Noord-Thailand met kinderen

FAMILIE KLEINHUIS

  • Facebook
  • Twitter
Hè hè, eindelijk zitten we (Erik, Marieke, Jona (9) en Adriaan (6)) dan in de trein. Het kost toch altijd veel tijd voordat je alles hebt ingepakt en het huis hebt opgeruimd. En als je er dan ook nog op zondag achter komt dat je de doos voor de aanhangfiets bent vergeten te regelen…, dan duurt het nog wat langer. Dus op maandagochtend eerst naar de supermarkt om dozen te scoren (want de fietsenmaker is niet open), zodat we daarvan op Schiphol een doos voor de aanhangfiets kunnen maken.
Via Singapore vliegen we door naar Chiang Mai, alwaar we worden opgewacht en naar het hotel worden gebracht, een fijn hotel met zwembad. De jongens vergeten direct dat ze moe zijn en kunnen niet wachten om lekker in het water te plonzen. Het hotel ligt op loopafstand van de oude stad, en we kunnen er goed bijkomen van de reis, de jetlag en het warme, vochtige klimaat. Natuurlijk gaan we ook de stad verkennen, zowel lopend als per fiets. De stad bevalt ons wel, met de oude stadsmuren, veel tempels en leuke restaurantjes. Chiang Mai trekt sinds een aantal jaar ook een miljoen Chinese toeristen per jaar, doordat er een populaire Chinese film (Lost in Thailand) is opgenomen. In Chiang Mai bezoeken we de eerste tempels, er zullen er nog veel volgen, maar we blijven ze mooi vinden. Ook de jongens vinden altijd weer interessante dingen om te zien en te doen in en bij de tempel, zoals het tellen van de monniken die er rond lopen, of net doen alsof je op de gong slaat. Zelf merken we trouwens dat wij met onze fietsen, en vooral Adriaans aanhangfiets, ook een echte attractie zijn. We zwaaien wat af, en worden iedere dag een flink aantal keer op de foto gezet, maar dat is alleen maar leuk natuurlijk.

  • Facebook
  • Twitter
Na twee dagen Chiang Mai gaan we met twee busjes (één voor ons en één voor de fietsen) naar een plaats zo’n 100 km ten noorden van Chiang Mai. Hier hebben we voor twee nachten een bungalow gehuurd. 20 km voor de plaats van bestemming wordt één van de busjes bij een checkpoint tegengehouden. De chauffeur heeft niet de juiste papieren om met dit busje buiten Chiang Mai te rijden, en dus moeten alle fietsen en wij zelf in 1 busje. Met wat fietsen op het dak lukt dat uiteindelijk prima. We lopen ’s middags naar de tempel in de buurt. We klimmen de vele trappen (meer dan 500) en horen hoe oorverdovend de jungle kan zijn, maar welk dier nu dit geluid maakt?
De volgende dag lopen we de nature trail die vlakbij ons verblijf begint en eindigt bij de grotten. Het is een mooie tocht dwars door de jungle, maar wel een uitdaging, want het is door de regen van de vorige dag enorm glibberig geworden. Uiteindelijk moeten we er allemaal aan geloven, maar het ziet er wel stoer uit zo onder de modder. Natuurlijk gaan we ook de grotten in, samen met een gids met een olielantaarn.

  • Facebook
  • Twitter
Na vijf overnachtingen gaat het fietsen dan echt beginnen. We regelen een taxibusje dat ons een stuk op weg brengt, over de bergen heen, zodat we het eerste stuk rustig kunnen beginnen. We hadden onze reis van te voren met AWOL helemaal doorgesproken, omdat we natuurlijk wel wat aan de route zouden moeten aanpassen. Jona is 9 en moet zelf fietsen, maar dan moet het natuurlijk voor hem wel te doen zijn, maar met de aanpassingen van AWOL was dat ook absoluut het geval. De eerste etappe van 40 km naar Fang blijkt erg goed te doen te zijn. Een mooie route, lekker rustig en het is met zo’n 25 graden ook absoluut niet te warm (in Nederland was het op dat moment warmer). Alleen het laatste stuk over de grote weg is wat vervelender fietsen, niet omdat het onveilig is, maar door het lawaai en de hitte van het asfalt is het gewoon vermoeiend fietsen (het was inmiddels weer rond de 30 graden erg vochtig). De Thai rijden altijd erg voorzichtig om ons heen, op de drukke wegen rijden we altijd achter elkaar en Jona in het midden, dat gaat prima.

Na één nacht in Fang te zijn geweest fietsen we door naar Tha Ton. Hier besluiten we een paar nachten te blijven, zodat we wat uitstapjes kunnen maken in de omgeving.
We bezoeken een theeplantage, waar we ook thee proeven. De theeplantage ligt hoog in de bergen, tegen de Birmese grens aan, door de hoogte is het er net wat koeler. In dit gedeelte van Thailand wonen veel Chinezen. Het plaatsje Mae Salong werd in 1961 gesticht door strijders van de Kwomintang. Deze strijders waren in 1949, na de Chinese revolutie, naar Birma gevlucht, maar werden in 1961 gedwongen het land te verlaten en kwamen zo dus in Thailand terecht. Na zich eerst flink wat jaren met de opiumhandel bezig te hebben gehouden, is deze nu grotendeels verdwenen uit dit gebied en vervangen door onder meer koffie- en theeplantages. Erik heeft inmiddels behoorlijk last van zijn darmen gekregen, dus besloten we nog een dag langer in Tha Thon te verblijven, maar dan wel te verhuizen naar het spiksplinternieuwe hotel met zwembad van de ondernemende Chinese dame waarmee we ook de dagtocht naar de theeplantage hadden geboekt. We kregen een mooie familiekamer en de jongens konden zich weer heerlijk uitleven in het zwembad.
Met de fietsen op de boot vertrekken we na drie dagen uit Tha Thon. De boten varen op een automotor met een verlengde kruikas met daaraan de schroef. De boten maken flink veel herrie maar gaan wel snoeihard. Eerst bezoeken we nog een hot spring en een bergvolk aan de rivier, om vervolgens te eindigen bij een bungalow van My Dream. Een mooie paradijselijke plek aan de Mae Kok rivier.

  • Facebook
  • Twitter
Vanaf My Dream fietsen we verder richting Chiang Rai. Hier moeten we voor het eerst echt even flink klimmen en ook nog eens in de volle zon! Jona doet het prima! Onderweg stoppen we natuurlijk bij het olifantenkamp om even een ritje te maken (het schudde wel, maar zeeziek werd je er niet van) en bananen te voeren. Dit olifantenkamp wordt gerund door mensen van de Karenstam. Vroeger werden de olifanten gebruikt voor de landbouw, nu voor toeristen.

In Chiang Rai kwamen we bij toeval terecht in een café-restaurant van een christelijke hulporganisatie, die tevens een kapsalon runde. In het café en de kapsalon werden meisjes van bergstamvolkeren uit de buurt opgeleid om hen zo een betere kans in de maatschappij te geven. Erik durfde het wel aan om daar naar de kapper te gaan, met uitstekend resultaat. De koffie en het eten waren ook erg lekker.

Vanuit Chiang Rai gaan we een halve dag met een gids en chauffeur op pad. Weer bij de olifanten langs en vervolgens nog naar twee hilltribe dorpjes. Uiteindelijk konden de jongens en Erik ook nog lekker even plonzen bij een waterval.

  • Facebook
  • Twitter
Na een aantal dagen Chiang Rai is het weer tijd om te fietsen, de volgende etappe is 68 km. Dat vinden we wat veel, dus laten we ons de eerste 24 km wegbrengen. Daarna zelf fietsen, in de regen deze keer. Tot nu toe hebben we met fietsen veel geluk gehad, slechts één keer hebben we ’s ochtends hoeven wachten tot het droog werd, en de rest hebben we tot nu toe droog kunnen fietsen, maar nu moeten we er toch echt aan geloven. Erik is ergens onderweg zijn spatlap verloren, waardoor Adriaan er wel heel erg stoer uit kwam te zien door alle opspattende modder. Uiteindelijk hebben we bij een uitstekende fietsenmaker er een nieuwe spatlap op laten zetten. Onderweg hebben we trouwens ook onze eerste lekke band, maar die is gelukkig zo weer geplakt. We stoppen onderweg om een spiksplinternieuwe tempel met daarbovenop een enorme Boeddha te bezichtigen (gebouwd met Chinees geld). We vinden het altijd erg leuk om de lokale markt te bezoeken om te kijken wat er allemaal voor bijzonders aan etenswaren te koop is. En ’s avonds natuurlijk altijd lekker eten bij een eetstalletje.

Onderweg komen we een klim tegen van 9%, en dat 700 meter lang. Dat wordt dus in etappes. Een stukje fietsen en dan weer even op adem komen, tot de bocht, en weer even uithijgen (Adriaan hijgt hard mee, maar eigenlijk trapt hij vooral hard mee als we weer afdalen, om dan te kijken of we het snelheidsrecord kunnen verbreken). Het is vermoeiend, maar we komen boven.

  • Facebook
  • Twitter
Inmiddels hebben we ook de yoghurtjes van Seven Eleven ontdekt. We proberen altijd vroeg te gaan fietsen en dan een eerste stop te houden met een yoghurtje en als we het hebben ook wat fruit. Verder hebben we ook altijd een brood, jam en kaas bij ons, voor als we dringend wat energie nodig hebben (dat is wel een van de grote verschillen met het fietsen op Bali en Lombok, daar waren geen supermarkten). We lunchen altijd bij restaurantjes of eetstalletjes die we onderweg tegenkomen. Altijd lekker, al weet je niet altijd wat je nou precies bestelt.
Op het drielandenpunt van Thailand, Laos en Birma bezoeken we het opiummuseum.

Chiang Saen vinden we een verrassend leuk stadje, of eigenlijk meer plaatsje, langs de rivier de Mekong. Het heeft nog een deel van de oude stadsmuren uit de tijd dat het een Lanna koninkrijkje was (vanaf 1328). In 1558 werd het stadje, dat toen veel meer inwoners had (zo’n 200.000) dan de ongever 47.000 nu, veroverd door Birmezen. In 1804 moesten tijdens een verovering de inwoners de stad verlaten, waarna het zo’n 100 jaar onbewoond was, tot het begin van de twintigste eeuws. Het leuke aan het stadje is dat er nog veel van de oude stadsmuren en de poorten bewaard is gebleven, zelfs met Engelstalige informatiebordjes erbij. Daarnaast heeft het ook een uitstekend stadsmuseum. ’s Avonds kan je er heerlijk vis eten aan de rivier, met bijna alleen maar locals, want toeristen waren er nauwelijks. In het hotel waren we dan ook de enige gasten (niet voor het eerst tijdens deze vakantie).

Van Chiang Saen fietsen we via het fraai gelegen en luxe opgezette Rai Saeng Arun Resort naar Chiang Khong. Het resort heeft bungalows die uitkijken over de rijstvelden. Je moet er wel wat voor klimmen, maar dan heb je ook wat. ’s Avonds kunnen we heerlijk eten op ons eigen terras. Allemaal ecologisch en zoveel mogelijk ter plekke gekweekt, geoogst en bereid. De buitendouche was natuurlijk ook een echte attractie!

  • Facebook
  • Twitter
In Chiang Khong gaan we een stukje met de tuktuk, toch leuk om een keer te doen. We laten ons naar de plek brengen vanwaar boten naar Laos vertrekken. Voorheen was dit altijd een erg druk punt, met veel backpackers. Maar sinds de opening van de nieuwe brug een stukje verderop, wordt de boot nog maar weinig gebruikt, behalve dan door locals. We hebben wel zin om een stukje te varen, maar dat blijkt nog knap lastig. Uiteindelijk via twee handige jongens van een lokale travel agent toch een boottochtje geregeld op de Mekong. Daarna de fietsen op de bus, en op weg naar Chiang Rai.

In Chiang Rai blijven we weer een paar dagen. We fietsen naar de Witte Tempel (Wat Rong Khun). Oh, hier zijn dus alle toeristen! Het is voor het eerst tijdens onze reis dat we op een echt toeristische plek uitkomen. Maar het is dan ook een schitterende tempel. Gebouwd door de in Thailand wereldberoemde Thaise kunstenaar Chaloemchai Khositphiphat, maar hij is nog lang niet af. Naar verwachting zal pas in 2070 het hele tempelcomplex, met negen gebouwen, helemaal af zijn. Als tegenhanger van de Witte Tempel bezoeken we ook Baan Dam, de Black House. Ook deze is gebouwd door een kunstenaar en is een ‘work in progress’.

Na een paar dagen Chiang Rai is het weer tijd om door te fietsen. We komen weer in een erg leuk plaatsje. Mooi hotel, met een zwembad op de vierde verdieping. Deze plaats ligt aan een meer waar wel wat te doen is. Met een bootje naar de verdronken tempel, lekker eten aan de waterfront, een geschiedenismuseum en als grootste attractie: volwassen mannen die zelfgebouwde vliegtuigjes en speedbootjes laten rondvliegen en varen. De jongens zijn er niet bij weg te slaan.
Waar we ook erg van kunnen genieten in Thailand zijn de lokale coffeeshops. Je kunt er echt goede cappuccino’s en chocolademelk krijgen en vaak ook nog heerlijke taartjes. Deze zaakjes zijn echt voor de lokale Thai opgezet, want toeristisch zijn deze plekken niet. Een heel verschil met Lombok en Bali.

  • Facebook
  • Twitter
De volgende dag laten we ons eerst naar het uitkijkpunt brengen, op 891 meter hoogte, dat scheelt toch weer heel wat klimwerk. Maar ook daarna blijft het zwaar fietsen, maar het is wel een schitterende tocht. Het lukt Jona om alles te fietsen, we zijn echt supertrots, en hij ook. In Mae Khajaan nemen we onze intrek in een gloednieuw hotel. De zoon des huizes blijkt zijn studie als ingenieur te hebben moeten opgeven om zijn vader te helpen met het hotel. Hij had daar eigenlijk niet zo’n zin in en vindt het ook niet erg leuk werk, maar ja, vaders wil is wet. Omdat hij de volgende ochtend toch naar zijn vriendin in Chiang Mai gaat geeft hij ons een lift zo’n 40 km verder. Hierdoor kunnen wij in één dag naar Chiang Mai fietsen. De weg naar Chiang Mai voert eerst over een behoorlijk drukke weg, daarom besluiten we om van de route af te wijken. Waar we geen rekening mee hebben gehouden is dat we daardoor weer behoorlijk moeten klimmen. Vooral voor Jona is het soms erg zwaar. Maar gelukkig is het laatste stuk weer vlak en fietsen we na 68 kilometer weer de straat van ons hotel met zwembad binnen. We hebben nu nog vier dagen in Chiang Mai, maar die zijn zo voorbij, snik!

In Chiang Mai laten we ons natuurlijk masseren (de jongens genieten er ook erg van). Verder is het ook tijd om souvenirs in te slaan. Erik wil graag een echt Thais fietsshirt, we komen via via uiteindelijk bij een fietsenmaker terecht die een heel assortiment aan fietsaccessoires heeft, erg leuk om te zien. We zijn ergens onderweg het vlaggetje van Adriaans aanhangfiets kwijtgeraakt. Wanneer we aan de eigenaar van de winkel vragen of hij wellicht een Thaise vlag heeft die we kunnen kopen, vindt hij dat zo leuk, dat hij er ons één cadeau doet.
De dag voordat we vertrekken hebben we nog een auto met chauffeur, waardoor we een aantal attracties net buiten Chiang Mai kunnen bezoeken.

Na vier weken is het dan echt voorbij. Wat een heerlijke vakantie.