luang Prabang

MARTIN EN JANINE

Kerst in Nederland. Koud. Binnen 24 uur zijn we in Chiang Mai, Noord-Thailand. Warm. De avondmarkt is levendig als altijd: horloges, broeken, onzin, maar vooral lekker eten: loempia’s, curries, vis.

Met mijn vrouw Janine fiets ik in 2 dagen naar Tha Ton. Vandaar met de boot naar Chiang Rai. Door het oerwoud, dat we in 20 jaar hebben zien verdunnen. Veel woudreuzen zijn geveld voor theestruiken en sinaasappelbomen. Onderweg bezoeken we een olifantenkamp. Als ik voor een olifant opzij ga, word ik vanaf de rug toegeroepen. Het zijn Aye en haar dochter Naomi. Aye, Thaise, en haar Nederlandse man Hans hebben ‘Aye’s restaurant’ in Chiang Rai: heerlijk Thais eten, maar ook bitterballen en sudderlapjes. We vieren er Oud en Nieuw. De personeelsleden doen spelletjes als koekhappen en stoelendans. Ik doe mee en ben om 2 uur ’s nachts gevloerd met een T-shirt als prijs.
De volgende ochtend om 8 uur op. Na een snel ontbijt fietsen we 110 km naar Chiang Khong. We hebben de route vaak in de andere richting gefietst. Rustige wegen, heuvels. Kilometers maken. Om drie uur zijn we in Chiang Khong. We kopen koekjes en nootjes voor de boottocht naar Luang Prabang en gaan direct door de douane. In 5 minuten zijn we Thailand uit.
In een klein bootje wankelen we voor 40 cent de Mekong over. We zijn voor het eerst in Laos. De douane laat ons snel door, maar rekent één dollar extra omdat het een feestdag is. Houayxay is slechts een straat met huizen, een enkel winkeltje en wat guesthouses. Aan de rivier vinden we een mooi gelegen restaurant. Alle betalingen gaan in Baht. Hoezo Laos? Tien jaar geleden vlogen hier nog granaten de rivier over. Nu tetteren er slechts stemmen uit luidsprekers. Vroeg op. We weten niet hoe laat de boot naar Luang Prabang gaat. Bij de pier is het kaartjesloket nog niet open. De tijd wordt met koffie en eieren weggespoeld. De boot pas vertrekt als er voldoende passagiers zijn. Dat wordt 11 uur. We zijn op tijd voor een goede plek op een hardhouten bank. Oude mannen in een aangemeerde boot proosten ons toe. Australiërs openen de eerste biertjes. Er zullen er nog vele volgen. Japanse meisjes zoeken een plek uit de zon. Als hun raam later door het draaien van de boot toch in de zon komt, schieten ze in paniek weg. De overige passagiers schieten foto’s. Honderden. De Thaise heuvels verdwijnen spoedig uit zicht. Bergen worden hoger. De bedding versmalt, het water versnelt. Een enkele steen geeft de vaarweg aan. Het verstoort de kapitein niet. De bagage ligt achter zijn stoel. De bemanning slaapt erop.
We naderen Pak Beng in het donker. Het eindpunt van de eerste etappe. Het is winter en dus laag water. Een pad gaat steil omhoog. Onze fietsen liggen op het dak van de boot. We zijn daarom als laatste weg. Jongetjes verdwijnen met onze bagage in het duister. Boven wachten ze ons keurig op en enkele Bahts verhogen hun feestvreugde. Een runner beveelt ons een in het Fietsrouteboekje beschreven guesthouse aan. We happen toe. Een uur later zitten we heerlijk aan de Mekong te eten. In Pak Beng is verder niets. Dan nog maar een biertje.
De volgende ochtend is het mistig en fris. Het uitzicht vanaf ons ontbijtterras is fantastisch. We krijgen een andere boot toegewezen. Het controleren van de kaartjes duurt een uur. Onderweg stappen Laotianen in en uit. Op de oevers doen vrouwen de was. Kinderen spelen in het water. Een bejaarde komt naast ons zitten. Het dropje dat we hem aanbieden wordt aandachtig bestudeerd en daarna met zijn twee resterende tanden met smaak gekauwd. Het gangpad wordt volgestouwd met balen kiezel. We passeren grotten met duizenden boeddhabeelden. Westerlingen verschijnen op de oevers. We naderen Luang Prabang. Het ontschepingsritueel herhaalt zich. Nu gelukkig bij daglicht. We fietsen de stad in. De zoektocht naar accommodatie voert ons over de avondmarkt in opbouw. Prachtige stoffen: zijde, wol, katoen. Alle prijzen zijn bespreekbaar. Ons hotel is prijzig, maar de kamer heeft een balkon aan de avondmarkt. Etensgeuren en avondkleuren versterken een sprookjesachtige sfeer. Veel oranje, geel en rood, Luang Prabang is één lange weg met tempels, paleis, winkels en restaurants. Een oase van rust. Aan beide zijde omringd met rivieren. Op de heuvel een tempel, met luchtafweergeschut tegen de Amerikanen. Nu ongericht en verroest. We dwalen er een dag en twee avonden. De bergen op onze fietsroute wachten nog even af, maar verlagen hun prijs niet. Ze hebben toch een monopolie.