Fietsreis in Myanmar

HANS EN FABIENNE BUIJING

Vrijdag 26 en zaterdag 27 december 2014
Na zo’n 12 uur vliegen landen we in Singapore voor een korte tussenstop. De vlucht naar Mandalay is gelukkig maar twee uur, met nog een tussenstop in Yangon. Op het vliegveld in Mandalay komen de fietsen binnen via de zijdeur. Een van de dozen is kapot maar de fietsen lijken helemaal onbeschadigd. In de ontvangsthal staan twee aardige mannen ons op te wachten met een bordje met onze namen en welkom in Myanmar. Er staat een luxe Toyota Van en een vrachtauto voor ons klaar. Maar eerst beproeven we ons geluk bij een van de pinautomaten. De meesten schijnen het niet te doen in Myanmar. We hebben bij de eerste al meteen geluk. We pinnen meteen 300.000 kyat. Spreek uit als tsjaad. En we krijgen een hele stapel briefjes. Het is ongeveer 240 euro waard. We pakken maar meteen de fietsen uit bij de ingang van het hotel. Geen probleem hier en meteen maakt iedereen een praatje met ons. We krijgen veel reacties: “fietsen, o dat moeten Nederlanders zijn”. Onze fietsdozen worden opgeslagen in een grote garage.

Zondag 28 december 2014: Mandalay op de fiets (30km)

  • Facebook
  • Twitter
Na een heerlijk uitgebreid ontbijt pakken we de fietsen om Mandalay te bezichtigen. We rijden eerst naar het koninklijk paleis en de tuinen eromheen. Geweldig mooi om te zien hoe de cultuur hier bewaard is gebleven. De rijkdom van twee eeuwen geleden steekt in schril contrast af met het heden. Het ziet er allemaal wel heel fascinerend uit. Het koninklijk paleis bestaat uit heel veel gebouwen. Het grootste gebouw was van de koning. De andere gebouwen waren van de koningin en de vele andere vrouwen van de koning. Zo te zien, hield hij er wel heel veel dames op na. Na de lunch gaan we naar Mandalay Hill. Dat kun je te voet doen, maar wij doen dat natuurlijk met de fiets. We vragen het nog even voor de zekerheid na bij een gids. ” O yeah that’s possible but very steep sir, very hard”. We wagen het er maar op en inderdaad hij had gelijk het is steil, zo’n 200 meter omhoog een steil zigzagpad met slecht asfalt omhoog. Gelukkig hebben we een heel klein verzetje op onze fiets. Boven bezoeken we een mooi tempelcomplex, met een prachtig uitzicht over Mandalay. Na Mandalay Hill dat in het noorden van de stad ligt, crossen we bijna helemaal naar het zuiden. Daar is Maha Muni Buddha, de mooiste Boeddha van het land, helemaal vol geplakt met 225 kilo bladgoud. Als je het complex binnenkomt heeft het eerder wat weg van een bazaar met allerlei winkeltjes. Maar eenmaal binnen zie je veel mensen heel devoot bidden. Aan het eind van de middag fietsen we langs een wijk waar Boeddha’s worden gemaakt. Met boor- en slijptollen worden uit stukken steen de mooiste Boeddha’s geslepen. De mannen zijn wit van het stof.

Maandag 29 december (50 km)
DE U-BEIN BRIDGE EN MONNIKEN VOEREN

  • Facebook
  • Twitter
We rijden meteen dwars door het centrum van Mandalay richting de Ayeyarwady rivier (ook wel Irrawady rivier genoemd). De grootste rivier van Birma, die loopt van China naar India. Langs de rivier liggen verschillende boten voor een overtocht naar Bagan. Naar Bagan is een paar uur varen. Wij gaan met een omweg en doen er vier dagen over met de fiets. Rond tien uur rijden we Amarapura binnen. Hier is een heel groot klooster waar de monniken dagelijks om 10.30 uur gaan eten. Bijzonder is dat hun eten wordt betaald uit giften en donaties. Gedisciplineerd staan meer dan 1000 monniken, groot en klein in de rij en wachten op de rijst. Met een bord rijst zoeken ze allemaal hun eigen plek en wachten tot iedereen zijn eten heeft. Stil en nagenoeg zonder geluid wachten ze allemaal heel geduldig tot ze kunnen gaan eten. Na een half uurtje fietsen zien we de wereldberoemde u-bein brug. De langste teakhouten brug ter wereld. We mogen niet over de brug fietsen dus stallen we onze fiets voor 8 cent en we lopen een stuk de brug op. Na nog een paar mooie foto’s rijden we door naar Sagaing. In ons hotel hebben we weer problemen met dollars die gevouwen zijn geweest. De aardige receptioniste blijft lachen en vriendelijk kijken maar neemt ons geld niet aan. Er zit een vouwtje in. We rammelen van de honger en zoeken snel een eettentje. In het eerste eettentje waar we zaten konden we niet uitleggen wat we wilden eten. Dus hop naar het volgende restaurant. Verderop langs de weg een nieuwe poging. We proberen “vegetable fried rice”. Een jongen komt met een bordje met drie bapao-achtige broodjes. Dat lijkt toch echt niet op fried rice. Even later komt er nog een bord met rijst en groente. Geen fried rice dus! Het lijkt nog het meest op een soort mislukte sompige risotto. Het smaakt wonderwel heerlijk. Na de lunch gaan we richting Sagaing Hill, slechts een paar kilometers, maar net als gisteren een pittige klim met stukjes van 20 %!!! Gelukkig is het een vrij rechte weg en goed asfalt.
  • Facebook
  • Twitter
Eenmaal boven is er een prachtige pagode met rijen vol mooie goudkleurige Boeddha’s. Het dak van de gouden pagode blinkt in de zon. We vragen ons af of het echt goud is, als dat zo is, dan heeft Myanmar toch wel bij elkaar heel erg veel goud. Boven is er een prachtig uitzicht op de pagodes van Sagaing. Het zijn er meer dan we kunnen tellen.

Dinsdag 30 december 2014 (135 km)
VERMOEIENDE TOCHT

  • Facebook
  • Twitter
We staan vroeg op, want we hebben een lange dag voor de boeg, maar liefst 117 km. We zijn nog maar een half uur op pad en we zien al weer een prachtige gouden pagode. Het is hier echt ongelooflijk hoe veel pagodes er zijn, de een nog mooier dan de ander. Vrouwen en kinderen besmeren hun gezicht in Myanmar met thanakapasta. Het lijkt een soort hele dikke make-up, alleen smeren de vrouwen dat niet uit, maar vegen een dikke laag alleen op de wangen en/of het voorhoofd. Sommige maken er mooie vormpjes in van een blad. Na 70 km komen we door een dorpje met een paar goede eettentjes. Er staan hele lage tafeltjes met krukjes die in Nederland worden verkocht voor kleuters. Wij passen daar niet echt goed op en het ziet er belachelijk uit. We voelen ons als reuzen in een poppenhuis. We hebben gisteren iets slims bedacht. Aan de receptioniste van het hotel hebben we gevraagd of ze vegetable fried rice en vegetable noodle soup in het Birmees wil schrijven. Met dat briefje bestellen we onze lunch, er wordt een beetje om gegrinnikt en vriendelijk geknikt, maar even later komt het er toch maar mooi aan. De lunch kost 2500 Kyat inclusief twee cola en een liter water, dat is 2 euro. Nou daar willen we wel voor op een te klein krukje zitten hoor. We besluiten om ondanks de lange tocht van vandaag toch nog even een kort uitstapje te maken. We komen namelijk vlak langs de grootste Boeddha van Myanmar. En we zijn hier nu toch. De afslag is bij km-punt 99. Was het asfalt de hele dag prima, dit stuk is echt Birmees asfalt, vol kuilen en gaten. Het is naar de Boeddha maar 8 km, maar het schiet niet echt op. Gaan we omhoog of zo? We zijn niet vooruit te branden. Het tellertje geeft niet meer aan dan 14/15 km. We zien de grote Boeddha wel steeds dichterbij komen. Ervoor ligt nog een iets kleiner exemplaar. Hoe dichter we de Boeddha naderen, hoe steiler de weg wordt. Waarom zetten ze al die mooie dingen hier nu steeds op heuvels? Het laatste stuk is echt heel supersteil en je moet oppassen dat je niet hoeft af te stappen. De klim is gelukkig wel de moeite waard. Er staat een enorme grote gouden Boeddha van 35 meter hoog. Heel indrukwekkend om te zien. Een plateau lager ligt de andere Boeddha. Het is inmiddels al half vijf en we moeten nog 25 km fietsen. We dalen snel af en merken nu dat de weg inderdaad alleen maar omhoog ging. Tegen zessen komen we bij het hotel aan, dat hadden we gelukkig eergisteren laten reserveren door de receptioniste van het hotel in Mandalay.

Woensdag 31 december 2014 (125 km)
EEN HALF MILJOEN BOEDDHA’S

  • Facebook
  • Twitter
We ontbijten met uitzicht op een meer en een prachtig zwembad. Het resort is prachtig en steekt schril af tegen de armoede hier, maar ja het schept ook weer werk. We moeten eerst een stuk dezelfde weg terug fietsen en dat komt goed uit want dan kunnen we de Sambuddha Kat Kyaw Pagode bezoeken. Daar hadden we gisteren geen tijd meer voor. De pagode is een en al pracht en praal. We moeten drie dollar entree betalen en we proberen het weer met een van de twintigjes met een vouwtje. De man kijkt er niet eens naar en geeft ons wisselgeld terug. Zo, daar zijn we dan mooi vanaf. Binnen in de pagode is het schitterend. We zien overal Boeddha’s van een paar centimeter groot tot metershoge gouden Boeddha’s. In elke nisje, hoekje staan Boeddha’s. Er is geen plek te zien waar geen Boeddha’s staan. Nu snappen we dat het er een half miljoen zijn. Rondom de grote pagode staan weer kleinere pagodes, totaal 471 stuks. We hebben weer een lange dag voor de boeg van 120 km en door het bezoek aan de pagode moeten we flink doorfietsen vandaag. De route loopt door landelijk gebied. Het is hier armoe troef. Veel mensen wonen langs de weg ook hier onder een soort tentje, gemaakt van zeil met een paar stokken. Wat wel opvalt is dat de mensen staan te lachen als we voorbij fietsen en vrolijk staan te zwaaien. Iedereen is bezig. We hebben niet overal gelegenheid om te eten, dus zodra we een eethuisje zien wat er redelijk uitziet stoppen we. Bij het eerstvolgende eettentje laten we ons briefje zien van fried rice. Een beetje gênant maar dan besef je weer dat het niet vanzelfsprekend is dat hier iedereen kan lezen. Maar een buurvrouw schiet te hulp en spreekt zelfs een beetje Engels en vraagt waarom we dat willen eten. Het duurt wel een half uur. Omdat we toch een beetje haast hebben vandaag, gaan we even in de keuken kijken. We kunnen hier een soort rijsttafel krijgen met allemaal bakjes. We zeggen dat we alleen ‘vegetables’ willen en ‘no meat’ en even later krijgen we witte rijst, met verschillende bakjes met groenten. Het smaakt heerlijk. De prijs voor deze heerlijke lunch is een laagterecord, namelijk 1,60 voor twee personen! En dat is inclusief 2 cola. In de middag komen we in de heuvels en gaan de kilometers tellen. De 135km van gisteren zijn nog niet verwerkt merken we. Vandaag toch weer 125km weggetrapt.

Donderdag 1 januari 2015 (60 km)
PITTIGE TAGLIATELLE ALS ONTBIJT
Vandaag is het maar een km of veertig en kunnen we rond lunchtijd in Bagan zijn. We rijden een dorpje voor Bagan in met een grote markt en we rijden de markt even op. Je merkt dat je dichterbij Bagan komt, want er lopen ook veel toeristen. Na de markt gaat het fout. We komen op een Y-splitsing waar we rechtdoor moeten, maar hoe je het ook bekijkt, zowel de weg links als de weg die iets naar rechts buigt kan daarvoor doorgaan. En ja hoor, wij kiezen de verkeerde blijkt even later. Gelukkig staan hier ook borden met Bagan aangegeven en komen we er tenslotte ook. Bagan is meer dan een plaatsje, het is een gebied met heel veel prachtige pagodes en stupa’s. Als we langs de eerste tempel rijden staat er nummer 801 op, dat wil wat zeggen… Het is een beetje zoeken naar het hotel. Het ligt helemaal achterin New Bagan in een achteraf straatje, zo’n straatje waarvan je dan denkt: o jee, hier wil ik niet in een hotel zitten. Maar onverwacht rijden we tegen een fraai hotel aan. Het is eigenlijk meer een bungalowcomplex. We hebben ons eigen huisje, het is traditioneel ingericht, maar verder netjes. We rijden richting Old Bagan en werkelijk om de honderd meter staat er een prachtige stupa of pagode. Ongelooflijk wat zijn het er veel. Om half vijf rijden we richting een pagode waar je een fantastisch uitzicht moet hebben bij zonsondergang. Helaas is het net bewolkt geworden. We rijden toch maar even door. En inderdaad vanaf deze pagode kijk je uit over een veelvoud van stupa’s en pagodes. Het doet een beetje apocalyptisch aan. Overal waar je kijkt zie je vergulde of roodbruine bouwwerken. Het is eigenlijk al iets te schemerig. Morgen dus iets eerder voor de zonsondergang aanwezig zijn. Moet fascinerend zijn volgens alle beschrijvingen.

Vrijdag 2 januari 2015: Bagan (35 km)
2200 PAGODES EN TEMPELS

  • Facebook
  • Twitter
We fietsen vandaag een rondje in de Baganvallei. In Bagan en omgeving stonden oorspronkelijk 4400 pagodes en tempels uit de periode 1100 – 1150. De helft ervan is gesneuveld tijdens een grote aardbeving in 1975, maar ruim 2000 is nog heel, heel erg veel. Je waant je echt in de oudheid. We zijn er trouwens achter wat het verschil is tussen een tempel en een pagode. Een stupa of pagode heeft een ronde of cilindrische vorm en een tempel is meer vierkant. In een pagode ligt meestal een heilig relikwie verborgen en de tempels werden en worden nog steeds gebruikt om te mediteren. We gaan eerst terug naar de tempel met het mooie uitkijkpunt van gisteren om mooie foto’s te maken van de Baganvallei. Een jonge knul spreekt ons aan en zegt dat we op een kleine tempel even verderop ook een heel mooi uitzicht hebben en dat is gratis. We houden er nooit zo van om meegetroond te worden, want meestal moet je dan weer iets kopen. De jongen heeft de sleutel van een mooie kleine pagode, waar we met hem wel op het dak mogen. Hij leidt ons kruip door sluip door een donker gangetje en trapje naar boven. We klimmen en klauteren nog wat hoger op de tempel en inderdaad het uitzicht is hier overweldigend en we zijn hier helemaal alleen met de jongen. Geen toerist te bekennen! We genieten van het mooie uitzicht en lopen op het dak van de tempel een rondje. De jongen wijst ons alle tempels en pagodes die we zien aan. Oh, wat een geweldige ervaring is dit nou weer. Na nog een paar tempels met mooie muurschilderingen van het leven van Boeddha en een paar pagodes fietsen we door naar Nyaung U voor een heerlijke lunch. Als we alles van ons lijstje nog willen zien dan moeten we wel een beetje opschieten. We bezoeken eerst na de lunch de Shwe-Zigon Paya, de grootste pagode van Bagan en een van de belangrijkste heiligdommen van het hele land. Er ligt een botje uit het voorhoofd van Boeddha en een kopie van de tand van Boeddha begraven, wat dat dan ook mag zijn. Ook hier weer een en al pracht en praal. Bij alle bezienswaardigheden staan verkopers hun waar aan te prijzen. Veel lakwerk, boeddhabeelden en kleding. Overal worden we aangesproken. Altijd “oh today you are my first customer” “for you special price”. We rijden door naar de Ananda tempel met vier gigantische Boeddha’s van 9 meter hoog en helemaal verguld. Het is de tempel van de ‘eindeloze wijsheid’ en alle vier de Boeddha’s zijn verschillend. Mensen plakken aan de lopende band blaadjes bladgoud op de Boeddha’s. De voeten van de grote Boeddha’s zien er daardoor een beetje raar gebobbeld uit. Je mag namelijk plakken waar je wilt, maar hoger dan de enkels komen ze niet. Voor de grote Boeddha’s staan ook nog kleinere, die ook helemaal volgeplakt zijn. Maar wat een goud moet er na jaren niet opzitten. Na de tempel van de eindeloze wijsheid gaan we naar de tempel van alwetendheid That-byin-nyutempel en de laatste tempel van vandaag is de Dhamma-jan-gyi met het mooiste uitzicht op de Baganvallei met ondergaande zon. Maar dat bedachten er meer. Viel het vandaag nog mee met de toeristen, hier is het verschrikkelijk druk. We zien om vijf uur al rijen dik bovenop de tempel staan. Tja, dit wil je eigenlijk niet, maar je wilt ook dat uitzicht zien. Dus toch maar naar boven via een hele steile trap aan de achterkant. Het uitzicht is echt super! Je kunt er de foto maken die je in alle reisgidsen over Myanmar ziet. Dit is een fantastisch afsluiting van ons bezoek aan Bagan.

Zaterdag 3 januari 2015 (65 km)
GEESTENVERERING OP DE MOUNT POPA

  • Facebook
  • Twitter
Vandaag gaan we naar Mount Popa (733m). Het wordt een korte dag maar wel met veel klimwerk. Het is vandaag ook nog eens onbewolkt en knetterheet. Het moet ruim boven de 30 graden zijn. We zien al snel Mount Popa liggen. Als we na een pittige klim in Mount Popa aankomen – ja het dorp heet ook zo – rijden we naar het hotel waar we willen overnachten. We worden het niet eens over de prijs. In ons routeboekje staat $45 en dat is in april nog gecheckt, maar het is $65 nu. Als we vragen waarom het nu zo veel duurder is. Krijgen we te horen dat er een nieuwe eigenaar is. Ja en? Nou dan zoeken we wel verder maar we besluiten eerst hier wel wat te eten. Het eten is lekker. Als we willen vertrekken komt hij met een alternatief. We krijgen de kamer van de eigenaar, die er toevallig niet is, voor $50. De kamer is prima en de deal is gesloten. Zodra de spullen op de kamer staan gaan we nog naar de top van Mount Popa. Bijna 4 kilometer klimmen naar de top. Ook deze weg is steil met af en toe stukken van 12%. Het laatste stuk moeten we lopen over een trap met 777 treden. De trap naar boven ligt vol met apenpoep en andere rotzooi. Op de berg leven veel apen en zijn door de vele bezoekers aan de tempel gewend geraakt aan de mensen. Boven valt het uitzicht wat tegen. De Mount Popa is een gedoofde vulkaan en ervoor ligt een kleine kegelvormige berg van 737 m hoog. De Birmezen doen ook aan geestenverering. Geesten worden ook wel nats genoemd. Op deze berg wordt een aantal geesten vereerd. De vrouw van een vroegere koning is ooit verliefd geworden op een bloemenman. De bloemenman werd gedood door de koning en de vrouw stierf van verdriet. Beiden zijn teruggekeerd als geesten en worden hier nu op de berg vereerd. Er staan overal beelden van de geesten en alle bezoekers doneren hier gul en bidden devoot voor de beelden.

Zondag 4 januari 2015 (stukje auto en 24 km)
AANGEPAST FIETSSCHEMA
Vandaag is het volgens het schema een lange dag (120km) en het is een saai stuk. Door droog terrein met weinig dorpjes en weinig te zien. Maar ook door zadelpijn bij een van ons besluiten we voor het saaie traject een vrachtwagentje te huren en ons een stuk op weg te laten brengen. We kunnen daardoor de hele middag gebruiken om een stuk van vandaag en de etappe van morgen te fietsen. We gaan ons guesthouse met de naam Wonderful Guesthouse opzoeken. Een eenvoudig hotelletje van een alleraardigste dame. En dan maar even Thazi in. We zien hier zelfs een paar toeristen. We gaan op het geluid af van een weverij en we mogen even binnenkijken. Het is een weverij voor longy’s. Iedereen draagt hier een longy, zowel mannen als vrouwen. De mannen meestal in donkere kleuren en een klein ruitje, de vrouwen in wat vrolijkere kleuren. Toch grappig om te zien al die mannen in een rok tot hun enkels. En voor speciale gelegenheden dragen ze de prachtigste longy’s. Het is nog een hele kunst om een longy zo te knopen dat ie blijft zitten en niet afzakt. Het is ongelooflijk, mannen stoppen hun dure mobiel, portemonnee en aansteker zo in de bovenkant van hun longy. Bij ons zou dat er meteen uitvallen. We zien ook moderne jonge knullen met hun haar in de laatste coupe geknipt en een hip T-shirt of jack en eronder een traditionele longy. Spijkerbroeken hebben we nog niet gezien. Vandaag 4 januari is het onafhankelijkheidsdag. Ze vieren hier het einde van de Britse bezetting in 1948. Net als India was het oude Birma een Britse kolonie. De hele week zien we af en toe een goudkleurig en kitscherig versierde feesttent, we vermoeden dat dat ermee te maken heeft. Verder merken we er vandaag niet veel van. Onderweg komen we nog wel een groep mensen tegen volgens ons van de politieke partij. Eind dit jaar zijn er verkiezingen. Soms zien we een foto van Aung San Suu Kyi, de grote heldin hier.

Maandag 5 januari 2015 (98 km)
DE ZWAARSTE DAG
We zitten om zeven uur op de fiets. Het is heerlijk fris en geweldig om de plaatselijke bevolking te zien starten met de dagelijkse werkzaamheden. We worden nog steeds voortdurend begroet en nageroepen. Ook al is Myanmar al weer een paar jaar beter toegankelijk voor toeristen, het blijkt dus nog steeds bijzonder om op de fiets door het land te reizen. Het uitzicht onderweg is geweldig. We zien de bergen steeds dichterbij komen. We weten dat er zo een klim aan gaat komen. We hebben de lunch na de klim gepland dus we moeten aan de bak. Het zijn forse stijgingspercentages. We knijpen hem al een beetje als we in de beschrijving percentages van 12% lezen. Helaas de beschrijving klopt. Het is zwaar. Heel zwaar. Afwisselend in de twee lichtste verzetjes proberen we de gang erin te houden. De vrachtwagens, meestal volgeladen met mensen, juichen ons toe. Wat een geweldige ervaring. We vallen na 65km aan op onze lunch. De cola gaat er bijna in een keer in. We moeten nog bijna 45km, waarvan de laatste 30km klimmen is naar Kalaw. We slaan nog even twee liter water in en vullen de bidons. Het is inmiddels weer ruim 30 graden. De conditie is goed maar de spanning op de kuiten doet pijn. We proberen het tempo gelijkmatig te houden. We moeten oppassen voor het vrachtverkeer. De weg is niet breed en gaat slingerend omhoog. Als we op de helft zijn drinken we wat bij een stalletje aan de kant. Hier is geen stroom dus een koud drankje zal er wel niet inzitten. Maar deze vrouw had een koelbox staan met ijs voor de blikjes. Nog 15km met stukken tussen de 5 en 8%. We pakken de haarspeldbochten op de makkelijkste manier, dus heel wijd. Goed uitkijkend voor tegenliggers. We genieten van de mooie uitzichten. We maken natuurlijk ook foto’s. Alleen is opstappen en op gang komen daarna wel weer lastig. We besluiten zes km voor Kalaw nog maar een keer te stoppen bij een kraampje. We vragen of we twee bananen kunnen kopen. De man zet meteen twee luie rotanstoelen voor ons klaar. We krijgen vier bananen van hem. Nee, hoeven we niet te betalen. Krijgen we van hem. Even later hebben we het over Van Persie en Manchester United. Wat een land. Zijn vrouw komt ook nog met een schoongemaakte papaja. Wat is het toch bijzonder dat mensen die niets hebben dat kleine beetje dat ze hebben ook nog eens weggeven. We rijden de laatste kilometers in een rustig tempo – we kunnen ook niet anders meer – naar Kalaw. We hebben strava aangezet dus we hebben een unieke tocht in ons strava-logboek. Wauw! We hebben 2369m geklommen. Dan is het logisch dat de kuiten op springen staan. Na één keer vragen rijden we in een keer naar ons hotel. We hebben een heerlijke kamer. We kunnen elkaar nog net een high five geven voordat we ons op bed storten. Morgen hebben we rustdag, dus hebben we maar meteen bij de receptie een korte trekking van vier uur met een gids geboekt.

Dinsdag 6 januari 2015: Kalaw
TREKKING NAAR BERGDORPEN
We houden vandaag een rustdag in Kalaw. Nou ja ook weer niet echt, want we gaan een trekking maken van een halve dag. Even een dag niet fietsen is wel lekker, zeker na zo’n zware dag als gisteren. Kalaw is een bijzondere plaats. Het ligt op ruim 1300 m hoogte en het was in de Britse bezettingstijd een hersteloord van de Britten als ze de een of andere tropische ziekte hadden opgelopen. Het is inderdaad heerlijk vertoeven hier, want de temperatuur is heel aangenaam en er waait altijd een koel windje. Vanuit Kalaw heb je een prachtig uitzicht over mooie groene valleien vol met fruitbomen. Je ziet ook aan enkele koloniale villa’s de Britse invloeden. Onze gids Norbert staat al om half tien klaar met een chauffeur. We worden eerst een stuk weggebracht met de auto. Daarna gaan we twee uur lopen naar het eerste bergdorp van de Palang bevolking. Onze gids vertelt heel veel over het landschap en we krijgen een lesje biologie vandaag: er groeit hier van alles: sinaasappels, avocado’s, jackfruit, gember, groene thee, koffie, kolen, bloemkool, mosterdzaad en in de regenperiode ook rijst. In het dorp van de Palang, eten we bij mensen thuis. Onze gids lijkt een willekeurig huis uit te kiezen waar hij zijn meegebrachte lunch voor ons gaat klaarmaken. We worden uitgenodigd in een rotan huis en het is eigenlijk heel aangenaam vertoeven in zo’n rotanhuis. Ondanks het dunne rotan en de bamboevloer is het er heerlijk koel. Het voelt in begin wel wat ongemakkelijk als we zo maar in andermans huis komen eten. Onze gids heeft de lunch in zijn rugzak meegenomen en warmt het op in het huis. Hij gebruikt de pannen in het huis. We bedanken het echtpaar heel hartelijk voor hun gastvrijheid en lopen naar het volgende dorp. Dat is het dorp van de Duni, maar we zien niet zoveel bewoners. Zij dragen weer een hele andere klederdracht. Zij zijn allemaal op het land aan het werk. De huizen zien er overigens mooi uit in beide dorpen. Om half drie zijn we weer terug in het hotel en pakken we toch nog even de fiets om Kalaw en de lokale markt te bekijken. Daar zien we de meest vreemde producten liggen, waarvan we vaak niet weten wat het is.

Woensdag 7 januari 2015 (73 km)
KOUDE START

  • Facebook
  • Twitter
Vanmorgen hadden we een koude start. Het is op ruim 1300 m ook in Myanmar dus fris. De Birmezen die we tegenkomen hebben echt dikke dons Jacks en handschoenen aan en mutsen op alsof het winter is. Ik denk dat het een graad of 8 is. Er hangt een dauw in de bergen die langzaam wegtrekt als de zon sterker wordt. We voelen het warmer worden. We hebben eigenlijk een rustige dag vandaag, met veel afdalen. We eindigen vandaag in het Inle meer. Dat ligt op 700 m. Het is heerlijk om met een gangetje van 30-35 km naar beneden te zoeven, maar over twee dagen moeten we 50 km van deze route ook weer terugfietsen. En dus weer 600 m klimmen. Het is een prachtige route met mooie vergezichten. Als je niet zo hoeft te klimmen is het ook eenvoudiger om je heen te kijken. Het valt ons hier op dat iedereen hier aan het werk is. Er wordt veel aan de weg gewerkt en asfalteren doen ze met de hand, zowel mannen als vrouwen maken met elkaar de weg. En allemaal gewoon in hun longy. Het ziet er soms grappig uit, zo’n longy bij de vrouwen en dan van die stoere kaplaarzen eronder. Ze smeren hun gezicht dan heel dik in met de thanakapasta (een lichtbeige dikke crème gemaakt van boomschors), mondkapje voor tegen de stof en een strooien Vietnameesachtig punthoedje op. Het is een dag als de anderen. Onderweg weer een aantal pagodes. Een drankje en een banaan halverwege en lunch in Nyaugshwe, de plaats waar we overnachten. We hebben een leuk hotel waar we een eigen bungalow hebben. We hebben meteen een boot geregeld voor de volgende dag. We laten ons morgen met een privé bootje over het meer varen om alle bezienswaardigheden te zien.

Donderdag 8 januari 2015: Inle Meer
DRIJVENDE TUINEN EN EENBENIGE ROEIERS OP HET INLE MEER
Vandaag hebben we echt een rustdag. We laten ons als een echte toerist de hele dag in een bootje rondvaren op het Inle meer. Onze schipper staat ons om acht uur al op te wachten bij de receptie. Het Inle meer ligt op 700 meter hoogte en de bevolking die hier leeft zijn de Intha’s (de zonen van het meer). Deze bevolkingsgroep komt oorspronkelijk uit het zuiden van Myanmar, maar door oorlogen naar boven getrokken naar het Inle meer. Ze hebben daar oorspronkelijk vier nederzettingen gesticht, Inle betekent dan ook vier dorpen. Het is een inventief volk, want met een speciale manier van vissen en met tuinbouw op drijvende tuinen verdienen ze hun boterham. Ze hebben ook weer een eigen klederdracht, een rare veel te wijde broek tot halverwege de kuiten. Als we net een kwartier onderweg zijn zien we de vissers aan het werk. Ze doen dat op een bijzondere manier. Ze staan op het puntje van hun gondel en gebruiken één roeispaan. Met één been bewegen ze de roeispaan en ze woelen meteen de grond om, zodat de vissen gaan bewegen en worden gevangen in de grote rotan korf die ze met hun handen binnenhalen. Heel bijzonder om te zien. Even verderop varen we langs en door de drijvende tuinen. Er worden tomaten, komkommers en bloemen op gekweekt. De tuinen liggen op klei en wortels van hyacinten en zijn zo sterk dat je er zelf op kunt lopen om het land te bewerken. Te midden van de tuinen staan de woonhuizen op grote bamboepalen en de huizen zelf zijn gebouwd van rotan. Sommige staan inmiddels schots en scheef. En voor elk huis ligt natuurlijk een boot, want op een andere manier kun je je hier niet vervoeren. We zien uiteraard veel toeristen die een boot hebben gehuurd, maar ook heel veel lokalen die allerlei spullen vervoeren en soms heel zwaar beladen zijn. Middenin het meer ligt een grote pagode en alle toeristenboten meren daar natuurlijk aan. Deze pagode is beroemd om zijn Boeddhabeelden. Dit keer geen metershoge beelden, maar vijf onooglijke klompen goud van circa 70 cm hoog staan op een groot tableau. Ook hier wordt weer naar hartenlust goud geplakt. Er is inmiddels zoveel goud opgeplakt dat je er echt met de beste wil van de wereld geen Boeddha in kunt herkennen. Hier moeten klompen goud van onschatbare waarde staan. Er is nog een leuke anekdote over deze beelden. Eens per jaar halen ze de beelden uit de pagode die dan op een processieboot het meer worden rondgevaren. De boot sloeg echter een keer om en toen zijn maar vier beelden terug gevonden. De vijfde werd pas jaren later gevonden en dat verklaart ook dat er vier grote goudklompen staan en een kleintje. We meren ook steeds af bij allerlei huisvlijt en krijgen dan een rondleiding bij een zilversmid, dames die Birmese sigaren maken, een botenbouwer, een weverij, een smederij en bij de zogenaamde longnecks. Dat zijn vrouwen die metalen ringen om hun nek dragen en ook om hun polsen en net onder de knie. De dames laten zich gewillig fotograferen, maar het voelt wel een beetje ongemakkelijk. De lange boottocht voert ook naar In Dein, een soort klein Bagan. Hier hebben ooit 2000 pagodes gestaan en nu zijn het er nog ongeveer 1000. Deze pagodes zijn gebouwd in de tweede en derde eeuw. Ongelooflijk dat ze dat toen al konden bouwen.

Vrijdag 9 januari 2015 (50 km)
HET WEER VERANDERT

  • Facebook
  • Twitter
Myanmar heeft een tropisch moessonklimaat met drie jaargetijden. De regentijd, het koude seizoen en het warme seizoen. In de warme regentijd valt zo’n beetje de gehele jaarlijkse neerslag. Hoe kan het dan dat als wij wakker worden het pijpenstelen regent. Het regent en waait hard. Dromen we? Of zitten we in de verkeerde film. Nee er is een storm in een van de buurlanden – de hoteleigenaar wist even niet meer welk land – dat het slechte weer veroorzaakt. We moeten vandaag bijna 100 km en om ons nu drijfnat te laten regenen is ook weer een beetje onzin. En we moeten de eerste 40 km dezelfde weg terug. En we hebben tenslotte vakantie. We vinden argumenten genoeg om te vragen of er iemand is met een vrachtwagentje die ons 40 km op weg kan helpen. Oke, een beetje afdingen en voor $35 worden we 08.00 uur opgehaald door een klein wagentje. Onze fietsen worden achterin vastgesjord. Het is inmiddels droog als we de fietsen weer uit het vrachtwagentje halen. Het landschap is mooi, het is licht heuvelachtig en op het land zie je allerlei gekleurde vakken van de bewerkte grond. Het is even wennen, maar het is januari en hier staat het graan op het land. Op het land wordt druk gewerkt. We zijn zo rond half twee in Pindaya en gaan eerst wat eten. Daarna zoeken we ons hotel op en ook dit is weer een mooi hotel. We hebben een kleine bungalow met zelfs een klein terras. De zon komt weer langzaam tevoorschijn en we genieten nog even van de middagzon. Morgen gaan we de beroemde grotten van Pindaya bezoeken met duizenden Boeddhabeelden.

Zaterdag 10 januari 2015: Pindaya
VIJFDAAGSE MARKT EN 8000 BOEDDHA’S IN EEN GROT
We horen bij het ontbijt dat het vandaag vijfdaagse markt is in Pindaya. Om de vijf dagen is hier de markt in een van de vijf omliggende plaatsen. Vandaag dus in Pindaya. Om op zo’n markt te kunnen zijn moet je dus een beetje geluk hebben, want je weet nooit van te voren waar die is. Op de markt verkopen de bergvolkeren hun lokale producten. We rijden richting markt en zetten onze fietsen ergens bij een stalletje op slot. De markt is zo groot dat we niet weten waar we moeten beginnen en waar we moeten kijken. De Birmezen bekijken ons lachend en giechelen met elkaar. Bijna overal wordt ons aangeboden iets te proeven.. Ze verkopen alles. Maar vooral spullen voor de Birmezen zelf. Alle soorten groenten, fruit, rijst, vis, vlees, noten, olie en zelfs bloemen. We houden het veilig en kopen een notenmix, sinaasappels en een Birmese schoudertas. Het is twaalf uur en we gaan richting de grot van Pindaya, waar meer dan 8000 Boeddha’s moeten staan. We zetten onze fiets onderaan een lange trap. We beklimmen de berg. Het zijn 521 treden. Als we de grot binnenlopen is het overweldigend. Ooit heeft een prins een Boeddha geschonken om in de grot te plaatsen. Dat was het begin van duizenden schenkingen. Er staan nu 8094 Boeddha’s in de grot. Overal waar je kijkt staan Boeddha’s. De een nog mooier uitgelicht dan de anderen. Net als je denkt dat je aan het eind van de grot bent is er weer een klein gangetje en kom je weer in een hal. Ook hier weer hetzelfde tafereel dat mensen bladgoud plakken op Boeddha’s. Ze willen allemaal wel heel goed terugkomen na de reïncarnatie.

Zondag 11 januari 2015 (78 km)
KLIMMEN EN DALEN DOOR PRACHTIG BOERENLAND

  • Facebook
  • Twitter
We hebben vandaag een tocht van bijna 89 km voor de boeg door mooi heuvelachtig landbouwgebied. En inderdaad, heuvelachtig is het zeker. Het is geen meter vlak, met steeds pittige klimmetjes en dan weer heerlijk naar beneden zoeven. Ook al is het zondag er wordt hard gewerkt, zowel op het land als aan de weg. Volgens de routebeschrijving moeten we over een bruggetje fietsen, maar…. de brug is weg. Er loopt een alternatief steil pad een stukje verder door de rivier. Maar dat gaat door het water. Het water stroomt behoorlijk. Het is toch nog flink lastig om door dat water goed te sturen, maar de omleiding gaat na het water verder over dikke vette klei en het is een steil pad. Ook dat gaat gelukkig goed. Een uurtje later komen we bij een volgend bruggetje en ook dat is weg. En zo gaat het de hele middag maar door. Het lijkt wel of ze met een bruggenproject bezig zijn hier in deze streek. We lunchen vandaag wat later omdat we niet zo heel veel dorpen tegenkomen. Tegen vieren komen we op de plaats van bestemming aan. De eigenaar staat ons al op te wachten, hij spreekt nauwelijks Engels. We krijgen aangelengde limonade, en als we naar onze bungalow worden gebracht een hele pot groene thee. We zitten net buiten Ywa Ngan en hoog op een heuvel. We moeten gokken links of rechts naar beneden om te eten, wetend dat je straks weer een steil stuk moet klimmen. We gokken rechts. Verkeerd dus. We komen alleen een plaatselijk stalletje tegen, maar ja we moeten iets. Helaas zijn we ons haar handige briefje vergeten waar onze gerechten in Birmees op staan. Wat nu? We vragen fried rice or fried noodles. Onze Birmees herhaalt lachend flait rais or flait nool. Hier komen we niet verder mee. We lachen er maar om. Onze Birmees lacht hard mee. Hij heeft geen idee waarom. We lopen gedrieën naar de keuken. Nou ja keuken. Een werkbank met een pit, wat bakjes groenten en gekookte noodles. Nou daar moet wat van te maken zijn denken we. We proberen het uit te leggen. We gaan zitten en wachten af. Even later komt er een bak bouillon, met noodles en groente. En warempel het is nog lekker ook. Alleen het is een beetje weinig na een pittige dag fietsen. We kopen bij een winkeltje nog twee ice coffee (bij gebrek aan echte koffie) en een cake om onze magen nog wat te vullen.

Maandag 12 januari 2015 (89 km)
1275 M DALEN OVER BIRMEES ASFALT

  • Facebook
  • Twitter
We gaan vandaag 1275 meter dalen dus we hebben er zin in. Maar de eerste 40 km klimmen we eigenlijk voortdurend. We halen een gemiddelde van 13 km. Dat wordt een lange dag zo. Het dalen gaat niet echt snel, met name door het zogenaamde ‘Birmees asfalt’. Kuilen en putten maken het gevaarlijk onszelf omlaag te storten. Het zijn ook nog eens smalle wegen waar ook vaak vrachtwagentjes omhoog komen. Maar ze zijn wel overal aan de weg bezig. Dat vinden we dan weer moeilijk om naar te kijken. Vrouwen die met hun handen grote stenen een voor een neerleggen en anderen die met mandjes kleinere daar overheen uitstrooien. Met een gietertje wordt er dan gloeiend hete teer overheen gesprenkeld. Die teer wordt op houtvuur in een olievat vloeibaar gemaakt. En al die mensen zijn altijd weer vriendelijk als we voorbij rijden. Zwaaiend en lachend worden we telkens begroet. Onze tocht gaat vandaag door prachtig berglandschap. We rijden parallel aan een bergketen. Bergen van wel ruim 2300 meter hoog. Na een paar uur zet de daling echt in en merken we dat het steeds warmer wordt. We komen gelukkig weer in de temperaturen van het subtropisch klimaat. Het voelt weer heerlijk aan zo rond de 30 graden. We ervaren ook dat we door gebieden rijden waar nooit toeristen komen. We stoppen regelmatig en maken foto’s en proberen wat met inwoners te praten. We komen rond vier uur aan in Kyaukse. Echt een dorp ‘in the middel of nowhere’. Maar wel met een goed hotel. We hebben een luxe grote kamer. Het restaurant van het hotel ziet er niet uitnodigend uit dus gaan we het avontuur aan om naar het dorpje te fietsen. Na 300 m komen we bij het eerste stalletje waar alle tafeltjes bezet zijn. Dit is dus ‘The place to be’ voor dit dorp. Voor ons worden twee jongens gesommeerd op te staan en plaats te maken. Iedereen zit hier om tv te kijken. Als wij gaan zitten, zit iedereen met omgedraaid hoofd naar ons te kijken. We proberen duidelijk te maken dat we willen eten. We kunnen alleen een soort reuze matse krijgen met een kwak smurrie erop. Als we bedenkelijk kijken begint iedereen te lachen. We gaan verder de straat in. Bij een stalletje 50 meter verder zit niemand…… We kijken in de pannen die in de keuken staan. Rijst! Vijf vrouwen gaan in de weer om voor ons iets klaar te maken. Het wordt gebakken rijst met zes verschillende bakjes met verschillende groentenchutneys. Dit is de Birmese traditionele maaltijd. De gratis groene thee is lekker. De dames zitten alle vijf te kijken hoe we eten en genieten zichtbaar als het ons smaakt. Alles wordt aangevuld zodra het laatste beetje op is. We hebben heerlijk gegeten voor de prijs van 1300 Kyat! (€1,05).

Dinsdag 13 januari 2015 (75 km)
ONZE LAATSTE FIETSETAPPE
Vandaag fietsen we nog ruim 80 km en dan hebben we er 1000 km in Myanmar opzitten. We rijden de eerste twintig km weer over Birmees asfalt in een mooi landbouwgebied met rijstvelden, bananen- en palmbomen. Overal staan weer mooie pagodes en het blijft fascinerend. We rijden vandaag via het dorp Ava, ook wel Inwa genoemd. Ava is een van de oude koningsteden hier in de omgeving. We fietsen langs mooie oude ruïnes van pagodes en tempels en we bezoeken nog twee kloosters. Het ene klooster is helemaal gebouwd van teakhout. Een paar jonge monniken zitten er te leren en een monnik van een jaar of twintig geeft les. Ze dreunen met elkaar van alles op, we verstaan het niet, maar het is leuk om even naar te luisteren. De kloosters liggen langs zandpaadjes en we zitten dus dik onder het stof. Het is af en toe lastig om de fietsen in bedwang te houden en niet te slippen. We zijn niet de enige toeristen, maar wel de enigen op de fiets. De andere toeristen laten zich hier vervoeren met paard en wagen. Het is ook te merken in het restaurant waar we even later eten. Het is er een drukte van belang en grote groepen toeristen eten hier. We gaan met een pontje naar de overkant van de rivier. We rijden het stoffige zandpad verder af en zien het pontje al liggen. We vragen ons echter af of dat wel gaat met de fiets. Het is een soort grote roeiboot met wat dwarse planken erin om op te zitten. “Hoe krijgen we in hemelsnaam die fietsen daar dan in?” Het bootje zit al behoorlijk vol, maar er gaat ook een man met een brommer naar beneden, en de schipper wenkt ons dat we er nog wel bij kunnen. Het pad naar beneden is heel steil en we kunnen onze zware fietsen aan de hand maar net houden. We staan samen op de voorplecht van het bootje en nu maar hopen dat het niet te veel gaat schommelen. We komen goed aan de overkant, maar het hele pad naar boven staat vol met mensen. We worden allebei geholpen en mensen duwen onze fietsen naar boven toe. We pikken de route weer op. Het is nog ongeveer 25 km naar Mandalay en het wordt hier drukker. We komen Mandalay binnen en ook hier herkennen we sommige straten en pagodes. Onze namen staan al op het welkomstbord bij de receptie en de drie lieve dames vragen hoe we het hebben gehad. Ze glimlachen trots als we zeggen dat we Myanmar een prachtig land vinden met ontzettend aardige mensen. Ons busticket ligt ook al klaar.

Woensdag 14 januari 2015: Mandalay
GOUDKLOPPERS IN MANDALAY EN DE NACHTBUS NAAR YANGON
We hebben het plan om vanochtend nog even rond te fietsen in Mandalay om een paar markten te bezoeken en misschien nog enkele pagodes. We vinden deze keer al heel snel de bazar. Het is net een groot soort Bijenkorf, met zelfs roltrappen, waarin ieder winkeltje zijn eigen plekje heeft. Ongelooflijk wat we hier allemaal tegenkomen, alles keurig netjes opgestapeld. We gaan op zoek naar de morning market die een paar honderd meter verder is. We hebben al veel markten gezien, maar deze is twee keer zo groot als de markt in Rotterdam centrum en tussen de kramen door rijden fietsers, riksja’s brommers, auto’s en handkarren. En iedereen draagt hier zijn boodschappen en anderen aankopen gewoon op het hoofd. Je kunt er uren naar blijven kijken. Na de markt gaan we op zoek naar de goudslagers. Vier sterke jonge mannen staan met een zware hamer ritmisch te kloppen op een vierkant boek, met bamboevelletje waar gouden velletjes tussen zitten. Het is een geweldig gezicht. De mannen kloppen in een bepaald ritme om beurten op hun eigen blok. Dit is ‘Slagerij van Kampen’ van Mandalay. Door het kloppen wordt het goud steeds dunner. Het is ontzettend zwaar werk en we mogen de hamer even voelen. Die weegt wel drie kilo. In een kamertje verderop halen twee vrouwen het flinterdunne bladgoud van het velletje bamboe en plakken dat op een klein stukje papier van 2x2 cm. Deze velletjes kun je dus steeds kopen in de pagodes en tempels om op de Boeddhabeelden te plakken. Je kunt tien velletjes hier kopen voor 10000 Kyat, dat is €8,00. We vinden het wel genoeg voor vandaag en rijden terug naar het hotel. We pakken de fietsen in en dat wordt nog spannend want volgens AWOL mogen wel de fietsen mee maar niet in de doos. Die moet je dan opgevouwen meenemen. De rest van de middag brengen we door aan de rand van het zwembad. Tegen achten komt onze taxi voorrijden. Heel handig hier die kleine open vrachtwagentjes, de ingepakte fietsen kunnen er zo ingeschoven worden. In een half uurtje rijden we naar het busstation dat aan de rand van Mandalay ligt. Het staat er vol met grote touringcars en net als we ons afvragen hoe we in het donker de juiste zullen vinden stopt onze taxi precies twee meter naast de juiste bus. Twee jonge gasten komen meteen op ons af en het lijkt wel of ze op ons hebben staan wachten. De laadruimte van de bus zit al propvol en er is nog een compartiment leeg. Als dat maar goed gaat… De fietsdozen passen er werkelijk precies rechtop in. Er is geen vijf centimeter ruimte meer. We krijgen keurig voor onze bagage vier bagagelabels en een briefje voor de fietsen. We mogen ons melden in het kantoortje, waar het een drukte van belang is. Een stewardess (ja echt waar!) vangt ons op met koffie of thee. Na ruim een uur wachten – we zijn namelijk veel te vroeg – vertrekt de bus stipt om half tien. We vallen van verbazing bijna weer meteen van onze stoel. We zitten eerste klas, krijgen een dekentje, een eigen tv-scherm met koptelefoon en de stewardess heet ons van harte welkom in het Birmees en Engels. De stoelen kunnen bijna in ligstand en er klapt aan de onderkant een gedeelte voor je voeten uit. Onderweg worden er twee stops gehouden en we krijgen zelfs een maaltijd. Een kartonnen doosje met twee toastjes met garnalen, een cakeje en een soort zoete bapao. We slapen zowaar nog wat en precies om half zes arriveert de bus in Yangon. Een busstation net zo groot en hectisch als in Mandalay. De fietsen en de fietstassen staan in een mum van tijd naast de bus. Nou, daar staan we dan midden in de nacht met twee fietsen, vier fietstassen en heel veel opdringerige Birmezen om ons heen. De taxichauffeurs vliegen op ons af en iedereen wil ons wel rijden, maar als we uitleggen dat we twee fietsdozen hebben dan wordt het lastiger met een Suzuki swift. Weer komen er taxichauffeurs op ons af, maar eentje heeft een soort van stationwagen en daar moet het inpassen. Het past inderdaad net, maar nu moeten wij er nog in. Dat gaat net. De chauffeur rijdt lekker snel naar ons hotel. Gelukkig mogen we meteen naar onze kamer en na een heerlijke douche kunnen we Yangon gaan verkennen.

Donderdag 15 januari 2015: Yangon
DE PAGODE DER PAGODES

  • Facebook
  • Twitter
In Yangon mag niet gefietst worden dus de fietsen blijven ingepakt. Het is er druk!!! En zo ontzettend veel taxi’s! We gaan maar meteen met de taxi naar de Shwedagon pagode. De pagode der pagodes. De grootste, mooiste en waardevolste pagode van Myanmar en de trots van het land. We wandelen er wel twee uur in de rondte. Er is hier meer goud dan wij in de kelders van de Nederlandse bank hebben liggen. Dat is dan ook meteen iets wat maar moeilijk te begrijpen is. Het land is arm, de mensen zijn arm maar blijven maar geven aan de pagodes. Al het goud in en op de pagode is meer dan 1000 kilo, er zijn 5000 diamanten in verwerkt en duizenden andere edelstenen en juwelen. Het is echt ongelooflijk. Wat een pracht en praal. We hebben pech want het bladgoud op de pagode wordt gerestaureerd en de pagode is ingepakt in matten en stellingen. De foto der foto’s kunnen we helaas niet maken. Na Shwedagon gaan we op zoek naar een geschikte plek voor de lunch. Dat valt nog niet mee. We hebben wat suggesties, dus gaan op zoek. Yangon is de grootste stad van Myanmar, maar ook meteen de drukste en vuilste stad. Er wonen 5 miljoen mensen. De restaurantjes zien er niet uit. Geen van ons is nog ziek geweest deze vakantie en dat willen we eigenlijk wel zo houden. Uiteindelijk nemen we toch de gok bij een restaurant wat we eerst nog afwezen. En weer is de verassing positief. Het eten, nu Indiaas, was weer lekker. Hier eten de lokalen – vooral Indiërs – zoals ze gewend zijn met de hand. In Yangon is te merken dat het vroeger een belangrijke havenstad is geweest, want alle bevolkingsgroepen zijn vertegenwoordigd in ieder een eigen wijk. Er zijn moskeeën, hindoetempels, een synagoge, kerken en Chinese tempels. In Chinatown is het een drukte van jewelste. Iedereen eet hier op straat en je waant je hier net in China als je naar de grote neonreclames op de panden kijkt. We slenteren de hele middag lekker door Yangon. Mensen kijken is en blijft een leuke bezigheid. Opvallend is dat hier iedereen gewoon op straat eet. Je maakt een kistje, een houtskoolvuurtje en je koopt vier kinderkrukjes en je hebt je eigen restaurant. Lokalen zitten hier gewoon langs de weg te eten. Je ziet hier ook de andere kant van een grote stad. De armoe is hier duidelijk aanwezig en je ziet af en toe moeders met kleine baby’tjes hier hun hand ophouden. Maar ook hip en trendy. We lopen langs een zaak met dreunende beats, waar koffie en donuts worden verkocht. Op advies van de receptioniste gaan we ’s avonds met een papiertje in de hand en een plattegrond op pad naar een restaurant. Tjemig, dat ziet er niet uit zeg, maar het is al acht uur dus we moeten wel. We zitten nog niet aan tafel of de rijst staat al voor ons neus. In een vette vitrine kunnen we aanwijzen wat we er bij willen hebben. Eigenlijk niets, denken we allebei. We kiezen voor zekerheid en houden het bij groenten. De eigenaar blijft wijzen op al zijn vleesgerechten die er volgens hem heerlijk uitzien. Tja…… We krijgen een ratjetoe aan groentegerechten die we met de beste wil van de wereld niet thuis kunnen brengen, maar het smaakt nog wel redelijk. We staan binnen een half uur weer buiten. Gelukkig hebben we ’s middags nog een extra brownie gekocht. Het water loopt nu al uit de mond.

Vrijdag 16 januari 2015: Yangon
LAATSTE DAG MYANMAR
Vandaag onze laatste volle dag in Yangon en dus ook de laatste dag van onze vakantie in Myanmar. We besluiten na het ontbijt naar de Bogyoke market te gaan. Je hebt the New Bogyoke market en the Old Bogyoke market. De traditionele markt hier voor de plaatselijke bevolking is the New Market en de markt voor de toeristen is the Old Market. We hopen daar wat typische Birmese souvenirs te kunnen kopen. Rond tien uur lopen we op de markt. Het is nog niet druk en de marktlui zijn hun kramen nog aan het opbouwen. De markten zijn op een natuurlijk wijze in segmenten ingedeeld. Stoffen bij stoffen, souvenirs bij souvenirs en groenten bij groenten. We belanden in de hoek met goud en sieraden. Het zijn wat luxere stalletjes met vitrines, met voor ons veel bling bling. We kijken wat rond en alle verkoopsters spreken ons aan of we echt niet iets willen kopen. Aan de overkant van deze markt moet de New Bogyoke market zitten. Na wat vragen komen we weer op een markt terecht, maar de helft van deze markt is gevuld met medicijnenkramen. Op elke hoekje zit een apotheker met zijn eigen handeltje. We zien zelfs een stalletje met operatieinstrumenten. Het moet niet gekker worden hier. We hebben trouwens na twee dagen Yangon door dat de handel elkaar opzoekt. Zo heb je een straat met alleen maar elektronica, mobiele telefoons, weer een ander met pc’s, en even later belanden we in de naaimachinestraat die weer eindigt in de klosjes garen straat en de strengen wol buurt. We zien een echte Singer naaimachine. Wat we nog steeds een onsmakelijke activiteit vinden is het spugen op straat. Bij kleine stalletjes op straat kopen de Birmezen hun ‘lekkernij’ waar ze de hele dag op lopen te kauwen. Het is een apart blaadje van een boom waarop witte smurrie (gebluste kalk) wordt gesmeerd. Dan gaat er iets van kruiden overheen en een paar stukjes van een noot, een betelnoot, wat dat dan ook mag zijn. Dat wordt op een bijzondere manier mooi en snel dichtgevouwen en wordt verkocht per setjes van 5 of 10 in een zakje. De Birmezen stoppen dat in hun wang en kauwen daar op. Het geeft rood speeksel dat ze te pas en te onpas overal op straat spugen. De straten zijn ook doorgaans rood van kleur. In het verkeer moet je ook oppassen dat je niet net naast iemand rijdt die jou niet heeft opgemerkt want dan is de kans niet ondenkbaar dat je wordt geraakt. Het is een hardnekkig goedje want heel veel Birmezen hebben een rood bijna zwart gebit. Ziet er niet uit! Nadat we lekker een tijdje in de schaduw op een terras bij een meer hebben gezeten, het is vandaag 35 graden, besluiten we nog een keer de pagode van Shwedagon te bezoeken. Nu aan het eind van de middag en begin van de avond. Het licht van de ondergaande zon moet fantastisch zijn. Niet alleen het licht maakt het bijzonder, ook de sfeer is uniek. Het is drukker dan gisteren en er hangt een serene sfeer over de mensen. Een hele stoet met monniken en nonnen doen al biddend een rondgang rondom de pagode. Zodra het donker begint te worden, worden de kaarsjes rondom de pagode aangestoken en dat maakt de sfeer nog mooier. We doen hier in Yangon alles met een taxi. Prima auto’s, maar wel zonder meter dus je moet wel telkens onderhandelen over de prijs. Morgen vroeg de fietsen even beter inpakken en nog wat losse bagage bij de dozen proppen. We worden om 13.00 uur weggebracht naar het vliegveld. Volgens de tickets is het terug 17 uur vliegen. We hebben ruim 1000 km gefietst in drie weken. Onze Rosefietsen hebben het goed gehouden, op een krakende ketting na. Weer geen lekke banden. We zijn niet één keer verkeerd gereden dankzij het goede Fietsrouteboekje van AWOL. Myanmar is een heel bijzonder land, we hebben ongelooflijk veel mooie en bijzondere dingen gezien, de mensen zijn ontzettend vriendelijk en behulpzaam, het eten was af en toe wat improviseren maar altijd heerlijk. We kijken weer terug op een prachtige reis. Een cadeautje voor het leven.