Fietsreis door Zuid Sulawesi

Anjo en Yin

Eind april 2017 pak ik onze fietsen uit in het hotel in Makassar. We fietsen met z’n tweeën: man Anjo, nog net 72 en echtgenote Yin, 7 jaar jonger. Onze fietsen Santos, met 14 versnelling Rohloff naven en riem aandrijving. Onze bagage twee Ortlieb-classic tassen achterop van 4 kg elk, een stuurtas van toch gauw ook al 1-2 kg, plus twee bidons. In een van de bidons schoon water, in de andere zout water, want je verliest veel zout met transpiratie: stevige inspanning en ook nog eens hoge temperaturen. Je merkt vanzelf wanneer je dat nodig hebt: dan smaakt zout water heerlijk. Heb je het niet nodig dan is het vies. Door zoutgebrek voel je je moe en lamlendig, je kunt er zelfs koorts van krijgen. Dat fietst allemaal niet lekker.

Dit wordt onze 4e fietsreis in Zuidoost Azië en we zijn een beetje benauwd of het ons allemaal zal gaan lukken. Op papier is deze tocht zwaarder (3,5 fietsjes) dan onze eerdere fietsreizen. Maar ach, overal zijn busjes en vrachtwagentjes, mocht het ons even te veel worden. Toch?

In de bungalow van ons hotel kunnen de fietsen net op onze kamer, dus in de koelte van de airco kan ik alles weer in elkaar zetten. Het balkon heeft prachtig uitzicht over het water: een schitterende zonsondergang om te beginnen.

  • Facebook
  • Twitter
Na een rustdag waarin we een beetje Makassar verkennen, vertrekken we vroeg in de ochtend voor de eerste etappe. Druk verkeer in Makassar, maar gelukkig gaat de stroom motorfietsen de stad in en is het de stad uit lekker rustig.
De routebeschrijving klopt prima, het wegdek is beter dan voorspeld, op een paar kilometer na: halverwege is er een stuk van een kilometer onverhard, met stenen en potholes. Daarna komen er een paar fikse hellingen. Achteraf was het beter om deze etappe in tweeën te knippen en halverwege te overnachten. Deze mogelijkheid wordt in de route beschrijving terloops genoemd. Na ruim 90 kilometer op deze eerste dag zijn we echt behoorlijk vermoeid als we aan komen. We missen de beschreven hotels maar vinden gemakkelijk een Wisma. Restaurant aan de overkant met keuze tussen kip, kip of kip. Vragen om bier moet je hier kennelijk niet doen, dat hebben ze niet in dit streng islamitische plaatsje.
Het lijkt not done om naar Bir Bintang te vragen.

Op de eerste dag werd het na 11 uur al erg warm. Dus in plaats van 8 uur, vertrekken we om 6 uur als het net licht is. Maar het ontbijt begint pas om 7 uur. Oplossing: we vragen of het ontbijt kan worden ingepakt (“bungkus”)  voor onderweg. Ja hoor, dat kan. Dus om 5 uur gaat de wekker, inpakken, een klein broodje met koffie dan wel thee die we maken met onze eigen reis waterkoker (ook handig als je eens nood mie-instan moet eten). Om vijf over zes zitten we op de fiets. Het is lekker weer, met een temperatuur van een graad of 24. Na 30 kilometer leidt de weg langs zee, en daar vinden we een mooie parkeerplaats met een aantal zitjes aan zee. Geschikt voor het bungkus-ontbijt.  Nasi met een gebakken eitje. Verder fietsen we, onder luidkeelse aanmoediging van kinderen aan de kant, jongens op motorfietsjes, veel opgestoken duimen! Een enkele keer klinkt het: “Buleh”(blanke, beetje een scheldwoord?). We overnachten in een mooie koloniale villa.

De afstand van de derde etappe is niet zo groot, maar de hellingen zijn niet mis. Via een heel steil betonnen pad bereiken we ons overnachtingsadres. We onderhandelen met de manager over twee nachten hier in de bungalow met het mooiste zicht over zee.

Na wat heen en weer praten en een telefoontje met de eigenaar, komen we op een redelijke prijs. We fietsen en wandelen langs het strand. Naar rechts huisjes van vissers, naar links een scheepswerf waar een stuk of 12 rompen van pinisi in diverse fasen van afbouw liggen.

Overal struinen geiten rond tussen het afval: zoek de geit, hij heeft een schutkleur…

De volgende dag begint met een zware stortbui. Gelukkig is het na een half uur schuilen over gegaan in motregen en we gaan. Lekker fris! Het eerste stuk is flink klimmen, maar het wegdek valt gelukkig mee. Alleen tussen km 64 en 69 is het keien, keileem en gaten. Het hotel waar we arriveren heeft een mooie grote kamer, maar de naastliggende moskee heeft wel een ongelofelijk krachtige muezzin. Het knalt met oorverdovende kracht door de open lobby van het hotel. Vijf keer per dag. Te beginnen om een uur of vier. Lekker, wij als niet-moslims kunnen ons nog een keer lekker omdraaien in bed.

Op het laatste traject verlies ik mijn smartphone, even neergelegd waarschijnlijk op een van de fietstassen en er af gevallen. Jammer van foto’s en verslag. We fietsen 12 km terug over de rotweg om te zoeken, en te vragen, maar niet gevonden. Dus weer 12 km over dezelfde weg terug. We komen behoorlijk vermoeid na 95 km bij het eindpunt aan. Hotel met zwembad in het midden en een keurige kamer. De gids regelt een tocht over het Danau Tempe meer met drijvende huizen. Overal zijn vissers bezig in hun kleine prauwen. De hangbruggen over de rivier zijn indrukwekkend.

We vertrekken voor de zevende etappe. We gaan weer wat later fietsen omdat het ook deze ochtend stortregent. Onderweg alleen nog wat motregen. De temperatuur begint bij een aangename 24 graden, maar al snel is het 33 graden. Na 78 km komen we aan op de eindbestemming van deze etappe. Hele grote kakkerlakken daar, dus we vragen de spuitbus en gaan hier mee de kamer rond. Er is een mooie markt. We willen bananen kopen voor onderweg, maar de eerste kraam heeft ze in zulke grote kammen, dat we dat wat veel vinden en opdelen, daar doen ze niet aan. Dan krijgen we uit de naastliggende kraam een aanbod voor een  stuk of 8 mooie rijpe bananen. Komt goed uit. Betalen? Nee hoeft niet. Toch een briefje achter gelaten voor het kleine jongetje.

  • Facebook
  • Twitter
Verder gaat het, alweer in motregen. Hier en daar moet er flink geklommen worden, zodat zelfs de eerste versnelling een paar keer aan bod komt. Overal zien we hoge huizen, met rijen gaten in de muur. Daaruit daalt afschuwelijk gekrijs en getsjilp op ons neer. Een van de bewoners legt ons uit dat in de gaten zwaluwnesten zitten, met jongen. Het zijn dus een soort zwaluwboerderijen, en de nesten worden geoogst om soep van te maken. Kennelijk lucratief, want bijna elk huis heeft wel een paar nestgaten. Ook zijn er aparte schuren met heel veel nesten. Op de foto zie je twee van die gebouwen, achter het bord dat waarschuwt voor een steile helling. Overal zien we ook de zwaluwen over de sawa’s vliegen.
Etappe 8, van 95 km knippen we in tweeën: we stoppen een heel leuk plaatsje, erg landelijk.

De volgende dag begint al weer met regen. De weg lijkt wel vals plat, maar het blijkt dat mijn voorrem aanloopt. Met de klanten kaart van de Gamma wrik ik het aanlopende remblokje los. Die procedure moet ik zo nu en dan herhalen. Later ontdek ik dat het voorwiel toch een heel ietsje scheef is gemonteerd. Na recht zetten geen probleem meer gehad. In Palopo vinden we het hotel. Het beste vinden we. Er is geen douche, maar wel heerlijk mandiën. We eten in een klein restaurantje, en zowaar: er is bier hier! Dat smaakt prima na een week geheelonthouding.

  • Facebook
  • Twitter
Dan komt de gevreesde 9e etappe over een bergrug. Net na zonsopgang, om 6 uur, vertrekken we onder een gesluierd zonnetje. Het wordt een fors pittige rit over een schitterende bergpas van 1.200 meter hoog. Prachtige vergezichten onderweg. Mooie riviertjes  die na alle regen zich bruisend onder de bruggen door naar beneden storten. Met soms maar 6 km/u klauwen we naar boven. Zo nu en dan passeert ons een vrachtwagentje waar we nog best met fiets en al bij zouden kunnen. Maar we houden vol, stampen door, en stoppen regelmatig om uit te hijgen en het uitzicht te bewonderen. Anders zie je ook alleen maar asfalt. Je ogen even van de weg af halen is niet verstandig, voor je het weet knal je in een pothole of val je over een richel. Tenslotte, na een kilometer of dertig zijn we boven.

Tijdens de afdaling is het wegdek hier en daar verschrikkelijk. Een klein stukje doen we lopend. Na 62 km zijn we in Rantepao, waar het even zoeken is naar het hotel. Maar met Google Maps en een voorbijganger vinden we het. We kiezen een kamer op de bovenste etage met prachtig uitzicht op de bergen rondom. We bellen een paar van de gidsen die in het AWOL boekje staan. Meneer Paulus komt al snel op zijn motorfietsje. We boeken voor twee dagen auto met chauffeur en Paulus als gids. Hij spreekt heel redelijk Engels en weet veel. Onder andere waar de begrafenissen zijn.  We wonen twee begrafenis ceremonies bij, waar we bij mogen zijn tegen afgifte van een klein geschenkje.  Dat wordt een slof sigaretten. Zou niet onze keuze zijn, maar helaas, Nederlandse kadootjes (een paar pakken stroopwafels?) hadden we niet bij ons. Nou ja als ze dat dan persé willen hebben, vooruit maar. Het schijnt traditioneel te zijn en wellicht draagt het bij aan nieuwe begrafenissen. 

We beginnen ook aan de rondrit vanuit Rantepao. Prachtige omgeving, maar we fietsen hopeloos fout. Het lijkt er op dat ergens rechtsaf staat wat hoogstwaarschijnlijk linksaf had moeten zijn. We keren maar terug naar het guesthouse. Dat was achteraf een goed besluit, want als we later met de auto reizen blijkt dat de weg erg slecht en super steil. Vooral met wat regen eigenlijk voor ons niet te doen schatten we in. Maar erg de moeite waard, de omgeving is schitterend.

Wat een uitzichten! Fabelachtige rijen sawa’s in alle stadia van verbouw. Beneden rijst, hogerop veel groenten. Ook overal fruitbomen.

Etappe 10 valt mee, het levert een paar heftige klimmetjes van 18% op, maar heel kort en het asfalt is nieuw. Als we met voldoende snelheid de helling ingaan komen we fietsend boven. Maar sta je stil dan kom je echt niet weer in het zadel en wordt het duwen. Dat is nog best zwaar met een fiets van 17 kg plus bagage en water totaal een kleine 30 kilo. Ons hotel in Toraja is prachtig gelegen, mooie bungalow achtige kamers. Het is groot, en wij zijn de enige gasten. We laten ons de luxe aanleunen en boeken een tweede nacht, zodat we nog een dagje een auto kunnen huren om even terug te gaan naar het gebied rond Rantepao, zie boven.  Ook kunnen we eens lekker zwemmen. Het restaurant is OK, maar groot, en we zijn ook hier de enigen. Echt gezellig is dat nou ook weer niet.

Etappe 11 levert het ene na het andere fantastische uitzicht.

  • Facebook
  • Twitter
We lunchen in een van de warungs langs de afgrond. Een paar scholieren zitten hier ook en zijn graag tot een praatje bereid. Aangekomen op het eindpunt van deze etappe, zoeken we naar de beschreven hotels. Gelukkig vinden we een hotel, na wat geharrewar met de baas over de kamer en de kamerprijs, worden we het eens, echter niet van harte. Wifi is er wel, maar levert geen verbinding met het internet op. Dat gebeurt hier wel vaker trouwens. We zijn blij met onze SIM kaart met data bundel. We gaan op zoek naar een restaurantje voor het diner, maar die zijn er niet (meer) of als ze er zijn, zien ze er onaantrekkelijk uit. En onze instant mie in de tas is strikt voor noodgevallen. Gelukkig is er een koffie tentje aan de overkant van de weg dat ook eten blijkt te serveren. En er naast worden pannenkoekjes verkocht die prima als dessert kunnen fungeren.

Etappe 12, bij aankomst kiezen we voor een aardige wisma. Zoals de routebeschrijving zegt: aardige mensen. We raken al helemaal verslingerd aan het mandiën. Er is best een aardig eigen restaurant. Wat we verder aan restaurants gezien hebben in de buurt er om heen en bij het ziekenhuis was allemaal super goor. Wij zijn echt niet super schoon, maar zelfs voor ons een beetje te bar.

De volgende etappe, nummer 13 is regenachtig. We schuilen een paar keer om de ergste buien aan ons voorbij te laten gaan. We gaan even van de weg af om een van de traditionele steenbakkerijen te bezichtigen. Niemand te zien, behalve een klein jongetje in de deuropening van een hutje.

Het regent. O wat regent het. Het versje gaat dan verder: ‘’ik hoor het uit mijn warme bed’’ helaas wij niet, en ook niet uit ons warme bad, want de warm water bronnen laten we rechts liggen. Het hotel bij aankomst verwelkomt ons zo maar met warme thee en zelfs koffie! Dat werd gewaardeerd. De Chinese eigenares is ook wel in voor een praatje. ‘’Dineren’’ doen we in een sateh winkeltje. Lekker, maar niet veel, dus we bestellen gewoon een tweede portie. Veel lokaal publiek, dat maakt het interessant. Maar conversatie kun je vergeten, als je, zoals wij, nauwelijks meer dan een paar woorden Bahasa Indonesia spreken.

Ook etappe 14 splitsen we op. Eerst bekijken we nog de bomen met grote kalongs (vliegende honden) die een fel gekrijs laten horen en de grond onder de bomen vol schijten. Dus we bezien dit geheel van een afstandje. Halverwege deze etappe stoppen we bij een resort en dat is ons goed bevallen. Aardige mensen. Eigen Musholla, die ze ook trouw gebruiken. Kinderen spreken Engels. Dichtbij, langs de grote weg, zijn een aantal leuke restaurantjes. Een prima plek om te overnachten al met al. De rest van deze etappe is vrij wat klimmen, maar het is duidelijk dat we daar toch aardig aan gewend raken.

De wisma is inderdaad zoals beschreven een fraai gelegen Buginese villa. Je kunt in de villa logeren, maar de kamer die wij daar kregen was klein, en de elektra in de badkamer leek ons ronduit gevaarlijk. Misschien was een kamer in het bijgebouw wel beter, maar daar was dan weer geen airco en het was best wel klam en warm. We aten saté aan de overkant in een chauffeurs restaurantje. Erg lekker, dus niet erg dat we dat in de Wisma ‘s avonds ook weer als diner kregen, met veel groenten, vis en soep.

Tja en toen kwam de laatste etappe en we hadden nog een paar dagen over. Door een kennis werden we getipt dat ergens in de buurt van Makassar rots tekeningen van 40,000 jaar oud waren ontdekt. Althans, die tekeningen waren bekend, maar pas recent is duidelijk geworden dat ze zo oud zijn. Ouder dan die in Frankrijk bijvoorbeeld. Veel gezoek op internet leverde op dat ze misschien ergens in de buurt van Maros moesten zijn.  Dus juist daar voor onderbreken we deze etappe. De route er naar toe voert door het Nationale Park Bantimurung. Schitterend oerwoud. We zien makaken langs de kant van de weg, sommige zijn best wel intimiderend. Overal vliegen vlinders en hoor je vogels. We kopen bij een van de stalletjes langs de weg oerwoud honing. Smaakt een beetje zuur wel. Ook kun je er sterke drank van palmwijn kopen. Wij hadden het eerder al geproefd: niet te harden. Bij het vlinderpark Banti Murung slaan we rechtsaf. Onder de poort door waar ooit een grote vlinder op stond, en langs de mega aap, die er ook wat verfomfaaid uit ziet, komen we bij de kaartjes verkoop. Daarvoor een plein met allemaal winkeltjes en restaurantjes. Het is er erg druk, allemaal lokalen. Wij zijn de enige westerse toeristen. Als we rondkijken worden we aangesproken door meneer Ardi, die behoorlijk Engels spreekt en zegt dat hij een van de schoonmakers van het park is. Hij regelt een kamer voor ons in Wisma Bantimurung. Mooie grote kamer, betegeld, schoon en niet duur. Handdoeken hebben ze er niet, maar ook dat kan geregeld (tegen een kleine betaling, dat wel).  Ardi loodst ons ook het waterpark binnen, tegen gereduceerd tarief. Voor buitenlanders is het best wel duur. De waterpret is aanstekelijk, maar wij blijven hier toch liever droog. Hordes mensen, volledig bedekt natuurlijk, zitten hier onder de waterval en dalen op autobanden een stelletje stroomversnellingen af. Een enkele keer schijnt er iemand per ongeluk van de hoge waterval af te vallen, met soms fataal gevolg.

  • Facebook
  • Twitter

 

 

 

 

 

 

 

Vanuit Wisma Bantimurung zetten we met behulp van Google Maps onze eigen tocht uit naar Leang Leang, waar de Cave Art blijkt te zijn. Het is maar 5 km vanaf de route van etappe 14. Echt niet te missen! Het blijkt een keurig park, met een stel bewakers bij de toegangspoort. Een van hen begeleidt ons naar een steile stalen trap, hij opent het hangslot en we kunnen  naar binnen. Stukje klauteren over kalkrotsen, en daar zien we handafdrukken en dieren tekeningen van bijna 40,000 jaar oud. Niet te bevatten bijna. Absurd idee. In het gastenboek zien we dat er maar 2-4 gasten per dag langs komen en zo nu en dan een schoolklas.

Vanaf hier zouden we terug kunnen naar de route naar Makassar, maar wij fietsen door naar Rammang Rammang. Daar maken we een tochtje over de rivier, wandelen, drinken koffie en varen terug. Er zijn een paar leuke restaurantjes met fantastisch uitzicht over het Karstgebergte. Ook hier moeten nog grotten met tekeningen zijn, maar die zijn wat moeilijker te bezichtigen. Er staan een aantal wandelroutes uitgezet die je er langs voeren. Maar wij gaan met de boot terug. We hadden dit extra uitstapje niet willen missen. Totale afstand slechts 38,4 kilometer.

Dan  de laatste loodjes. Veel door drukke straten in Makassar. Goed uitkijken, het verkeer is hier gevaarlijk. We vinden ons hotel bij aankomst in Makassar weer terug, en genieten weer van de fraaie bungalow boven het water. Fietsen demonteren en weer in de fietsdozen die ze keurig voor ons hebben bewaard. Op de luchthaven moeten de fietsen door de röntgen controle. Daarna moesten toch de dozen open. Men wilde de bandspanning controleren. Hoewel we verzekerden dat we lucht uit de banden hadden laten lopen, zoals de luchtvaartmaatschappij voorschrijft hielp er geen lieve moeder aan: de dozen gingen open. En zowaar: fietsen! Met slappe banden! Gelukkig hadden we zelf nog stevige tape in onze ruimbagage. In de handbagage mag niet, je zou eens een piloot vast willen gaan binden. De tape die zij ons aanboden was van een slap soort wat de reis beslist niet had overleeft. En dan vind je op Schiphol een lege doos met je fiets er naast. Echt het komt voor. Dozen weer dicht, en terug naar koud Nederland. Alles goed een compleet aangekomen.

Dit was een van de meest fantastisch mooie fietstochten die we ooit maakten.

  • Facebook
  • Twitter