Sri Lanka

AART EN GERRIE DIJKZEUL

Verslag Fietsvakantie Sri Lanka 2014
Aart en Gerrie Dijkzeul
18 november -19 december 2014

  • Facebook
  • Twitter
We zijn er ondertussen achter dat het regenseizoen niet voor niets zo heet. Geen zacht gedrens van water druppels maar meteen vol op het orgel. Regenjas of niet, we zijn nat van boven tot onder. Maar gelukkig droogt het ook weer snel op.
Maar laat ik bij het begin beginnen. Negombo; de plek waar wij, met onze fietsen worden afgezet. Een mooi hotel waar we -ja regenseizoen- de enige gasten zijn. Het personeel loopt-een-op-vijf. Twee poetsdames, een grasmaaier, iemand voor in de keuken, iemand voor de bar, de bediening, bij de poort, de administratie, controle en parafering van de rekening en natuurlijk een manager.

Het zuidelijk deel van Negombo is één grote vissershaven. Op elk vrij plekje aan het lagoon liggen moderne polyester vissersboten van het formaat kleine sloep en antieke catamarans.
De vismarkt is, ondanks het droevige lot van de vis, een levendige bedoening. Schepselen der zee van uiteenlopende kleur, formaat en vorm, wisselen van eigenaar en worden op verzoek, ter plekke in panklare moten omgezet.

  • Facebook
  • Twitter
Als de zon even doorbreekt, nemen we een duik in de zee, maar al snel is het boven water even nat als onder water. Met onze tassen en kleren rennen we naar een strandpaviljoen waar het bedienend personeel het water dat het paviljoen inloopt, met trekkers te lijf gaat.
Op onze vraag of we koffie kunnen bestellen, volgt een uitbundig en blij Nee-schudden. Gelukkig herinneren we ons van een eerdere reis in het naast gelegen India, dat het hoofd hier anders werkt dan bij ons. En dat beperkt zich niet tot Ja en Nee schudden. Soms maakt het hoofd een onduidelijke beweging die een combinatie lijkt van Ja en Nee, alsof het op een rubberen nek staat.

De eerste vier etappes voeren naar Anudhapuraya. De eerste dag deel volgen we een weg direct langs de kust. Vlak voor Chilaw zien we hoe veertig mannen in een uur tijd een sleepnet op het strand brengen. Touwtrekken met de zee en de vis als tegenstander. Als de ontknoping nadert staat het strand vol met Sri Lankanen met plastic tassen en manden die de handel vers uit het net kopen.

  • Facebook
  • Twitter

Na Puttalam fietsen we naar het Oosten. De natuur is afwisselend en uitbundig groen. Fel gekleurde vogels, waaronder pauwen, prachtige bloemen die je bij ons allen in de winkel ziet (Gloriosa). En overal water. In de rijstvelden met net gezaaide rijst, in de meertjes en meren met Lotusbloemen en steltlopers, en niet te vergeten in de kuilen van de onverharde weg waarover we fietsen. De beleving van al dat moois door ons beiden, verschilt en is omgekeerd evenredig met de drang om de kuilen in de weg te vermijden.

De derde etappe eindigt bij het National Parc Wilpattu. We overnachten daar in een prachtig gelegen villa. Geschreeuw van pauwen, kleurrijke vogels; net het paradijs. De enige rare vogel is de eigenaar. Zijn dagbesteding lijkt te bestaan uit het beschouwen van de wereld leunend op de balustrade van zijn huis en uit het geven van instructies aan zijn vrouw. Om hem geen onrecht aan te doen: hij serveert ook het eten. Als die klus geklaard is blijft hij vervolgens staan kijken hoe wij het opeten.

Het bezoeken van het natuurpark kan helaas niet per fiets maar gebeurt per Jeep. Van zes uur ’s morgens tot een uur of elf hobbelen we door kuilen en plassen en zien we een prachtig afwisselend gebied net veel vogels en klein wild. De aangeprezen olifanten en luipaarden laten zich niet zien. Behalve dan in de vorm van grote hopen poep respectievelijk pootafdrukken in het zand.
Na de “safari” fietsen we in het zonnetje naar Anuradhapuraya waar we en paar dagen blijven. Bij het eten bespreken we het boek “Het Hout” van Jeroen Brouwers. Een aanrader.
In de twee dagen dat we in Anuradhapuraya zijn, wordt onze kennis van de geschiedenis van Sri Lanka bijgespijkerd door een lokale gids. Op de fiets toeren we langs de restanten van tempels en paleizen waarvan sommige meer dan 2000 jaar oud zijn. Bij de Sri Maha Bodhi bewonderen we de oudste boom van de wereld. Een nakomeling van de boom waaronder Sidhartha (de latere Boeddha) zat toen hij na 49 dagen mediteren, het licht zag. Zwaar bewaakt uit vrees voor een herhaling van de bomaanslag door de Tamil Tijgers van een aantal jaren terug.

  • Facebook
  • Twitter
Onze wandeling over en door de restanten van het Abhayagiri klooster en het Royal Palace is een natte bedoening. Met het water tot onze enkels soppen we van de ene aaahh naar het andere ooohh. Voordeel is wel dat er geen andere toeristen zijn en dat we het hele gebied voor onszelf hebben. We besluiten de tocht met een korte meditatie in een tempelrots; op diezelfde plek mediteerden 2300 jaar geleden de eerste Boeddhistische monniken.

De eerste zo waar (bijna) droge etappe richting Kandy heeft alles wat een tocht mooi maakt. Rustige wegen, kleine dorpjes, paddy’s waar de rijst net opkomt of waar de boeren de grond ploegen of egaliseren. Meertjes en tanks (aanlegde waterreservoirs van soms wel honderden hectares) met lotusbloemen, varanen, leguanen, vreemde vogels en duizend glimlachen van de mensen die we onderweg groeten. De waterreservoirs zijn overvol. Op verschillende plaatsen stroomt het water uitbundig over de nooduitlaten en zetten de naast gelegen wegen blank. Mooie plaatjes levert dat op van localo’s en twee toeristen op de fiets die door het tientallen centimeters hoge water rijden.

Vlak voor we een natuurpark kruisen, waarschuwt een bromfietser ons voor het gevaar van olifanten die we tegen het lijf kunnen lopen. Voor ons geen nieuws. De dag daarvoor hebben we in Anuradhapuraya gezien wat een wilde olifant kan aanrichten. Een afgezet centrum, veel politie en militairen op de been en twee doden. De enige olifant die wij tot nu toe gezien hebben, was aan het baden in een meer en bleef op een paar honderd meter afstand. En tussen ons en de olifant zat ook nog eens schrikdraad.

Met Dambulla in zicht begint het te plenzen. Snel de regenjas onder de spin vandaan en daar gaan we weer. Voor korte duur. Vergeten de spin vast te maken. Nu zit hij verweven in derailleur en tandwielen. Tassen er af, fiets op de kop; trekken, peuteren en snijden. En dat alles terwijl het plenst. Gelukkig is er geen blijvende schade aan de fiets.

  • Facebook
  • Twitter
Op weg naar Nalanda stoppen we bij een optocht van schoolkinderen. Met muziekinstrumenten marcheren ze op naar het schoolplein. Twee deftig uitziende heren hijsen vlaggen terwijl het volkslied wordt gezongen. De vaderlandslievende uiting wordt wreed verstoord als Gerrie, die in het gras staat te filmen, plots een kreet slaakt. Ze is gebeten in haar voet. Van een slang geen spoor. Wel van rode mieren; maar dan wel hele grote.
We worden uitgenodigd voor de vervolg activiteiten bij de tempel. Na een chant van een weldoorvoede monnik en toespraak van het hoofd der school die zichzelf graag hoort praten, voeren kinderen van groep 8 traditionele dansen op.

  • Facebook
  • Twitter
Het fietsen is meestal redelijk relaxed. Veelal volgen we kleine niet al te drukke wegen. Meestal goed geasfalteerd maar soms, bij regen, ook flink modderig. Op de doorgaande wegen, die niet altijd te vermijden zijn, is het rond de grote steden vaak erg druk. Auto’s en tuktuks passeren elkaar op een manier die het goed zou doen in een tv programma over wegpiraten. Interlokale bussen spannen daarbij de kroon. Ze hebben er een handje van om ons te passeren en dan direct daarna te stoppen. Als wij er dan omheen gaan, trekken ze weer net op waarbij ze dan de claxon, gekocht in een winkel voor scheepsbenodigdheden, een flinke stoot geven waarna wij, in een wolk stinkende rook, in de remmen moeten.

Lunchen doen we in bakery’s of andere zaken waar ze heerlijke zoete broodjes of gefrituurde deeghapjes al dan niet met hartige vulling, verkopen. En daarbij krijgen we overal gratis een praatje.

  • Facebook
  • Twitter
De etappe naar Kandy en het bezoek aan die stad staan in het teken van de geestelijke ontwikkeling en verdieping. De kleurrijke beelden van honderden goden en de toewijding waarmee de Hindu’s allerlei rituelen uitoefenen in een tempel in Matale, zijn indrukwekkend. Mannen werpen zich op de grond, kloppen zich op de borst en maken allerlei onbegrijpelijke gebaren. Vrouwen en kinderen dragen schalen met giften. Fraai uitgedoste priesters waarvan het niet duidelijk is of ze tot het mannelijk dan wel vrouwelijk geslacht behoren, prevelen chants, geven vegen op het voorhoofd, doen iets met kokosmelk en nemen geld, schalen met fruit en bloemen van de gelovigen in ontvangst.

Qua rituelen kunnen de Boeddhisten in de Sacred Temple of the Tooth Relic in Kandy er ook wat van. Veelal in het wit geklede Sri Lankanen leggen lotusbloemen en andere giften voor een van de vele Boeddha beelden.
Ze staan geduldig in de rij om een blik te kunnen werpen op de schrijn waarin een tand van Boeddha zou moeten liggen. De tand is gevonden in de as die overbleef na de crematie van Boeddha enige honderden jaren voor onze jaartelling. Talloze oorlogen zijn er om deze tand gevoerd. Zelfs is de tand, toen een hamer deze dreigde te verbrijzelen, op wonderbaarlijke wijze opgestegen om aan de fatale klap te ontkomen. Dit verhaal komt me bekend voor uit de godsdienstles van vroeger.

Vanuit Kandy vertrekken we woensdag naar de Highlands; het gebied waar de Ceylon thee vandaan komt. De zwaarste etappe van onze fietstocht. Kandy-Nuwara Eliya: van 500 naar 2000 meter boven zee niveau met tussendoor nog wat ups en downs. Goed voor ruim 2600 meter klimmen.

  • Facebook
  • Twitter
Het is een prachtige tocht. Water drupt, sijpelt en stroomt overal uit de rotsen. Watervallen links en rechts; van een paar meter hoogte tot bijna honderd meter. De rijstvelden gaan over in theeplantages. Gemanicuurde wegbermen in plaats van wildernis.

Met elke 100 hoogtemeters een korte pauze, vele liters water en de thumps-ups van passanten, hijsen we onszelf met fietsen en bagage naar het hoogste deel van Sri Lanka.

In het oud Engelse landhuis waar we logeren gaat, niet overbodig, ’s avonds de open haard aan en bespreken we met een paar Chinezen uit Shanghai de toestand in de wereld.

De volgende dag bezoeken we een thee fabriek en een dealer van Piaggio tuk-tuks. Gerrie heeft haar zinnen gezet op een rood exemplaar om tijdens haar oppas dag de kleinkinderen mee naar school te brengen.

De etappe naar Ella is een makkie met zo’n 800 meter dalen. Onderweg doen we de Seetha Aman Hindu tempel aan opgedragen aan Sita, de echtgenoot van een Indiase koning, die daar zo’n 5000 jaar geleden gevangen zou zijn gehouden door een duivelsgod. De tientallen cm diepe afdrukken van de poten van de olifant van die duivelsgod, zijn nog in het graniet te zien.

Ella is de eerste plaats waar we het gevoel hebben in een toeristenplaats te zijn. Veel bleekneuzen en lepe locallo’s die hun pappenheimers kennen. Als we een wandeling maken en een jongen (ongevraagd) een stukje met ons meeloopt om de weg te wijzen, geven wij hem 200 roepies (ongeveer een euro). Daar doet hij het niet voor. Het gidsen kost 700 roepies. Onze opmerking dat theeplukkers per dag minder verdienen dan hij vraagt, maakt geen indruk. Op onze reactie: take it or leave it, kiest hij uiteindelijk eieren voor zijn geld.

  • Facebook
  • Twitter
Na nog een dagje lanterfanten en een ritje met de trein van twee keer een uur naar een plaats die 24 km verder ligt, stappen we zaterdag weer op de fiets richting Zuidkust. In drie dagen fietsen we via Wellawaya en Tissamaharama naar de kustplaats Dikwella. Mooie routes met veel afleiding.

De oecumenische pelgrimsplaats Kataragama, met heiligdommen van meerdere religies, is een grote kleurrijke kermis van stalletjes met plastic prullaria, fruitmanden en bloemenkransen. De eerste voor de op z’n zondags geklede kinderen. De twee laatste om te offeren. Waar al die honderden fruitschalen blijven nadat ze in het heiligdom naar binnen zijn geschoven is een raadsel. Rododendrons kennen ze hier niet. Wel apen die op sommige plaatsen met luidde knallen bij tempels worden weggehouden.

In het dorpje Kudabibula zijn mensen druk bezig oranje vlaggen en slingers op te hangen. De klanken van monotoon gezang komt ons tegemoet. Ze komen uit het tempelcomplex. Als we een kijkje nemen worden we uitgenodigd om de net overleden opper-monnik de laatste eer te bewijzen. Hij ligt opgebaard in een oranje gewaad; twee monniken zingen gebeden. We gaan met een monnik mee naar een zaaltje waar 8 dames van middelbare leeftijd ons proberen over te halen ons ontbijt nog een keer over te doen. Uiteindelijk wordt het een kop thee en een foto shoot. Uit alle hoeken en gaten worden mensen te voorschijn getoverd die ook op de foto moeten. Gezellige bediening.

Wat de wilde beesten betreft, blijft het magertjes. De tientallen kilometers door of langs wildparken waar veel olifanten zouden moeten leven, laten veel moois zien maar geen olifanten. Het wordt goed gemaakt tijdens de laatste etappe als er meterslange varanen (of leguanen) zich te goed doen aan een onbestemd karkas. Prachtig door hun lelijkheid.
En verder leuke ontmoetingen; met de bananen handelaar die ons fuift op .. je raadt het al. En de man die zijn vrachtauto stopt om ons te laten proeven van een vrucht van het type hockey bal. Een flinke klap op het asfalt en hij is open. Na een hap begrijpen we waarom deze vrucht niet bij AH te koop is.

  • Facebook
  • Twitter
In Dikwella logeren we in een klein guesthouse aan zee. Vanaf het terras zien we vissers die in hun houten kano met zijspan in de Indische Oceaan aan het vissen zijn. We bezoeken de Wewerukannala Raja Maha Vinaraya tempel (zo, die is er uit) met het grootste Boeddhabeeld van Sri Lanka; 50 m hoog. Minstens zo interessant is de rest van de tempel. Kleurrijke tableaus uit het leven van Boeddha met levensgrote beelden.

Daarnaast een “griezelgang” waarin alle mogelijke zonden met bijbehorende gevolgen voor een volgend leven, in beeld worden gebracht. Het doormidden zagen van de degenen die van het door Boeddha uitgezette pad afwijken, is daarbij een van de minder schokkende beelden. We verlaten de tempel in gezegende staat nadat we door een vriendelijke priester zijn toegezongen, zijn voorzien van een as stip op het voorhoofd en zijn afgestoft met pauwenveren.

De route naar Unawatuna is paradijselijke mooi. Kleine heuveltjes worden afgewisseld met paddy’s, meertjes en riviertjes. De krokodillen die hier volgens de borden langs de weg en volgens de localo’s zouden moeten voorkomen, hebben zich verstopt. Dat geldt niet voor de jongens en meisjes uit de buurt. Twee komen er via een drassig rijstveld aangesopt. Als het meisje misstapt op het dammetje tussen de paddy’s gaat ze languit. Maar dat bederft de pret niet. Een jongen van een jaar of twaalf probeert Gerrie over te halen hem op een toffee te fuiven. Wat hij krijgt is een preek in woord en gebaar over de desastreuze invloed van zoetigheid op het gebit. Voor de man die ons later twee stoelen komt brengen als wij een plek zoeken om een watermeloen te verorberen, komt een degelijke zedenpreek te laat. Slechts twee van zijn tanden zijn nog wit.

  • Facebook
  • Twitter
In Unawatuna -een serieuze badplaats- hebben we een kamer met uitzicht op zee. De blijdschap daarmee wordt iets minder als op zaterdagavond een heuse band zich installeert pal voor ons terras. Gelukkig helpen de weergoden ons een beetje. Voordat er een noot is gespeeld begint het serieus te regenen en verhuist de hele handel naar binnen.

De volgende dag maken we een uitstapje naar Galle. Een vestingstad uit de tijd van Portugezen, Nederlanders en Engelsen. Het staat op de wereld erfgoedlijst en dat is te zien. Alles staat er spic en span bij. Alsof we in een andere wereld zijn. Wel bijzonder om daar in een van de poorten van de kilometers lange vestingwal de Nederlandse leeuw te zien in combinatie met VOC 1669. Jan Peter Balkenende zou trots zijn.

De volgende dagen fietsen we op ons gemak richting eindpunt. Dat gemak is betrekkelijk want bij elkaar tellen die heuveltjes, volgens onze Garmin GPS, nog wel op tot heel wat hoogte meters. Wat helpt zijn de blaffende honden die Gerrie aanzetten tot olympische prestaties bij het beklimmen van die heuveltjes.

  • Facebook
  • Twitter
Zoals tijdens de hele tocht valt er veel te zien en te beleven. Mannen die zich uitgebreid wassen in de Kelani rivier, een man van een jaar of vijftig die zijn moeder op de stang van zijn gammele fiets vervoert (over mantelzorg gesproken), het eten van de rijst met curry met de handen.

En dan zijn we nu aan het einde van de tocht. Het was een relaxte fietstocht door een mooi land met vriendelijke mensen.

Anders dan je wellicht vermoedt, was het leuk om in de regentijd te fietsen. Het uitbundige groen en de volle meren, beekjes en rivieren,  compenseren het ongemak ruimschoots.