Reisverslag Maleisië door Fabienne en Hans

  • Facebook
  • Twitter

VLIEGVELDPERIKELEN

21 januari 2018 vliegen Negombo (Sri Lanka) naar Langkawi (Maleisië)

Na een fietsreis van drie weken op Sri Lanka vliegen we via Singapore naar Langkawi, een eiland voor de kust van Maleisië. We fietsen in vier weken de route Maleisië West Coast, maar we starten iets eerder op het eiland Langkawi. De vlucht is prima gegaan met een lange stopover van 12 uur in Singapore. We hebben een tijdsverschil van 2,5 uur met Sri Lanka en komen vroeg in de ochtend aan, terwijl onze aansluitende vlucht naar het noorden van Maleisië pas om zes uur ‘s avonds vertrekt. Zo’n beetje 12 uur verblijven op het vliegveld is geen pretje. AWOL had ons dan ook aangeraden om een hotel te nemen op het vliegveld van Singapore. Je boekt zo’n hotel voor een blok van een aantal uren. Wij hebben een blok van zes uur. Het transithotel vinden we heel snel. We worden geholpen door een jongeman met een bordje ‘trainee’ op zijn revers. Laat hij nou net weer de pech hebben dat wij weer niet een, twee, drie te vinden zijn op de lijst. Twee andere oudere mannen helpen de ene na de andere hotelgast richting hotelkamer, maar onze zenuwachtige trainee zoekt in drie verschillende mappen, maar nee hoor we staan er niet op. Er verschijnen wat zweetdruppels op zijn voorhoofd.

Hij lacht een beetje onbeholpen. Als een andere klant even tussen door wat vraagt aan onze trainee is hij opgelucht dat hij daar wel antwoord op heeft. Hij wordt door de ‘senior’ meteen tot twee keer toe venijnig op zijn vingers getikt en toegesproken, dat hij waarschijnlijk op moet schieten en eerst ons moet helpen. Ook een Maleisiër kan kleuren van schaamte. Pfff gelukkig gevonden! Stond onder Fabienne’s naam. Tja, dat kon hij niet weten en wij ook niet.

We krijgen onze key card en gaan naar de kamer. Nu hadden we gedacht in een summier kamertje te worden weggestopt, maar het is warempel een superluxe echte hotelkamer met badkamer en waterkoker, zodat we ook nog even wat thee kunnen zetten. We duiken om half negen (‘s morgens) in bed en vallen allebei snel in slaap. We slapen nog een paar uur en de tijd vliegt voorbij. Als we lekker hebben gedoucht is het geen drie uur meer voordat we moeten boarden. De volgende vlucht is maar half vol en in anderhalf uur vliegen we helemaal naar het noorden van Maleisië naar het eiland Langkawi. De chauffeur staat al klaar met een bordje met onze namen om ons op te halen en in een kwartiertje zijn we in ons hotel. Onderweg praat onze chauffeur honderduit over het weer, het klimaat, de toeristen en dat alles hier in Langkawi tax-free is. Onze bagage wordt uit de auto geladen terwijl wij inchecken in het hotel. Het eerste wat ik moet betalen is toeristenbelasting. Ik ben nog geen kwartier in Langkawi, TAX-FREE? Het is niet heel veel. Na het inchecken vragen we aan de dame van de receptie waar we onze fietsen mogen stallen en de receptioniste wijst ons een plek in de hal. Nou prima. Huh??? Waar zijn onze fietsen nou? Die stonden vijf minuten geleden toch echt nog bij de ingang. De lieftallige dame belt met iemand terwijl er een steeds grotere lach op haar gezicht verschijnt. Heeft een hotel boy onze fietsen helemaal naar boven gesjouwd en naar onze kamer gebracht. Nou hebben we gelukkig een hele grote kamer dus past het allemaal wel. Als we vertellen dat er fietsen inzitten kijkt hij heel raar naar ons en herhaalt ongelovig “bicycles”? Als we vertellen dat we naar Singapore gaan fietsen zie je hem van alles denken. Ik denk dat we niet willen weten wat.

  • Facebook
  • Twitter

TROPISCH EILAND LANGKAWI

22 januari 2018

Het is zwaar bewolkt vanochtend en zo bewolkt dat je denkt: “Hmmm dat komt niet meer goed vandaag”. Gisterenavond kregen we nadat we na het eten naar ons hotel liepen al onze eerste tropische regenbui op ons hoofd. We zagen ook allerlei gekleurde poncho’s te voorschijn komen. We hebben het plan om een rondje op het eiland te fietsen. Het rondje is 67 km. Eerst even de fietsen uitpakken op de kamer. De dozen zetten we op de gang en de aardige kamermeisjes zorgen ervoor dat ze worden weggegooid.

Ook al ziet het er erg dreigend uit we gaan toch weg voor het rondje Langkawi. Na vijf km moeten we al schuilen op een verlaten terras van een restaurant. Na een kwartier gaan we weer verder en na 10 km weer regen. Nu schuilen we onder de bomen langs het strand. Tja, zeggen we tegen elkaar, dat schiet zo niet op. Dan is de gps heel handig en we besluiten een half rondje te maken. We kunnen dan doorsteken naar de ferry, zodat we even kunnen kijken waar we morgen moeten zijn.

Na ongeveer 18 km komen we bij dé bezienswaardigheid van Langkawi. Het is een mausoleum (en een museum) van een Maleisische vrouw, die hier op het eiland als heel belangrijk wordt gezien. We twijfelden wel al een beetje want we zagen geen enkele toerist. Binnen waren een paar etalagepoppen zonder hoofd met ‘oude’ klederdrachten uitgestald, verder nog een paar muziekinstrumenten en een oud kanon wat ergens was opgedoekt. In de tuin waren nog wat oude huizen op palen te zien en dat was eigenlijk het enige leuke. In het museum waren meer toeristenwinkeltjes dan toeristen te bekennen.

Het is inmiddels al half twee geworden en we stoppen bij het eerste restaurant. Tja, hoe gaat dat hier in Maleisië, dat is weer even wennen. Er staan allerlei gerechten klaar. Er staan wel 15 bakken met verschillende dingen. Een aardige dame vertelt wat de gerechten zijn en dat het ‘self-service’ is. We nemen nog twee cola er bij en we willen meteen afrekenen. “No first you take your food and than you show me”. OK, dat zal dan wel de gewoonte zijn hier. Het is bij elkaar 20 ringit. (4 euro). Ook dat is weer even wennen, een andere munt.

Dan op naar de ferry. Je kunt vanaf Langkawi met drie verschillende boten naar het vasteland. Wij gaan naar Perlis. Dat is tegen de grens van Thailand. Wij willen natuurlijk wel heel Maleisië fietsen. Je kunt ook direct naar het eiland Penang, maar daar moeten wij over het vaste land nog vier dagen voor fietsen.

Elke ferry heeft een andere ticket office. We zien het vaarschema voor het ruitje hangen. Wij kiezen voor de boot van 10 uur. We hebben zelfs gereserveerde plaatsen! De fietsen moeten we morgen op de boot betalen. We kijken ook alvast even hoe we dan naar de juiste ferry moeten fietsen. Zo, we zijn goed voorbereid voor morgen.

 

  • Facebook
  • Twitter

OVERVAREN NAAR HET VASTE LAND

23 januari 2018

We hebben gisteren al kaartjes gekocht voor de ferry van 10.00 uur naar het vaste land van Maleisië. We fietsen vandaag een dubbele etappe om een dag speling te creëren voor de rest van de reis. Na een verrukkelijk ontbijt zitten we om kwart voor acht op de fiets en dan is het nog maar net licht op Langkawi. We fietsen in fris weer in dik anderhalf uur naar de ferry en zijn ruim op tijd. De fietsen worden achter op het dek gezet van een soort van grote draadvleugelboot. Er zijn 160 zitplaatsen aan boord en we hebben gereserveerde stoelen. Het is een overtocht van een uur en vijftien minuten. We hebben er echter niet op gerekend dat het hartstikke koud is aan boord. De airco staat vol te blazen en onze fleecevestjes zitten in onze zijtassen die achter op het dek staan en waar we dus niet meer bij kunnen. Het ziet er allemaal een beetje vreemd uit. Het lijkt of we in een overjarige bioscoop zitten. In luie busstoelen zitten we naar twee grote tv schermen te kijken. Alleen de mensen op de buitenste stoelen kunnen naar buiten kijken. De overtocht verloopt goed en we zijn mooi op tijd aan de overkant. Oeps, de kade ligt ineens een heel stuk hoger hier. Voor de passagiers geen probleem via een mooie loopplank, maar voor de fietsen is het een probleem. De bagage moet van de fietsen af en wordt naar iemand op de kade gegooid terwijl wij nog beneden staan. De fietsen moeten aan de kade worden opgetrokken tussen wal en schip.

Kwart voor twaalf rijden we weer. Nu op het vaste land van Maleisië. We rijden bijna in een rechte lijn van helemaal bovenin Maleisië, vanaf de grens met Thailand, langs de kust naar beneden tot aan Singapore. De afstand die we gaan afleggen in Maleisië is zo’n 1400 km.

Het strand is hier heel anders dan op Langkawi. Was het daar heel mooi fijn wit zand. Hier is het een zompige blubberachtige substantie. Er lopen mensen tot hun knieën in de blubber een bak voor zich uit te duwen richting kust. Deze mensen vangen grote mosselen. Die zijn zo populair dat ze, zodra ze aan de dijk worden gebracht, al worden verkocht aan mensen die daar op staan te wachten. De visser die tot aan zijn middel onder de blubber zit, gaat zich in een riviertje achter de dijk weer schoonpoetsen.

Tijdens het vervolg van onze tocht zijn er niet veel restaurants, dus eten we in een vissersdorpje waar we een restaurantje zien. Ook hier weer het patroon: schep je bord maar vol en dan kijken we wat je hebt gepakt en wat het kost. Het is een echt vissersdorp dus is het vooral vis. Er staan wel acht bakken met allerlei vissen. De keuze is spicy of heel spicy. Maar als je de vis eet zonder de hete saus is het heerlijk en prima te eten. We betalen omgerekend tweeënhalve euro en gaan weer op pad.

Om half vier zijn we bij het eindpunt van deze etappe. Volgens de reisgids een leuke stad met de mooiste moskee van Maleisië. We gaan snel even douchen en dan weer op pad. Het ziet er buiten heel dreigend uit en we vragen aan de receptioniste of zij denkt dat het zal gaan regenen. “No”, zegt ze heel gedecideerd en wagen we het er maar op. “Zij woont hier en zal het wel weten”, zeggen we nog tegen elkaar.

De moskee ziet er inderdaad prachtig uit. Hans trekt zijn slippers uit en gaat binnen kijken. Ik (Fabienne) mag niet naar binnen en blijf dus buiten wachten. Ineens gaat het toch stortregenen en daar sta ik dan buiten en nergens een plek om te schuilen. Ik sta tegen de buitenmuur van de moskee geplakt om zo min mogelijk regen te vangen. Hans komt even later heel verbaasd de moskee uit en ziet dan pas dat het zo hard heeft geregend.

  • Facebook
  • Twitter

DOOR DE RIJSTKOM VAN MALEISIË

24 januari 2018

We rijden heel snel de stad uit en rijden door een mooi gebied. Helemaal vlak, dat is ook wel eens lekker. Overal waar we kijken zien we rijst, rijst en nog eens rijst. We rijden dan ook door de rijstkom van Maleisië.

Rond twaalf uur zijn we in Yan Besar. Dat is het laatste dorp met fatsoenlijke restaurants voordat we de overtocht gaan maken. We plaatsen onze fietsen in de schaduw bijna op het terras, waar alleen maar lokalen eten trouwens. Als we de fiets neerzetten ontstaat al meteen rumoer. Als wij dan opkijken zien we twintig paar ogen onze kant uit staren. Er wordt altijd gegiecheld als we het terras oplopen. We zouden zo graag willen weten wat er dan over ons wordt gezegd. Een leuke vrouw vraagt of we willen eten. Ja natuurlijk! Ze schept meteen een bord rijst op. De rest moet je zelf doen. Er staan dit keer 28 bakken waar we uit kunnen kiezen. We scheppen uit bakken die er enigszins vertrouwd uitzien. Heel veel verschillende vissen, verschillende kipgerechten, groenten en alles met andere sauzen klaargemaakt. We vragen meestal ‘not very spicy’. We proberen allebei wat anders. Als we aan tafel gaan zitten komt er iemand kijken, wat je hebt gepakt. In de groente die ‘not spicy’ is zitten wel hele gemene pepertjes die op boontjes leken.

Een vrouw van het restaurant vraagt ons waar ons waar we vandaan komen en vertelt dat ze zelf half Thais is en haar collega uit Myanmar komt. “Here in Kedah (de noordelijke provincie van Maleisië) everybody is mix”.

Maleisië heeft grofweg drie grote bevolkingsgroepen: de autochtone Maleisiërs, de Chinese Maleisiërs en de Indische Maleisiërs. De immigratie van Chinezen was tijdens de Britse overheersing. Ze werkten vooral in de mijnbouw en de handel en dienstverlening. Uit India werden Tamils aangetrokken om te werken bij weg- en spoorwegaanleg en om weer wat tegenwicht te bieden aan de vele Chinezen.

We worden vriendelijk uitgezwaaid door de dames van het restaurant. Na 15km komen we aan bij de steiger waar een bootje moet zijn dat ons naar de overkant kan brengen. We zien geen bootje. Oh nee hè, het zal toch niet zo zijn. We informeren voorzichtig bij een paar jongens op de steiger. Gelukkig, zij hebben een nummer van de eigenaar van het bootje en willen wel bellen voor ons. Even later komt er een klein bootje van de overkant. De steiger is een meter of 10 lager en de loopplank is wel heel steil. We halen de tassen er af om niet meteen het water in te schieten. We lopen op onze fietsschoentjes met de fiets naar beneden. We moeten door de ijzertjes onder de schoenen oppassen dat we niet uitglijden. Uiteindelijk helpen de ‘bel’ jongens met de bagage. We leggen de fietsen schuin in het bootje. In 10 minuten zijn we al aan de overkant. We worden op een drijvende vlonder afgezet. Als we op de vlonder de tassen op de fietsen doen, wordt het maar weer bevestigd; de een heeft zeebenen en de ander niet. Uiteindelijk zit alles er toch weer op en fietsen we meteen door naar ons resort. Een resort dat voor de Maleisiërs ‘the place to be’ is, een park met heel veel bungalows en heel veel plaatselijke eetgelegenheden. De sultan van Kedah heeft hier zelfs een eigen bungalow. Maar vanavond is hij er niet. In het weekend zit het drie dagen helemaal vol, vandaag zijn wij de enige gasten. Om 17.00 uur begint het te regenen. Een buitje kunnen we hebben. Maar dit is even serieus slecht weer. We hebben een mooie bungalow met uitzicht op de zee, maar er staan nu koppen op het water, de wind steekt op en de kokosnoten vliegen in het rond. We hebben de regenjacks niet voor niets mee. Met een paraplu lopen we van en naar het restaurant. Morgen is het weer droog beloven ze achter de bar. Als we terugkomen in onze bungalow is het water onder de deur doorgelopen.

  • Facebook
  • Twitter

NAAR GEORGETOWN OP PENANG

25 januari 2018

We hebben vandaag maar een korte etappe van 39km. Een eitje dus. We moeten wel overvaren met de ferry naar Georgetown op het eiland Penang. Na ruim een uur is onze weg geblokkeerd omdat er op de weg vandaag markt is. Tja wat nu? We lopen met de fiets en al over de markt. Nou dachten we dat het maar een paar kraampjes zouden zijn, maar we lopen al een tijdje en zien er geen eind aan komen. We zijn echt een ‘sta in de weg’ voor de bezoekers. De meeste mensen vinden het echter wel leuk dat wij tussen de bevolking door moeten manoeuvreren.

Het is nog 15km naar de ferry. Eigenlijk is er ook een brug maar daar mogen geen fietsers en brommers overheen, dus zijn we verplicht de ferry te nemen. Maar dat is geen ramp, want het is sneller, korter en minder vermoeiend. Op de ferry staan we als enige blanken tussen de auto’s, scooters en motoren en iedereen staart naar ons. In een kwartier zijn we aan de overkant. We rijden de ferry af en gaan op zoek naar ons hotel. We zien het al in de verte boven de huizen uitstijgen.

Het eiland Penang of Pinang ligt vlak voor de kust van Maleisië en is altijd een belangrijk eiland geweest omdat het geografisch zo gunstig lag voor de handel. De hoofdstad van het eiland is Georgetown en is gesticht door een Engelsman (hoe kan het ook anders) en vernoemd naar Koning George III. Een Engelse kapitein verwierf het eiland voor The East India Company in 1786. Hij meende dat het eiland een handige springplank zou zijn voor de handel met China. Op het eiland woonde een handjevol Maleisiërs en af en toe wat piraten. Het eiland behoorde toe aan de sultan van Kedah (Noord Maleisië) en die bood het de Engelsen aan in ruil voor bescherming tegen de Thai. De Engelsen vonden het een goede deal, maar hebben nooit wat gedaan tegen de Thais. Dus ging de sultan oorlog voeren tegen de Engelsen om het eiland weer terug te krijgen, maar dat verloor hij.

De haven werd door de Britten opengesteld voor internationaal verkeer en een oproep aan iedereen om naar Penang te komen. Dat waren voornamelijk Chinezen die dachten naar het beloofde land te gaan. Ze gingen werken voor de delving van tin, wat toen massaal naar Europa werd geëxporteerd. Ook hadden velen er werk in

de handel en dienstverlening. Nog steeds wonen er op het eiland 55% Chinezen, 35% Indiërs en de rest zijn Maleiers of blanken.

De middag besteden we aan een bezoek aan het centrum. Als echte toeristen lopen we met een plattegrond in de hand de stad te bekijken. We wanen ons net in China, dan weer in India en ook zie je veel koloniale gebouwen van de Britse overheersing. We bezoeken twee Chinese tempels, komen langs een Hindoetempel, een Anglicaanse kerk en een Moskee en dat op nog geen vierkante km. Een bijzondere bezienswaardigheid is het mooiste clanhuis Khoo Khongsi. In een khongsi komen de leden van een Chinese familie bij elkaar die dezelfde achternaam hebben. Dit huis werd gebouwd in 1902. Als je tot een Chinese clan behoorde mocht je geen contact hebben met leden van een andere clan. Er was competitie tussen de verschillende clans. De clan van de familie Khoo was de belangrijkste en invloedrijkste familie in Georgetown. Ze woonden allemaal bij elkaar in een rijtje met aaneengeschakelde huizen, er was een eigen tempel en zelfs een podium voor optredens voor de familie. In de tempel hangen allemaal naambordjes van de nakomelingen van de familie Khoo die uitgewaaierd zijn over de hele wereld en allemaal een goede functie hebben.

  • Facebook
  • Twitter

PITTIG RONDJE PENANG

26 januari 2018

Vandaag gaan we een rondje op het eiland rijden van 74 km. Na zeven km al bezoeken we de grootste Chinese Boeddhistische tempel van Maleisië. Hier is voor ons allebei wel duidelijk dat overdaad dus daadwerkelijk ook echt schaadt. Alles is groter, meer, protseriger en wij vinden dat dus niet mooi meer. Het is typisch Chinees, dat je een wens kunt doen in een tempel. Hier liggen daarvoor gekleurde lintjes. Elk kleurtje is voor een andere wens: for good health, successfull career, booming business, world peace etc. en zelfs een vaantje voor ‘being coupled and paired’.

Na de tempel gaan we weer verder. We rijden tussen veel verkeer en het is erg druk. Na 11 km gaan we volgens de beschrijving klimmen, met een maximum van 16%. Hoeveel? Ja, ja 16%. We klimmen lekker gestaag maar we trappen allebei in de lichtste versnelling. En dan nog is het lastig genoeg om in een rechte lijn naar boven te rijden. Al slingerend nemen we het steilste stuk. Het is extra opletten omdat het verkeer hier soms zo dicht langs ons rijdt dat je niet te veel op de rijbaan moet rijden.

Na 25 km tussen druk verkeer gereden te hebben,  begint het enthousiasme van deze tocht ons een beetje in de schoenen te zakken. We zien in de beschrijving dat we bij kilometer 34 het eiland kunnen oversteken en zo kunnen terug fietsen naar Georgetown. We steken het eiland dwars over, terug naar Georgetown. Volgens de borden gaan we weer klimmen met een maximum van 10%. We kijken elkaar aan. Dit is niet leuk zeker niet omdat de omgeving niet echt de moeite waard is. We fietsen natuurlijk niet alleen om te fietsen maar wel om iets te zien. We zien bordjes langs de kant staan met een stijgingspercentage van 10%. We moeten weer 6 km klimmen. Als we eenmaal boven zijn, zijn we allebei door en door nat. We zijn op een uitkijkpunt en beseffen dat we het ergste hebben gehad. Op naar beneden.

Als we beneden zijn, rijden we in een straatje met allerlei kraampjes. We hebben behoefte aan wat fruit en kopen bananen. We kijken geïnteresseerd naar een vrucht die we niet kennen. Het lijkt op een kruising tussen jackfruit en doerian, maar het is soursop, zuurzak zeg maar. Klinkt niet hoopvol, maar de verkoper laat zich niet snel uit het veld slaan als we een moeilijk gezicht opzetten en naar meer bekende vruchten kijken. Het is volgens hem erg lekker en ‘very healthy’. We kunnen wel wat gebruiken na zo’n dag, dus we laten ons overhalen en kopen een soursop. De man wil hem wel opensnijden zodat we het meteen kunnen opeten. Ja, waarom niet. Hij pakt twee krukjes en begint de soursop in stukjes te snijden. Het is inderdaad heerlijk. Bijzonder vruchtvlees: een beetje slijmerig met enkele pitten, maar heerlijk van smaak. Leuk om te proberen.

We rijden verder en besluiten eerst maar iets te drinken in Little India, een wijk in Georgetown. We willen eerst een beetje opdrogen voordat we naar het hotel gaan. Zo kunnen we niet naar binnen. We vinden al toerend door de wijk een leuke Chinese bistro. We bestellen allebei een bier met een brownie en een wafel. Wat een combinatie. De bistro is gehuisvest in een oud traditioneel medisch centrum. Veel van de originele spullen staan nog steeds in dit restaurant. Georgetown vinden we echt een geweldig leuke stad, vooral door de geschiedenis en door de variëteit aan culturen van de Chinezen en Indiërs.

  • Facebook
  • Twitter

NET CHINA

27 januari 2018

Vandaag staat er 60 km op het programma, maar eerst nog even overvaren met de ferry. Na de ferry goed opletten hoe we moeten rijden, want ze zijn hier bezig met de bouw van een nieuw ‘central station’. Ook hier is China gigantisch aan het investeren. China zit niet stil en investeert veel. De op- en afritten van de ferry zijn tijdelijk omgelegd, dus onze routebeschrijving klopt nu niet meer. Heel handig met de gps als back-up, want we zien meteen welke richting we op moeten en al na 1,5 km zitten we op de goede weg. Ook al is het zaterdag en is dit ook een vrije dag in Maleisië, het is toch druk op de weg. We moeten de industriestad met de naam Butterworth uitrijden. We zien containers, oude vervallen handelsgebouwen naast prachtige nieuwe torenflats in aanbouw. Het is hier net als in Georgetown net China. Op alle gebouwen staan Chinese tekens.

Niet alleen Georgetown maar ook dit deel van het vaste land is vroeger belangrijk geweest voor de handel. Maleisië was een belangrijke leverancier van tin en was ooit de grootste tin producent van de wereld. Ook de Portugezen hebben net als in Sri Lanka het eerst Maleisië ontdekt, daarna kwamen de Nederlanders en hebben Noord-Maleisië in handen gehad, de huidige provincie Kedah waar we al doorheen zijn gefietst en de provincie Perak waar we de komende dagen doorheen gaan fietsen. Tenslotte was het ‘the winner takes it all’ en hebben de Britten zich Maleisië toegeëigend.

We verlaten na 15 km langzamerhand het industriegebied en we komen in een jungle afgewisseld met palmolieplantages. In Maleisië gebeurt dus wat er in veel Aziatische landen gebeurt: ze kappen hele stukken jungle om er palmolie te verbouwen. Palmolie brengt veel geld op, maar het nadeel is dat het verdwijnen van die jungle niet goed is voor het milieu en ook de dieren krijgen steeds minder jungle om in te leven. Ook de junglegeluiden bevestigen weer dat er veel wild moet zitten dat ons nakijkt.

Na 44 km stoppen we bij een restaurantje, waar we ook weer zelf eten kunnen opscheppen. We hebben het systeem al door. Er is nu niet zo heel veel keus en het ziet in het restaurant zwart van de vliegen. Altijd een risico natuurlijk. Een vrouw staat in een wok met dampende olie iets te frituren. Een van de dingen blijkt pisang goreng te zijn, gebakken banaan dus.

We komen vroeg aan op onze eindbestemming. Er is hier maar één ‘resort’ en in ons gidsje stond het advies om het van te voren te reserveren. De vrouw achter de balie zegt dat er nog slechts één kamer vrij is. Hebben wij even mazzel denken we. Maar gauw gaan kijken dan. De kamer kan er mee door, maar is nou niet van de categorie ‘daar hebben we een leuke middag’. We laten ons niet uit het veld slaan en we vragen nog een keer of ze niet één van de leuke bungalowtjes heeft. ‘No, madame, everything is completely full’. ‘Why there are so many people today?” “Because the prime minister is coming today” “Oh wow is he staying here in this resort?”, zeg ik met net een beetje te veel ongeloof in mijn stem en een blik van ‘ja toedeloe, maak dat een ander maar wijs’. Dan volgt er een wat onsamenhangend verhaal dat hij een bezoek brengt aan dit dorp en er daarom heel veel mensen komen.

Wij staan samen nog wat te dubben wat we moeten doen. Er is geen ander hotel in het dorp en de volgende etappe is 48 km. Mmm, tja er zit niks anders op. We overleggen even opvallend om haar tot andere gedachten te brengen. Dan ineens komt ze met een andere sleutel van een van de bungalows. Prima kamer met een klein terras. “OK, we will take it”.

We zijn trouwens ’s avonds de enigen in het resort. Morgen toch even vragen waarom de prime minister niet is gekomen.

  • Facebook
  • Twitter

TAIPING, STAD MET DE MEESTE NEERSLAG

28 januari 2018

We rijden vandaag naar een van de oudste steden van Maleisië maar ook de stad met de meeste neerslag van heel Maleisië. Het kan niet anders dat wij gaan meemaken dat het daar regent. We hebben de afgelopen dagen al twee keer gehoord dat het er altijd (!) regent. “Every day?” “Yes every day!” “The whole day”? “Yeah, sometimes.” “If you are lucky, it only rains in the evening”.

Als we vertrekken is het half bewolkt en eigenlijk wel heerlijk aangenaam fietsweer. We rijden vandaag van de kust af het binnenland in en weer dwars door de jungle. De jungle is hier zo dicht dat je niets in het bos kan zien. Wel zitten er onderweg heel veel apen langs de kant van de weg.

We rijden op een hele rustige weg en worden ingehaald door een paar wielrenners. De jongens begroeten ons vriendelijk maar rijden door. Even later stoppen ze toch even om op een achterblijver te wachten. Wij stoppen ook even om met de mannen te praten. Ze kijken ons bewonderend aan als we vertellen dat we naar Singapore fietsen. “Singapore? You must be crazy”. Als de laatste weer is aangesloten, is het clubje weer compleet, en willen de mannen wel op de foto met ons.

Rond 13.00 uur zijn we al op het eindpunt. Dit is een stad waar tin werd gedolven. Chinese immigranten waren al begin 19e eeuw naar de stad gekomen. De Engelsen overheersten toen dit deel van Maleisië. De Chinese arbeiders organiseerden zich in het geheim en kwamen jarenlang in opstand tegen de Britten. Van de economische bloei in de tinstad getuigen nog de oude Chinese winkelpanden en de koloniale gebouwen. Ook hier is net China.

De stad heeft een park waar een zoo is met de hier voorkomende dieren. In de zoo zien we veel dieren die hier dus in het wild voorkomen. Dieren die we nog nooit gezien hebben. Ook de echt wilde dieren zitten heel dicht bij, zoals de krokodillen, die gewoon met elkaar aan het (bek)vechten zijn. Als we in het park lopen begint het lichtjes te regenen. We zien niemand in paniek raken of ineens hard gaan lopen. Voor iedereen is het hier gewoon dat het iedere dag regent. Ook wij blijven rustig en maken ons rondje af. Bijna bij de uitgang regent het serieus. We kiezen er voor om even te schuilen onder een overkapping tot het wat minder gaat regenen. Het ziet er niet naar uit dat het minder wordt. Na een half uur besluiten we toch maar richting het hotel te gaan. We kopen nog even een plastic poncho in het winkeltje van de zoo.

  • Facebook
  • Twitter

KUALA KANGSAR, STAD VAN DE SULTAN

29 januari 2018

De route gaat weer voor een groot deel langs palmolieplantages en is wat heuvelachtig vandaag.

Ook de plaatsen waar we vandaag doorheen zijn gefietst zijn vooral Chinees. Het zijn plaatsen met vooral handelsgebouwen; op de begane grond winkeltjes met rolluiken en erboven woningen. In de plaatsen zelf is het schoon. Ook het groen in de steden en langs de weg wordt keurig bijgehouden. Er werken hier veel mensen in de groenvoorziening. Overal zie je mensen vegen en vuil opruimen, terwijl een paar meter verderop iemand gewoon zijn papiertje of bekertje op de grond gooit. De stroken langs de weg lijken soms net het gras van golfbanen, zo keurig is het gemaaid. Maar even verderop zie je dan weer een enorme hoop vuil langs de kant van de weg liggen. We blijven ons verwonderen.

De scholen zijn groot en daardoor voor ons niet zo toegankelijk. We vinden het altijd leuk om even een schoolpleintje op te lopen. Hier zijn het blokken beton van zo’n drie lagen hoog. Voor de ramen zitten houten lamellen tegen de zon. Soms zie je als het wisseluur is wat kinderen op de galerij staan. Vandaag fietsen we voor het eerst langs een schooltje waar het net pauze is. Het is 10 uur en de kinderen eten allemaal een bordje rijst.

We zijn al vroeg op de plaats van bestemming. Deze stad is al sinds 1876 de woonplaats van de sultan van Perak, de provincie waar we nu fietsen. Hij woont zelf net buiten de stad, maar in de stad zijn ook nog mooie gebouwen van de sultan, zoals de Sultans Galery. Een prachtig gebouw. We mogen er zelfs naar binnen. Als we onze kaartjes hebben gekocht lopen we het terrein op. Binnen staan wat privé eigendommen van de huidige sultan (geboren in 1928) en zijn vrouw, waaronder officiële staatsuniformen, galakleding en een kroon met ontzettend veel diamanten.

Onze volgende bezienswaardigheid is een oude moskee die tegenover de Sultans Galery staat. Inmiddels ziet de lucht er al weer wat dreigend uit. De moskee is jammer genoeg gesloten. We maken wat foto’s voor en door het hek. We kijken nog eens naar de lucht en besluiten terug te gaan naar het hotel. We fietsen nog geen honderd meter of de sluizen gaan weer open. Snel stoppen onder een paar palmen en de poncho’s gaan weer aan. We krijgen daar weinig tijd voor want het is meteen een volle bak regen. Het is zo warm dat de poncho’s aan de binnenkant beslaan. We soppen in onze schoenen. Bij het hotel moeten ze om ons grinniken als we aankomen.

  • Facebook
  • Twitter

KORT EN ZWAAR

30 januari 2018

Het is vandaag een korte mooie etappe langs palmolie- en rubberplantages, maar wel één met vier korte klimmen van 10%. We zijn er achter dat hier alle steile klimmetjes 10% zijn. Het kan ook dat ze maar één bord hebben bij de wegenbouw. Nou is 10% ook weer niet zo heel bijzonder, maar als er vier tassen aan je fiets hangen, wordt het toch een ander verhaal.

We rijden om 12 uur het dorp in waar ook een resort moet zijn. Het dorp is niet meer dan een kruispunt met aan alle vier de straten een paar winkels. We hebben zo’n dorst dat we eerst een ice-coffee en een cola kopen in een van de winkeltjes. We kijken de straat rond waar we even kunnen zitten. Het enige bankje staat voor de kapper en is het wachtbankje voor klanten. We gaan er gewoon tussen zitten en praten een beetje met de klanten. We worden naar binnen geroepen omdat ook de kapper wil weten waar we vandaan komen en waar we heen gaan. “SINGAPORE? ON THE BIKE?”

We gaan op zoek naar ons resort. Dat kan niets zijn in dit dorp dus we bereiden ons voor op het ergste. Na een paar 100 meter zien we de borden die ons verwijzen naar het enige resort in dit dorp. Wauw, het ziet er gewoon goed uit. Het dient ook als conferentieoord. We vragen een kamer en er is alleen nog maar één superior kamer beschikbaar. Wat is dat toch? Er zit verder bijna geen hond in dit oord en dan is er net nog een kamer vrij. “Oh you are lucky, just one room.” Waar hebben we dat eerder gehoord?

Maar we hebben een prachtige kamer en we hebben de middag lekker voor ons zelf. We besluiten eerst even te gaan eten, wat lekkers te kopen en een middagje te gaan lezen. We kiezen voor het restaurant waar de meeste mensen zitten. We kunnen kiezen uit één gerecht. Een soort donkere mie met kip. “Eh, doe maar mie met kip dan.”

We gaan nog even wat boodschappen inslaan en we gaan op zoek naar een biertje voor vanmiddag. Dat moeten we wel doen want terrasjes zijn niet aan de Maleisiërs besteed. Bier is niet altijd even eenvoudig te kopen in een islamitisch land, maar we hebben inmiddels al door dat als we het kunnen kopen dat bij een Chinese winkel is.

We proberen het bij een grote Chinese winkel, waar we wel cola, bananen en yoghurt kopen, maar daar verwijzen ze ons naar een winkel verderop. Ook die heeft geen bier. De Chinese verkoopster legt uit dat het hier een islamitisch dorp is en ze maakt roddel praatgeluiden met haar hand. Grappig dat zo’n gebaar dan weer universeel is. We begrijpen het. Ze verwijst ons naar de bloemenwinkel verderop en waarachtig daar verkopen ze biertjes. In het hotel stoppen we ze snel in de ijskast voor later op de middag. ‘s Middags zitten we lekker in de schaduw met ons boek, wat nootjes, een biertje. Heerlijk!

We hebben nog geen eetgelegenheid voor vanavond gevonden, dus we moeten nog op zoek. Nu zijn we in de vier straatjes die allemaal op het kruispunt uitkomen snel uitgekeken. We gokken op een heel klein restaurantje waar drie meiden ons met een blik aankijken van ‘oh, als ze maar niet hier komen eten’. We gaan naar binnen. We vragen aan de brutaalste wat ze ons kan aanraden. Huh, ze kijkt een beetje hulpeloos naar haar twee vriendinnen. Ze wijst iets op de kaart aan. Het wordt iets met rijst groente en gemarineerd rundvlees. Iets er bij drinken is beperkt tot thee, thee of thee. We vragen of ze het goed vindt dat we bij de winkel iets te drinken kopen. Natuurlijk, is geen probleem. Maar bier liever niet. Dat dachten we al.

  • Facebook
  • Twitter

NAAR TROPISCH EILAND PULAU PANGKOR

31 januari 2018

Het belooft een andere dag te worden dan alle anderen. We moeten vandaag 90 km fietsen. We moeten nog met de ferry over en we moeten nog een hotel zoeken. Ga er maar aan staan.

Het begin is goed: er wordt om zeven uur op de deur geklopt. “Good morning, your breakfast.” Omdat we vroeg willen starten wordt ons ontbijt op de kamer geserveerd. Nou super natuurlijk!

We starten lekker vroeg en zitten om kwart voor acht al op de fiets. We hebben er samen lekker de vaart in. Dat gaat als een speer, zeggen we nog tegen elkaar. We nemen even een break bij een klein winkeltje. Na de coffee duurt het geen 10 minuten of we rijden onverhard. Nou vinden we dat altijd wel geinig, maar niet als je een plan hebt om lekker door te karren. Onverhard rijden is leuk en een beetje avontuurlijk. Je hebt onverhard en onverhard, maar dit is echt onverhard. Hier en daar zand, dan weer keien en kuilen. In ieder geval nergens een stukje asfalt. Het onverharde stuk is nog ruim 25 km ook, maar wel mooi om te fietsen. We rijden vandaag langs een rivier, door jungle en enorme palmolie plantages.

Maleisië en Indonesië zijn de grootste palmolie producenten ter wereld. Samen hebben ze 85% van de wereldmarkt en Maleisië is de grootste exporteur. Nederland is de grootste importeur van Europa. Palmolie wordt o.a. gebruikt in koekjes en chips en ook als biodiesel. Het zijn vooral verzadigde vetten en dus eigenlijk helemaal niet zo gezond. Maar het is hier big business. En dan voornamelijk voor de export. Bio in diesel of benzine doen ze hier niet aan hoor. Een litertje benzine kost hier nog geen 50 eurocent.

Als we na bijna twee uur eindelijk weer op de verharde weg zitten zien we ook meteen een restaurantje. We willen eigenlijk alleen wat drinken, maar het is kwart voor twaalf dus we besluiten meteen te eten. Ze hebben in ieder geval koude cola.

De dreigende bewolking kennen we inmiddels wel, maar zo vroeg hebben we het nog niet gezien. We zien de lucht steeds donkerder worden en we kijken alvast naar links en rechts waar we kunnen schuilen. En dan ineens breekt het los en gaan de sluizen boven open. Niks aankondiging van eerst een paar druppels. Nee meteen pijpenstelen zonder aankondiging. We rijden net langs een paar huizen met overkappingen dus besluiten we meteen bij zo’n huis naar binnen te vluchten. Er zijn geen mensen thuis, maar anders was het ook vast geen probleem geweest. Je weet hier ook dat het maar even regent en dat het daarna weer prachtig weer is. We schuilen 15 minuten en we zien het al weer openbreken. Mooi moment om nog een banaantje te eten en wat te drinken.

We moeten nog een kleine dertig kilometer dus zodra het droog is gaan we weer. Het druppelt nog, maar dat is wel lekker want de temperatuur zakt niet echt. Om half drie komen we aan bij de ferry en kopen een kaartje voor onszelf en voor de fietsen. Onze fietsen gaan weer voorop de boot en wij houden onze bagage bij ons. Met de ferry worden we in 30 minuten naar een tropisch eiland gevaren dat voor de kust van Maleisië ligt. Pulau Pangkor is een echte toeristische plaats op een tropisch eiland. We worden afgemeerd aan de ene kant van het eiland en moeten twee kilometer fietsen om aan de andere kant te komen. We gaan naar ons hotel dat we gisteren op booking.com hebben gevonden. Daar hebben ze een mooie kamer en ligt het restaurant aan het strand. Is wel lekker morgen om zo te ontbijten.

 

  • Facebook
  • Twitter

1 februari 2018

Het ontbijt wordt geserveerd in het restaurant aan de rand van het strand, met uitzicht op de zee. Een heerlijk begin van de dag. Een meisje van het hotel jaagt met een lange stok vogels weg want die weten dat er elke ochtend wat te halen valt. Een soort kleine duif komt met zijn hele duivenfamilie het terras onveilig maken.

Het meisje rent van het ene naar het andere tafeltje om ze weg te jagen. Op een boom naast het terras landen twee prachtige zwarte grote toekanachtige vogels die ook weten dat er wat te halen valt. (Na wat speuren op internet blijken het Maleisische neushoornvogels te zijn.) Blijkbaar zijn het twee vaste bezoekers want het personeel gooit stukjes wit brood naar de vogels die het met hun lange snavels precies kunnen opvangen. Ze maken ook een geluid dat we al heel vaak hebben gehoord als we in de jungle fietsen. Leuk om te weten welk dier dat geluid dan altijd maakt.

In de ochtend is het druk in en rond het zwembad. Echt iedereen gaat hier dik gekleed het zwembad in. We snappen dat dat hier de cultuur is, maar waarom trekken mannen twee broeken over elkaar aan? Een driekwart lycra legging en dan nog een kuitbroek eroverheen en een shirt aan met lange mouwen.

We geven er de voorkeur aan om gewoon lekker in de zee af te koelen. Nou ja afkoelen? De temperatuur van het water is hier nog hoger dan bij het vaste land. Het is gewoon lauw en het brengt bijna geen verkoeling. Als we wat verder de zee in gaan wordt het water ietsje kouder. Dat is wel wat lekkerder. We besluiten een stuk langs het strand te lopen om weer een beetje op te drogen. Het is bijna niet te doen om op het zand te lopen zo warm is het. Het hete zand doet zeer aan je voeten.

Tussen de middag besluiten we op ons resort te eten. We vragen aan een ober naar de verschillende gerechten. Er staan veel gerechten op de kaart, maar één daarvan valt ons op; een rijstgerecht met de naam ‘3 taste’. De jonge ober kan het niet uitleggen en roept hulp. “Oh sir, is chicken and three different tastes, chilly, spicy, and sweet and sour”. Nou dat spreekt ons aan. Voor ieder wat wils denken we dan al snel. “Oké, for two persons please”. Even later krijgen we een schaal met kip en groente in een saus. Dat is wel veel als er nog twee van die schalen komen. Maar gelukkig hier bleef het bij. En die drie verschillende smaken zitten dus in dit ene gerecht. Het was wel lekker!

Morgen gaan we een avontuurlijke route rijden. Volgens de beschrijving moeten we naar een plek waar niet zo veel te beleven is, dus dat doen wij dus niet. Het is altijd spannend om zonder beschrijving te rijden. We hebben een route uitgezet in de gps dus het moet goed komen.

  • Facebook
  • Twitter

DE SCHEVE TOREN

2 februari 2018

We willen vanochtend de ferry halen van half negen, dus zitten we precies om half acht als eersten aan het ontbijt. We kunnen kiezen uit allerlei vlees- en visgerechten, rijst, mihoen, groentes, maar gelukkig ook fruit en toast met een gebakken ei. Én pannenkoeken! Pannenkoeken kunnen we wel als verrassing waarderen na een rustdag. We zijn dik op tijd voor de ferry van half negen en worden geholpen met de fietsen en de bagage. Om negen uur rijden we weer aan de overkant van het tropisch eiland. We hebben de route vandaag aangepast.

Rond twaalf uur ziet het er heel dreigend uit, terwijl we net nog volop in de zon reden. We hebben vandaag niet zo heel veel restaurants onderweg, dus kiezen we voor een stalletje met 10 stoelen om iets te eten. Echt zo’n gelegenheid waar we anders keihard voorbij rijden en nooit zouden eten, maar gezien de donkere lucht nemen we het risico. Er zitten een paar lokalen te eten. De eigenaresse kijkt naar de lucht en zegt ‘rain’. Nou zij zal het wel weten. Omdat deze vriendelijke dame met één tand alleen maar zelfgemaakte limonade serveert, halen we twee koude cola’s bij de buurman. De regen blijft uit en na het eten gaan we weer verder. Even later komt de zon tevoorschijn en is het weer ontzettend warm.

We komen op het punt dat we van de oorspronkelijke route gaan afwijken en we de nieuwe route gaan rijden. We hebben bijna geen water meer dus stoppen we bij een restaurantje. Dicht! Het is vandaag vrijdag en dat is de eerste dag van het weekend hier. Er zit een jongen voor de deur op een stoel te wiebelen terwijl hij op zijn smartphone aan het surfen is. Wie doet dat niet tegenwoordig? Ook hier in Maleisië zit iedereen de hele dag op dat ding te turen. We vragen of we ergens water kunnen kopen. Hij zegt ons dat het restaurant dicht is en gaat weer verder met waar hij mee bezig is. Als we bij onze fiets staan om te kijken waar we heen moeten, komt hij met een ijskoude fles water aan. Krijgen we van hem. “Enjoy your holiday!” Geweldig bedankt man. Top!

Na onze extra kilometers komen we aan op ons eindpunt. Een leuke plaats met een scheve Chinese toren. Het is een mooie oude Chinese watertoren die is verzakt doordat de grond te zacht is. Een Chinese toren van Pisa. We hebben een hotel gevonden midden in de stad dat net is gerenoveerd. Nadat we zijn ingecheckt gaan we het centrum in. Als we even stoppen om te kijken waar we heen moeten worden we aangesproken door een Chinees die van alles van ons wil weten. Even later moeten we weer poseren tussen een aantal dames voor de scheve toren en later nog een keer met twee doofstomme mannen. Communiceren is lastig, maar op de foto met hen dat snappen we wel. Het is geweldig leuk om zo met mensen in gesprek te zijn. We merken telkens weer dat in de plaatsen waar wij komen geen Westerse toeristen komen.

We zijn nog steeds in de provincie Perak en volgen de gelijknamige brede rivier. Perak is een hele rijke provincie geweest door de productie van tin en is lang in bezit geweest van de Nederlanders. Toen de tinnen serviezen in Europa in de mode waren, was het tin niet aan te slepen. Veel Chinezen trokken voor het werk naar Perak en nog steeds is 45% van de bevolking in Perak Chinees, 41% is Maleisisch en 14% Indiaas. Vanavond dus ook maar bij de Chinees gegeten.

  • Facebook
  • Twitter

EEN FERRY VOL FIETSERS

3 februari 2018

Gisteren kwamen we erachter dat we, een fout hadden gemaakt in de etappe-indeling en dat we eigenlijk een dag tekort komen. Om de vergissing te herstellen en toch goed uit te komen fietsen we vandaag twee etappes. Bij elkaar 110 km, als we vroeg vertrekken is dat geen probleem en voor alle zekerheid boeken we alvast een hotel.

Na dertig km moeten we weer eens met een kleine ferry naar de overkant van een rivier. Er staan nog acht fietsers die ook met een trekkingbike op pad zijn. Fietsers zijn net motorrijders. Je hebt altijd meteen een gesprek ‘als fietsers onder elkaar’. Deze fietsers hadden ons gisteren al gespot want toen kwamen we ze al tegen. Ze zijn heel nieuwsgierig. Waar we vandaan komen, waar we heen gaan fietsen. Het is een groepje Maleiers, zes mannen en twee vrouwen. Blijkbaar is er nu in Maleisië een korte vakantie voor iedereen, want ze vertellen dat ze een tripje maken van vijf dagen. Natuurlijk moeten we met hen op de foto.

Na de ferry rijden we weer door een stuk prachtige natuur. Kleine smalle wegen dwars door plantages, langs kleine kanalen en soms zien we zelfs de zee. Heerlijk om hier te fietsen. Soms rijden we stukken waar we lange tijd gewoon niemand tegen komen. Tegen twaalven hebben we etappe 1 al achter de rug en zoeken we een restaurantje. Keus genoeg. Nog 61 km te gaan naar onze eindbestemming. Ook dit is weer een prachtige route door plantages, langs haventjes en langs uitgestrekte vlaktes.

‘s Middags nog eens zestig km wegtrappen in de hitte is toch best wel pittig. Om een uur of vier zijn we in ons hotel. Echt een superleuk en modern hotel. Het ligt alleen wat verder van het centrum. We droppen onze spullen in de kamer en rijden naar het centrum op zoek naar een terras voor een koud biertje. Tja, dat is alleen wat lastig te vinden. Dan maar naar de 7 Eleven en we drinken onze biertjes op een bankje in de schaduw.

Het is een klein stadje en heeft één bezienswaardigheid. Dat is een park met een heuvel. Je kunt die heuvel op met een treintje. Er wonen hier bijzondere silverleaf apen en tegen de avond komen ze bedelen om eten. Zonder dat we er erg in hebben, zitten we perfect op ons bankje. Op een dak vlak voor onze neus stikt het van de apen die wachten tot de toeristen speciaal ‘monkey food’ kopen. Zodra een toerist een zakje heeft gekocht hebben de apen het meteen door en springen op de schouders van de toerist en trekken het eten uit zijn hand. De ene na de andere toerist koopt wat te eten. Wij genieten van het schouwspel onder het genot van ons biertje.

We eten ’s avonds bij een Chinees restaurant naast ons hotel en we willen graag weer eens vis eten. We krijgen een gloednieuwe menukaart in het Engels en Chinees. De dame die komt opnemen spreekt en leest alleen Chinees en ons Chinees is ook nog niet om over naar huis te schrijven. De dame probeert een gerecht telkens weer in het Chinees uit te leggen en straalt uit dat wij wel heel dom zijn. Gelukkig komt een Chinese man van de tafel naast ons, ons te hulp. Als hij weet wat we willen eten staan twee Chinezen aan onze tafel te discussiëren over wat wij gaan eten. We begrijpen er echt helemaal niets van. De man stelt ons gerust en zegt dat het goed komt en dat het ook zijn favoriete gerecht is. We krijgen een hele vis in moten geserveerd, met rijst en groente. Het is heerlijk!

  • Facebook
  • Twitter

MOSKEE EN ‘LITTLE INDIA’

4 februari 201

SAMSUNG CAMERA PICTURES

Vandaag in principe ‘an easy day’. We gaan 50 km fietsen. Maar het is weer zo warm, dat zelfs 50 km fietsen een zware opgave wordt. We krijgen vandaag ontbijt op de kamer geserveerd. Klokslag half acht “knock knock roomservice, your breakfast”.

Even later zitten we op de fiets. We komen voor de lunch aan. Het hotel is het hoogste gebouw van de stad en heeft 23 verdiepingen, maar de receptie zit op de 9e. Een beetje apart is dat wel.

Na een korte douche gaan we naar het centrum. We komen al slenterend bij de moskee van de stad. Dat is een koninklijke moskee uit de buurt. We willen wel even naar binnen. Ook om even uit de zon te zijn. We trekken onze schoenen uit en er komt al snel een belangrijk uitziende moslim op ons af. Hoewel we geen woord begrijpen van wat hij zegt is het iets in de trant van “dat gaat zo maar niet met die blote benen van jou”. Het klinkt nors maar de man reikt ons vriendelijk een rok en een jas aan. De rok is voor Hans. We kijken rond in de mooie moskee.

Dan gaan we op zoek naar het treinstation. Morgen gaan we met de trein naar KL, zoals de Maleisiërs hier Kuala Lumpur noemen. We vragen een paar keer aan wat jongelui of ze weten waar het treinstation is. De een weet niet dat er een treinstation is, de volgende zwabbert wat met zijn hand naar een bepaalde richting waar we geen wijs uit worden en de derde zegt ”too far to walk”. Toch maar zelf op gevoel hopelijk de goede richting oplopen. Het is wel niet de juiste route want we moeten door een gat in een hek over de spoorrails lopen, maar we vinden het station. Nu op zoek naar het tijdschema. Net als in Nederland bij de metro staan er een paar dikke lijnen met bolletjes die de stops moeten uitbeelden, maar helemaal duidelijk wordt het niet en al zeker niet hoe vaak ze rijden en hoe laat. Toch maar even vragen bij het loket. De trein gaat elk half uur om 06 en 36 en we kunnen ook al een kaartje kopen 10 ringit (2 euro). We kopen alvast treinkaartjes voor de trein van morgen en krijgen de waarschuwing dat het koud is in de trein. Huh, het moet niet gekker worden. Moeten we morgen dan een fleece meenemen? Nee, dat gaan we toch niet doen. We slenteren, door de wijk die bekend staat als Little India en dat is leuk om te doen. Het is echt net of je in India bent. Je ziet alleen naar Indiase mensen, Indiase muziek, Indiase winkels en restaurant. Indiërs houden van prachtige kleurrijke kleding en van sieraden. Het is een genot om langs de winkeltjes te slenteren. Bij de juweliers is het bomvol met mensen en het is allemaal goud wat er blinkt.

  • Facebook
  • Twitter

KUALA LUMPUR, STAD VAN CONTRASTEN

5 februari 2018

Ze hebben hier warempel een soort chipkaart en met het kaartje gaan we door een soort NS poortje. Het perron is vol met forenzen die naar hun werk gaan en ook hier kijkt niemand op of om, want iedereen kijkt op zijn mobiel.

Even later komt er een trein aan op perron 2 en tot onze verbazing stapt iedereen in de trein. Wij niet, want onze trein komt over 2 minuten op perron 3. Een Maleisiër die zelf ook wil instappen ziet ons nog op het bankje zitten en vraagt waar wij naartoe moeten. “Kuala Lumpur”. “O Sir, than you have to take this train!” We vliegen snel op van ons bankje en stappen snel in de trein. Pfff! En super aardig natuurlijk van die man. We zitten in een soort Randstadrail die bij elk gehucht stopt. Maar het is heerlijk koel en in een uur zijn we in KL.

Gisterenavond hebben we wat we willen zien al omcirkeld op de plattegrond. Als je dan aankomt op het station is het altijd even oriënteren waar je heen moet. We lopen meteen goed en lopen naar een aantal mooie bezienswaardigheden die dicht bij elkaar liggen: een mooi plein, de nationale moskee, het stadhuis, een koloniaal gebouw waar nu een ministerie in gevestigd is en oud Engels clubgebouw waar vroeger de elite bij elkaar kwam en een hele grote vlaggenmast waar ooit de Engelse vlag aan heeft gehangen. De eerste indruk is dat KL een mix is van alles. Prachtige, strakke hoge moderne torens, oude koloniale gebouwen met een Engelse sfeer, moskeeën en andere gebouwen in Arabische stijl. Er is een Chinatown, een ‘Little India’ met weer heel veel kleding en juweliers en een central market waar van alles te koop is. We voelen ons meteen thuis hier.

Bij gebrek aan een goede koffietent kopen we bij een klein eetzaakje met twee tafeltjes voor de deur een ice-coffee. Er is net een klein plekje in de schaduw. Een hippe knul met portofoon zegt ons dat we een stukje op moeten schuiven want ze zijn aan het filmen. We zitten precies goed. We zitten niet in beeld maar kunnen toch even genieten van wat opnames van een waarschijnlijk foute vechtfilm, schatten wij zo in.

We besluiten om na de lunch naar de Petronas Towers te gaan. De Petronas Towers waren ooit de hoogste gebouwen ter wereld maar nu heeft een of andere oliesjeik in Dubai het hoogste gebouw. De twee identieke torens van de Petronas Towers zijn indrukwekkend. Ze zijn in het midden verbonden met een loopbrug. Nu kun je de Petronas Towers bezoeken en mag je naar een van de hoogste etages. Alle dagen van de week, behalve…….juist ja, op maandag. Heel jammer, maar de torens zijn ook van de buitenkant en zeker zo dichtbij heel indrukwekkend. Op de onderste verdiepingen is een warenhuis gevestigd met werkelijk alle dure merken die er maar zijn. We vergapen ons aan de mooie en dure kleding, sieraden en make-up spullen. KL is wel een stad van enorme contrasten. Enorme rijkdom, maar ook zwervers die bijna in de schaduw van de torens op een stukje karton liggen. Wat een schreiend contrast.

 

  • Facebook
  • Twitter

NAAR DE GOLD COAST

6 februari 2018

We hebben maar een relatief korte afstand te fietsen dus we hebben de hele middag om ons te vermaken op het mooiste strand van Maleisië. De ‘place to be’ waar je gezien wil worden en waar je moet hebben vertoefd als je de boekjes over Maleisië goed leest. De avond ervoor zitten we ons al te verlekkeren aan de hotels die daar allemaal ‘Resort’ heten. Het is ‘great’ of ‘Villa’ of ‘Luxe’ of zelfs ‘Magnificent’.

We rijden de stad uit. Eerst een drukke weg om de stad uit te komen, maar daarna rijden we op rustige wegen steeds meer richting kust. Na ruim twee uur, fietsen we weer met de zee aan onze rechterhand. We naderen onze bestemming van vandaag. We zien op drie kilometer de eerste borden met aanwijzing dat we weldra de Goudkust zullen binnen rijden. Nog 300 meter en dan naar rechts. “Eh, hier?” “Ja dit is 300 meter”. We rijden langs een bewaker die een slagboom omhoog moet doen om ons binnen te laten op een enorm groot terrein met een kolossaal gebouwen complex. Hij komt op ons af met een houding ‘wat hebben jullie hier te zoeken?’ Omdat we gereserveerd hebben kunnen we door. Voor de receptie schrikt iemand wakker en meent dat onze fietsen daar midden op de rotonde voor de receptie echt niet kunnen staan. In de verste verte is geen andere auto of bezoeker te bekennen. Er staan wel heel veel brommers, maar die zijn van het personeel. Dat kan natuurlijk wel, maar onze fietsen hier? Nee sorry, dat kan echt niet. We lopen naar de receptie waar paaltjes en rode koorden, net als bij de Efteling, de wachtende gasten in goede banen moeten leiden. Nutteloze dingen en verschrikkelijk lachwekkend. De receptionist vraagt ons reserveringsnummer alsof er nog honderden reserveringen zijn. We zien verder helemaal NIEMAND. We hebben het gevoel dat we de enige gasten zijn en figureren in Fawlty Towers. Het voelt alsof we sinds lange tijd de eerste gasten zijn. We krijgen de keycard van onze kamer en warempel speciale bandjes voor onze pols voor de zwembaden. Stel je voor dat je zonder bandje als enige gast binnendringt in het ‘zwemparadijs’. We vrezen het ergste, maar in vergelijking met de troosteloze buitenkant van ons paradijs aan de Goudkust, valt de kamer mee. Het blijkt een ruime kamer met alles wat je mag verwachten en inderdaad een jacuzzi. Jammer dat de jacuzzi een kraan en een stop mist. Als je de jacuzzi aanzet, komt er nu alleen maar lucht uit.

We willen gaan eten, maar houden ons hart natuurlijk al vast. We lopen de pijltjes achterna met de bordjes breakfast/lunch/diner en komen in een balzaal waar één Chinese familie aan het eten is. Een ober komt meteen naar ons toe, dat dan weer wel. Hij zegt meteen: “Only steamboat”. Nou zijn we inmiddels zo ervaren dat we gelukkig weten wat dat is, anders denk je toch, wat heb ik nu aan mijn fiets hangen. Steamboat is een metalen soort omgekeerde tulband die wordt gevuld met water en wordt verhit. Je krijgt een grote schaal met eten, meestal etenswaren die lijken op gemixte snacks die wij in de olie zouden frituren. Hier gooien ze dat dan meteen in één keer in het kokende water en dan na 10 minuten kun je het eten (uiteraard met stokjes) en dippen in een sausje.

Hij verwijst ons naar het à la carte restaurant aan het strand. Vanmiddag was dat nog gesloten, maar warempel het is open en …. er zit niemand, maar er is wel acht man personeel. We besluiten snel tot het meest veilige: nasi goreng met twee cola. De nasi smaakt nog prima ook.

  • Facebook
  • Twitter

PORT DICKSON, 18 KM GOLDCOAST

7 februari 2018

We hebben vandaag een kleine 80 km voor de boeg en we gaan naar PD of wel Port Dickson, ook zo’n Goldcoast-achtig kuststrook, maar nu met maar liefst 18 km strand!! Dat moet goed komen. In ons boekje staan een paar aanraders van hotels. Het is vandaag een erg leuke route: kleine weggetjes door plantages en kampongs. We zien ook weer regelmatig apen. We hebben heel veel aanwijzingen die we moeten volgen: links, rechts, rechtdoor, langs dit, langs dat, blaadje omslaan en weer verder. Het is zo wel opletten geblazen, maar we lezen allebei, en de GPS als back-up is superhandig. Zodra we verkeerd rijden, zien we dat meteen op de GPS.

Halverwege houdt de weg ineens op en moeten we weer met een klein pontje naar de overkant van de rivier. De pont met slechts 1 passagier vaart net weg en is twee meter van de kade. De ferryman zet de ferry voor ons even in zijn achteruit we kunnen meteen mee. Wat een aardige man. Het schiet vandaag lekker op en we besluiten om maar meteen door te rijden naar PD en dan daar te lunchen. Voordat we langs de lange rij van hotels gaan fietsen om er eentje uit te kiezen eten we snel wat. Aan het begin van PD valt ons oog op een mooi nieuw gebouw. Zou dat een hotel zijn? Toch maar even gaan kijken en ja hoor het is een hotel. Het ziet er inderdaad prachtig uit en ook allemaal nog erg nieuw. Tja, wat zullen we doen? Dit is nog maar het begin en PD heeft misschien nog wel veel meer te bieden en een leuk centrum. Het is nog vroeg en we rijden toch nog maar even door. Inmiddels zijn we gepokt en gemazeld met al onze hotelervaringen. In het boekje staat er eentje genoemd die wel wat duurder is maar echt heel prachtig moet zijn. Wat blijkt bij de receptie: alleen de allerduurste huisjes zijn beschikbaar voor omgerekend 100 euro per nacht. De andere kamers worden toevallig net gerenoveerd en zijn niet beschikbaar. Goh, die is goed, die smoes hadden we nog niet gehoord. We zien en horen nergens verbouwingsgeluiden. Dan, hup naar het hotel aan de overkant. Weliswaar geen eigen strand maar wel een mooi zwembad. “Can we see the room?”.“Not possible, we do not have a showroom”. “Showroom? Ok, but I only want to see our room, to see what I get”. Dan mogen we wel ineens de hotelkamer zien. Maar daar worden we niet heel erg vrolijk van. We besluiten om een paar km terug te fietsen naar het nieuwe hotel.

‘s Middags liggen we heerlijk te luieren aan het zwembad op de derde etage en kijken zo uit over de zee. Tegenover het hotel zit een groot Chinees Seafood restaurant. Daar gaan we vanavond eten. Het is een giga groot restaurant. Een soort Chinese Van der Valk. Voor de deur staan grote touringcars. De hele horde mensen is net klaar met eten en we komen in een grote ruimte met ronde tafels met vieze borden en restanten met eten. Een paar man is alles aan het opruimen. Voor ons maken ze keurig snel een tafeltje vrij. Op advies van een van de aardige obers kiezen we voor een vis. Geen idee wat het is, maar volgens de ober is het een soort zeebaars. Het smaakt in ieder geval heerlijk.

Port Dickson is overigens in 1885 ‘ontdekt’ door een Brit. Het was toen een kolenbranderplaatsje. Het werd later een havenstad met een aansluiting op het spoornet. Nu is het vooral een toeristenplaats, geliefd bij weekendgasten uit Maleisië. Westerse toeristen zie je hier nauwelijks. Bij helder weer kun je Sumatra zien, nou ja een eilandje voor Sumatra dat officieel bij Sumatra hoort. Dit stuk zee maakt deel uit van de straat van Malakka en is 40 km breed.

  • Facebook
  • Twitter

LANGS DE KUST

8 februari 2018

Vanmorgen lekker vroeg op voor ontbijt want we hebben dik 80 km voor de boeg. Het ontbijt net als ons hotel was prima. Na een heerlijke nacht en een heerlijk ontbijt moet het wel weer lukken vandaag.

Over de binnen weggetjes rijden heeft ook een nadeel. We komen niet zo heel veel grote restaurants tegen. Omdat we toch wat willen drinken stoppen we bij een klein ‘winkeltje’. Het is ook meteen een slagerij zien we. De man staat voor zijn winkel heel veel stukken kip in stukken te hakken alsof hij een koe aan het slachten is. Zijn schort zit onder de bloedspetters. Hij hakt stukken kip in kleine stukken waarbij we ons telkens weer verbazen dat hij alle vingers nog heeft.

Eind van de middag komen we in ons hotel in Malakka aan. Malakka staat op de Unesco werelderfgoedlijst. Het heeft een lange koloniale geschiedenis en ook een stuk Nederlandse geschiedenis. Ons hotel heet niet voor niks Stadhuys.

Het hotel ligt vlakbij het ‘Dutch Square’. Op het Dutch square staan heel veel riksja’s verzameld rond de fontein. Maar geen gewone riksja’s. Ze zijn opgetuigd met poppetjes en pluche beesten van striphelden van kinderen. Zoals Hello Kitty en Superman. Je wordt dan in zo’n ding een rondje gereden door de stad. Tot nu denk je nog, oké niet zo heel vreemd. Dat kan nog in redelijke anonimiteit. Maar zodra je instapt, zet de fietser een schakelaartje om en gaan er discolampjes aan, schalt er harde discomuziek uit de boxen die tot dan redelijk verborgen leken en rijd je dus voor …. door de stad. Hierin willen wij niet gezien worden. Gelukkig zijn we het wat dat betreft heel vaak eens.

  • Facebook
  • Twitter

NEDERLANDSE CULTUUR

9 februari 2018

Oorspronkelijk woonden in Malakka aan de oever de rivier vissers. De legende is dat een hindoeprins uit Sumatra Malakka heeft gesticht toen hij moest vluchten uit zijn land. Hij bekeerde zich al snel tot de islam. De stad groeide en bloeide en in de 15e eeuw vonden de Chinezen de stad interessant en maakten het een protectoraat van de Ming dynastie. Er werd gehandeld in specerijen en goud. De welvaart lokte de Europeanen. Een Portugese vloot van 19 schepen met aan boord 1400 soldaten onder leiding van Alfonso de Albuquerque uit Portugal bezette de stad. Van 1511 tot 1641 was Malakka in Portugese handen. Een replica van een van de toenmalige schepen ligt nog in de haven en kun je bezoeken. Het schip heet Flor de la Mar. Dat doen we maar als eerste. Op het schip wordt een stukje geschiedenis goed uitgelegd. De rol van de kapitein van een schip was enorm belangrijk. Kennis van het klimaat en de moesson was hard nodig. Malakka lag gunstig omdat het tussen China en India lag. Bij de noordwest moesson konden de schepen naar India varen en met de zuidwest moesson voeren de schepen naar China.

In 1641 werd Malakka veroverd door de Nederlanders geholpen door de sultan van Johor die meer met de Nederlanders dan met de Portugezen had. Malakka is 156 jaar in bezit van Nederland geweest.

De Nederlanders moesten Malakka overdragen aan de Engelsen. Pas in 1957 werd Malakka als een van de 13 staten van Maleisië onafhankelijk. De Nederlanders bouwden er een fort, een stadhuis en een Nederlands Hervormde kerk. Het stadhuis is het oudste Nederlandse bouwwerk in Azië. Het is nu een historisch museum. Het stadhuis en de kerk zijn rood geverfd, het stadhuis was ooit wit. Beide monumenten liggen aan het Dutch Square waar ook nog een kleine molen staat. Vooral de molen is een geliefd object voor een selfie van alle toeristen.

We slenteren verder door de Jonkerstreet die midden door China Town loopt. We bezoeken het Baba Nonya Heritage. Een groot woonhuis, dat nu een museum is en ooit van een rijke familie is geweest. Toen de Chinezen in grote getalen naar Maleisië trokken, gebeurde het uiteraard dat er gemengde huwelijken werden gesloten. Veel Chinese mannen (vaak afkomstig uit de provincie Hokkien) trouwden met een Maleisische vrouw. De kinderen die uit dat huwelijk geboren werden, werden Paranakan (hier geborenen) genoemd. De mannelijke nakomelingen werden Baba genoemd en de vrouwelijke nakomelingen Nyonya.

Het huis dat er aan de voorkant niet bijzonder mooi eruit zag, is van binnen prachtig. Het huis is slechts een meter of vijf, zes breed, maar wel zestig meter diep en bestaat uit twee verdiepingen.

De Paranakan hielden er bijzondere tradities op na. Een huwelijksceremonie duurde twaalf dagen. De bruid en bruidegom zagen elkaar op de eerste dag van de ceremonie pas voor het eerst. Een begrafenis duurde 7 tot 31 dagen, maar mocht nooit een even getal zijn.

Als we uitgekeken zijn komt een vrouw naar ons toe om te vragen hoe we het vonden en of we alles hebben gezien. De dame spreekt goed Engels en we kunnen het niet nalaten te vragen of zijzelf ook een Nyonya is. Nee, zij is 100% Chinees, maar wel al derde generatie in Maleisië. Ze vertelt dat de oudere Chinezen onderling nog steeds Chinees (Mandarijn) met elkaar praten. Zij praat met haar vrienden vooral Engels, omdat zij allemaal vooral Engels zijn opgeleid. De Indiërs praten met elkaar Tamil. Dus ook hier in dit land waar het op het eerste gezicht een multiculti-mix is, praten de mensen hun eigen talen en hebben ze hun eigen cultuur.

  • Facebook
  • Twitter

KORTE ETAPPE

10 februari 2018

We rijden vandaag weer langs mooie vissershaventjes waar de vers gevangen vis meteen wordt verkocht. Wat is dat toch altijd een heerlijk schouwspel om te zien. Totaal anders dan bij ons mogelijk zou zijn. Vrouwen stappen uit hun auto of van hun brommer en graaien in de bak met vis of ze bij de Hema in de uitverkoopbak staan te zoeken. Iedere vis wordt vastgepakt en teruggegooid. Wij zien geen verschil in de vissen die ‘s morgens vers zijn gevangen, maar de vrouwen betasten, knijpen en keuren iedere vis voordat die in een teiltje wordt gelegd. Als er voldoende vissen zijn gevonden, wordt er betaald en krijgen ze de vis mee in een plastic zakje. Het zakje wordt op de bijrijdersstoel gelegd en ze rijden zo weer weg. Ja inderdaad, zonder dat de handen worden gewassen.

We hebben vandaag weer wat onverharde stukken, maar dit keer is het nog minder dan een pad. Het begint nog leuk met een onverhard stuk dat nog op een pad lijkt, maar even later is het niet meer dan een dun karrenspoor dat langs een kanaal loopt. Nou heeft het al een paar dagen niet meer geregend dus het is goed te rijden. Tot we langs een koeienstal moeten. Daar blijkt dat ook hier de koeien wel eens buiten lopen, maar we kunnen met redelijk schone wielen en voeten door de shit komen. Spannender wordt het als de begroeiing dichter wordt. In de routebeschrijving stond dat we hier weer varanen tegen konden komen. Het pad gaat soms ook heel link dicht langs de waterkant. Gelukkig komen we allebei goed aan het eind van de onverharde weg.

Evan later rijden we toch wat relaxter weer op een mooie asfaltweg. ‘Even links en dan rechts de brug over.’ Brug over?? Hier is geen brug. Ze zijn er even geleden hier ook achter gekomen dat er geen brug was en zijn begonnen met de aanleg. Maar dat duurt nog even hoor. Terug, en een nieuwe route vinden. Is leuk en we vinden een alternatief.

Om half twee rijden we Muar binnen. Een drukke plaats dat het culinaire hoogtepunt moet worden van onze Maleisië reis. We hebben een leuk modern hotel. Het is een heel oud gebouw dat vorig jaar is gerenoveerd en dat heel modern is ingericht. Super leuk. Echt een hotel waar we ons lekker bij voelen. Onze wasbak is gemaakt op het onderstel van een naaimachine.

We gaan vanavond naar een goed Japans restaurant. We krijgen meteen de kaart, een plankje met briefjes en een futuristisch apparaatje met een knopje voor ‘call, bill en cancel’. Wat geinig! We moeten zelf de nummers uit de kaart noteren wat we willen eten. We vullen een van de velletjes in met iets te drinken, voorgerechten en twee hoofdgerechten. Dat gaat dan zo van T2, Y7, K9, 2 x B3 en Z2. We drukken op het belletje en in no time staat die Japanner voor onze neus, alsof hij heeft staan wachten op de bel. We zeggen er nog bij twee voorgerechten en twee hoofdgerechten. Dan komt het goed denk je dan. Helaas. De volgorde is voorgerecht, hoofdgerecht, voorgerecht, hoofdgerecht. Jammer voor een goed restaurant, maar wel heerlijk gegeten. Ook wel weer leuk om met stokjes te eten.


  • Facebook
  • Twitter

 

DE VAART ER IN

11 februari 2018

Vandaag een tocht van een kleine 70 km. We gaan weer vroeg op pad, want dat is toch het heerlijkst fietsen met de warmte. We zijn al snel de stad uit en rijden weer door plantages, langs kanalen, vissershaventjes en af en toe zien we een kleine varaan. Het is met die varanen hetzelfde als met de apen. Als we ze zien, net zijn gestopt, de camera te voorschijn hebben gehaald en inzoomen voor een mooie foto zijn ze ineens weg. Dat apen snel zijn wisten we al, leguanen en varanen ogen dan wel heel traag, ze kunnen supersnel lopen.

We hebben er vandaag behoorlijk de vaart in, terwijl we toch een flinke wind tegen hadden. Om half twee arriveren we bij het hotel, dat we voor deze keer van te voren hadden geboekt. Het lastige hier is dat alles eenrichtingsverkeer is en we een leuk hip koffietentje waar we net langs fietsten, zo snel niet meer terug kunnen vinden. Dan maar eten bij een Thais restaurant, alleen op de menukaart is er geen Thais gerecht te bekennen. Dan maar allebei fried rice. Wel zo veilig en genoeg als lunch.

Op de terugweg komen we weer langs de koffietent. Grappig, want de koffie komt hier uit de buurt en noemen ze koffie van Elefant beans. Deze bonen zijn namelijk de grootste koffiebonen ter wereld (stel je er niet teveel van voor hoor, het scheelt millimeters) en ze zijn wat bol van vorm, zoals een olifant. De koffie smaakt in ieder geval heel goed en het is binnen lekker koel. Als we zeggen dat ze de lekkerste koffie hebben van heel Maleisië zijn ze de bediendes zo trots als een pauw.

We gaan op de fiets naar Seaview, het grote Chinese restaurant. Het is maar goed dat we gereserveerd hebben want een bord ‘full house’ geeft aan dat het helemaal vol is. Als we eraan komen, herkennen ze ons al en staat er al een tafel gereserveerd met een keurig naambordje. Na drie weken Maleisië en meestal eten bij de Chinees krijgen we zo langzamerhand door wat je moet eten bij de Chinees. We kiezen voor twee gerechten met vis en een groentegerecht en samen een grote Tiger beer met de gebruikelijke miniglaasjes. Het meisje schenkt het bier in als wijn. Zodra we slokje hebben genomen, staat ze al weer achter ons en schenkt ze het bier heel voorzichtig bij, zodat er geen schuim op komt.

Ze nemen ons niet helemaal serieus want onze stokjes zijn ineens weggehaald, dus we vragen om nieuwe chop sticks. We hebben van alles small besteld (Je kunt hier S, M en L) bestellen. Maar het lijkt allemaal wel tenminste medium. Het smaakt heerlijk. Dit is het beste eten tot nu toe in Maleisië.

  • Facebook
  • Twitter

PECH EN MAZZEL MET HET WEER

12 februari 2018

Het is vandaag onze langste etappe in Maleisië. We karren vandaag bijna 100 km en komen steeds dichter bij Singapore. We hebben een route die recht naar het zuiden gaat door mooie natuurgebieden en ook stukken langs wat drukkere wegen. Onze route is mooi, maar wel steeds meer van het zelfde. Omdat het wegennet alleen langs de kusten heel uitgebreid is, rijden we door veel hetzelfde soort natuur. Veel oliepalmplantages langs kleine kanalen, af en toe langs een vissershaventje.

Rond half twaalf besluiten we maar te lunchen omdat we niet zeker weten of er nog andere gelegenheden op onze route komen. Bij een aardige vrouw vragen we wat fried rice and fried noodles. We gaan weer verder en hebben er lekker de gang in. We lossen elkaar wel af op kop om allebei ook even uit de wind te rijden. Als je een etappe van bijna 100 km voor de kiezen krijgt kan je beter ook maar een beetje doorrijden. Hoewel de zon zich af en toe achter de wolken verschuilt wordt het steeds warmer.

We hebben een leuk trendy nieuw hotel. Morgen fietsen we naar de grens met Singapore. We hebben besloten om de etappe naar Singapore te splitsen. Aan de grens kan het behoorlijk druk zijn. En dat is in de middag met deze warmte niet leuk. Daarom hebben we een overnachting geregeld in een stad nog aan deze kant van de grens. Het is de hoofdstad van de provincie Johor waar we nu doorheen fietsen. De dag erna kunnen we dan in de ochtend naar Singapore.

Je merkt al enkele dagen dat iedereen al met het nieuwjaar bezig is. In hotels en restaurants worden steeds meer rode lampen en andere versieringen opgehangen. De kledingwinkels hebben rode kleding. Het is hier de gewoonte om aan vrienden en familie een nieuwjaarspakket te geven. Je neemt dan mandarijnen mee, een rood envelopje met geld of een nieuwjaarspakket. De winkels staan er vol van de een nog groter dan de ander. Ook staan de winkels vol met dozen mandarijnen. Geïmporteerd uit…. China.

  • Facebook
  • Twitter

LAATSTE FIETSETAPPE IN MALEISIË

13 februari 2018

Vandaag onze laatste fietsetappe in Maleisië. Het plan is om vlak voor de grens te slapen, zodat we morgen vroeg de grens over kunnen naar Singapore. Het is vandaag zo’n 55 km, maar we komen steeds dichter bij Singapore en het wordt dus drukker. Veel drukker. AWOL probeert altijd wel zo veel mogelijk nog kleine weggetjes te zoeken die de drukte vermijden en dat lukt nog aardig ook het eerste stuk.

Het laatste stuk van de route rijden we op de zijstroken van de snelweg. Iets wat bij ons in Europa ondenkbaar zou zijn, maar wat hier gewoon kan en waar de chauffeurs ook rekening mee houden. Het is wel heel druk en eigenlijk soms ook levensgevaarlijk. Op de op- en afritten moeten we tussen de auto’s laveren om gewoon recht door te kunnen. Het is even zoeken welke afslag we moeten nemen, maar het gaat meteen goed en met de GPS rijden we meteen naar ons hotel met de naam Galaxy Twin Towers. Maar……. we zien geen receptie, alleen een soort balie van een autoverhuurbedrijf. Als we het daar vragen, blijkt dat dit een gewone woontoren is, maar die wel heel vaak via AIR BNB en Booking.com worden gereserveerd. Oeps niet goed opgelet. De mannen zijn heel bereidwillig en bellen voor ons de contactpersoon. Zij is niet in de buurt, en vraagt of we niet eerst kunnen gaan lunchen. Dat doen we dan maar. Het is toch al lunchtijd. Als we tegen enen terugkomen komt onze contactpersoon net aanlopen. Een aardige Chinese dame met de naam Jan legt ons alles uit en brengt ons met fiets en al naar een supermooi appartement op de 21e etage. We hebben een prachtig uitzicht op de stad, er is een zwembad op de 8ste verdieping.

De rest van de middag liggen we lekker aan het zwembad. Het zwembad is zo kunstig gemaakt dat het net lijkt alsof het water zo van de rand van het gebouw naar beneden loopt en dat je zo van de woontoren af kunt zwemmen. Heel bijzonder. Jammer dat het water steenkoud is.

Er is hier in het gebouw ook een Koreaans restaurant, dus na de Japanner, de Chinees is het vanavond Koreaans eten.

  • Facebook
  • Twitter

TOTALLY LOST IN SINGAPORE

14 februari 2018

Ons prachtige appartement zit vlakbij de grens en we moeten alleen even terug naar de Causeway. We moeten richting Woodlands. Dat is dus Singapore! Gelukkig geeft onze gps precies aan waar we zijn en waar we naar toe moeten. We vinden toch nog snel de oprit naar de Causeway en gaan richting grens. Eerst langs de grens van Maleisië. Omdat heel veel Maleisiërs werken in Singapore hebben ze aparte stroken gemaakt voor auto’s en voor brommers. Wij schuiven aan bij de brommers. Er staan er nu al zeker honderd. Gelukkig moeten zij de motor afzetten en zijn er ook heel veel hokjes open die de paspoorten controleren. Als we aan de beurt zijn is het een kwestie van een stempel in het paspoort en dan de volgende. Zo dat gaat snel. Dan is er een heel stuk niemandsland en rijden we over een gigantische brug het water over. Singapore is namelijk een eiland. Even later staan we weer in eenzelfde rij voor de douane van Singapore. Dit is anders. Als we eindelijk aan de beurt zijn, wordt de foto in het paspoort wel heel erg goed gecontroleerd met het mannetje dat voor het loketje staat. Dus bril af en vooral niet lachen. Want zo sta je ook in het paspoort. We moeten wel een kaart invullen. We zien de rij achter ons aanzwellen. Het is gelukt. De ingevulde kaart is goed bevonden, stempel erop en fietsen maar.

Na alle formaliteiten hebben we de keus uit wel vier wegen. Op niet een bord staat Singapore city. We stoppen even om onze paspoorten goed op te bergen, maar we worden door een agent gemaand om door te rijden. We mogen daar niet staan. Waarom is ons onduidelijk. We zijn op basis van de gps redelijk overtuigd dat we de baan rechtdoor moeten hebben. Nou dat was de verkeerde keuze. Het is zo druk dat teruggaan absoluut geen optie is. We zitten op de snelweg. Dat was in Maleisië geen probleem maar hier wel. In Singapore is het boetebeleid rigoureus. We proberen wel zo veel mogelijk links te rijden maar even later stopt er een donkerblauwe BMW voor ons. Er stapt een gedistingeerde man uit en hij stelt zich voor als een police officer. Hij vroeg ons in perfect Engels waar we heen gingen en dat we hier niet mochten fietsen. Nou dat hadden we ook al door natuurlijk, en we vertelden dat we naar Singapore city wilden. Tja, dat is nog wel een eindje fietsen zien we hem denken, maar hoe? Nou daar heeft hij ook even geen antwoord op maar we moesten wel zo snel mogelijk van deze weg af. Even later nemen we een afrit. Dat dachten we. We schieten zo weer de volgende snelweg op. Allerlei scenario’s gaan door ons heen. Zo worden we nog opgepakt. Dat wordt zorgelijk.

Na een kilometer of drie kunnen we van de snelweg af en staan we ergens in een van de buitenwijken van Singapore. Precies aan de andere kant van waar we moeten zijn! We houden een brommer aan en vragen naar Singapore city. “City?? Oh, wow that is far away!” Hoe komen we ooit weer aan de andere kant van Singapore. We heb een omweg op de gps gevonden. We moeten wel wat omrijden, maar beter dat en veilig dan allerlei risico’s nemen. We fietsen over nog altijd drukke wegen, maar geen snelweg. Na wat omzwervingen weten we de originele route weer op te pakken. Maar nu krijgen we omleiding na omleiding. In Singapore liggen overal fietspaden. Zeggen ze. Dat klinkt natuurlijk geweldig, maar het zijn smalle betonpaden met elke drie meter een putdeksel, en met vierkante bochten. De paden gaan over de stoepen waar mensen lopen, voor bushokjes langs en soms staat er ineens een dikke boom of een paal op het fietspad. Je kunt er dan nauwelijks omheen. En….. op elke hoek een stoplicht. Maar ja weinig keuze, want we hebben geen zin in een dikke boete. Uiteindelijk vinden we ons hotel en hebben we 15 kilometer omgereden.

  • Facebook
  • Twitter

SINGAPORE

15 februari 2018

Vandaag gebruiken we de fiets om Singapore te bekijken. Wel zo makkelijk. Niet zo vermoeiend als slenteren door de stad en je bent overal zo. We gaan eerst naar de rivier waar de Merlion staat. Hét beeld van Singapore. Het is half leeuw en half vis. Het water spuit uit zijn bek. Het is een drukte van jewelste al zo vroeg in de ochtend en iedereen wil natuurlijk met Merlion op de foto. Het valt ons altijd op dat sommige Aziaten (we denken Korianen en Japanners) hysterisch kunnen doen als ze een belangrijke bezienswaardigheid zien en met de meest gekke poses vereeuwigd willen worden. Het ziet er heel komisch uit. Ze gaan zo staan dat het net lijkt dat ze het water van de Merlion opvangen in hun hand of in hun mond. Wij doen maar gewoon en vereeuwigen onze fietsen voor de Merlion. Die zijn inmiddels in heel wat landen geweest.

Het is heerlijk fietsen zo langs het water. Rondom de Marina Bay is een fiets/wandelpad aangelegd van 3,8 km. Net als in Kuala Lumpur staan hier heel veel hoge gebouwen. Maar hier in Singapore zijn er wat meer bijzondere gebouwen: een museum in de vorm van een lotusbloem, drie hoge torens met iets wat op de vorm van een boot lijkt erbovenop gelegd, twee gebouwen in de vorm van een doerian, en diverse bijzondere bruggen. De oude koloniale gebouwen die er ook nog zijn uit de tijd van de Engelse bezetting vallen er gewoon een beetje bij in het niet. We zien heel veel toeristen, maar ook heel veel westerse mensen die hier wonen. Tussen de middag komt iedereen de hoge kantoorgebouwen uit om te lunchen. Alles is duur. We spotten de ene Ferrari na de andere. Ook Porsches zien we regelmatig. En er zijn zoveel shoppingmalls!

Singapore is in het koloniale tijdperk niet bezet geweest door de Portugezen en de Nederlanders. Zij hadden de noordelijke provincies van Maleisië tot en met Malakka. Dat was een belangrijke haven van de Nederlanders. Er gebeurde die tijd niet zoveel in Singapore, er woonden slechts 1000 mensen. In 1819 liet een Brit Stamford Raffles zijn oog op Singapore vallen als uitvalsbasis voor de Engelse handel. Singapore betekent eigenlijk stad van de leeuw. Het is het zuidelijkste puntje van het schiereiland Maleisië en het is eigenlijk een eiland van 700 km2. Tijdens de tweede Wereldoorlog is het bezet geweest door de Japanners, maar daarna is het weer in Britse handen gekomen. Pas in 1959 werd het een onafhankelijke staat. Het hoort dus ook niet bij Maleisië.

Vandaag eindigt onze fietsreis van 4 weken door Maleisië. Van Maleisië hadden we gedacht dat het een soort Thailand zou zijn, maar dan nog wat luxer. Eigenlijk is Maleisië één grote jungle. Daar waar de jungle gekapt is, zijn oliepalmplantages ontwikkeld. Het is een multiculti samenleving. Vooral in de noordelijke provincies leven zoveel Chinezen (soms wel 45%) dat je soms denkt dat je in China bent. Veel hotels, bedrijven en handelshuizen zijn Chinees. Het eten was erg afwisselend. Overdag hebben we vaak Maleisisch gegeten en ‘s avonds vaak Chinees en in de grotere plaatsen was er altijd wel een Little India waar we heerlijk Indiaas konden eten. Ook was het interessant om meer van de koloniale geschiedenis van Maleisië te weten. Maleisië heeft overwegend een moslimbevolking. Veel moskeeën dus in plaats van boeddhistische of hindoetempels wat we op onze andere reizen in Azië gewend zijn.

  • Facebook
  • Twitter