De Uitdaging, Bangkok – Singapore

CARLA EN RENE

  • Facebook
  • Twitter
Het is weer zover dat wij zo ver weg zijn. Vanuit Bangkok, met een busje, meteen door naar Cha-Am. Na een reis van, in totaal, zo’n 27 uur ben je blij dat je op de plek van bestemming bent aangekomen. Want slapen in een vliegtuig is mij nog steeds niet gegeven. Maar, de reis is prima geregeld. De vliegtuigen zijn op tijd en het busje dat ons van Bangkok naar Cha-Am zal brengen is ook prima geregeld. Niets dan lof voor Sharon van AWOL (Asian Way of Life). We zijn nu dus een dagje in Cha-Am. Morgen mogen we weer weg. In het boekje staat deze plaats omschreven als een soort Zandvoort aan zee. De overeenkomst met de zee klopt. Het strand is prachtig. Wat betreft de vele toeristen is er een groot verschil. In Zandvoort zie je heel veel jonge mensen; hier zie wel veel mensen maar niet zo jong. Als we aan komen krijgen we al een indicatie. Terwijl ik met twee fietsen aan mijn hand naar het hotel loop, passeren we een oude man die twee rollators voortduwt. Nu we een beetje hebben rondgelopen blijkt dat hier heel veel toeristen zijn met een gemiddelde leeftijd waar wij nog lang niet aan toe zijn. Wij zijn nog lang geen 67. Het ziet eruit als een groot resort voor de oudere toerist. We zijn blij dat we weer hier zijn. Lekker warm, een mooie tocht te gaan en weer veel beleven, de komende twee maanden. Morgen gaan we op de fiets. We hebben onze eerste 500 km er op zitten en het gaat fantastisch. De temperatuur is 37 graden als de zon schijnt en zo’n 30 graden als ie wegblijft. Dat gebeurt een enkele dag en we hebben zelfs een enkel klein buitje. Volgens de Thai die wij hierover spreken is dit zeer uitzonderlijk en heeft het met klimaatwisseling te maken. Omdat dit niet de eerste keer in Thailand is praten we wel eens over de verschillen. Die zijn eigenlijk best groot. Wij hebben allebei de indruk dat we anders genieten dan de eerste keer. Het gebied waar we toen door fietsten hebben wij als puurder ervaren. In dit deel van Thailand is het veel ontwikkelder en veel toeristischer. Met alle voor-, maar ook nadelen vandien. De infrastructuur is uiteraard beperkter dan in Nederland.
  • Facebook
  • Twitter
We komen door de mooiste gebieden, maar de wegen zijn behoorlijk druk. Niet alleen met druk vracht- en personenverkeer maar ook met honden en medefietsers. Eerst de honden maar even. We hebben ons voor een eerdere tocht laten inenten tegen rabiës. Dat was de duurste en kortst lopende injectie. We hebben geen hond gezien. Nu zien we ze met kennels tegelijk. Overal zwerfhonden, althans zo zien ze er wel uit. Ze lijken af en toe de status van de Indiase koe te hebben. Ze liggen midden op straat, ze lopen op hun dooie gemak over wegen en iedereen ontwijkt ze. En ze doen geen mens kwaad. Van al die honderden honden die we gezien hebben, zijn er tot nu toe maar 2 die enig geblaf voortbrachten. Kortom, niets om je druk over te maken. Dan de medefietsers. We zijn zeker niet de enigen die hier rond fietsen. In het vorige verblijf ligt zo’n bekend gastenboek waar Carla liever in leest dan dat ik er iets in schrijf. Maar daaruit blijkt dat twee dagen voor ons een koppel aan het fietsen is en dat een dag voor ons nog een tweetal aan het fietsen is. We zullen zien wie er eerder in Singapore is. Maar we spreken ook een Serviër met zijn zoon. Zij rijden de route in tegengestelde richting. Gisteren zijn we een middag opgetrokken met twee Canadezen. Twee dagen geleden hebben we een tijdje opgefietst met een Duits echtpaar. De twee mannen voorop en de twee dames steeds verder achterop. Het is heel gezellig. En dan komen er twee honden uit het struikgewas. Ik rijd aan de binnenkant, dus als er iets gaat gebeuren, ben ik de klos. Maar mijn Duitse vriend heeft het kennelijk niet zo op met honden want hij begint “ab
  • Facebook
  • Twitter
ab ab ……” te roepen. Als je dat in het Nederlands doet klinkt het nog wel vriendelijk, met zo’n lieve f aan het eind. Dat is in het Duits wel iets anders. Daar staat een harde b aan het eind. En als een Duitser dan “ab ab ab ….” begint te roepen, zou ik als hond wel weten waar ik mijn staart zou moeten laten bij het wegrennen. Maar deze zwerfhonden zijn natuurlijk niet alleen niet bekend met de Duitse taal maar daarnaast ook nog wel wat gewend. Dus kijken ze mij aan met die niet-begrijpende ogen en na een geruststellende knipoog van mij verdwijnen ze weer in de struiken. We gaan zo lekker ergens een biertje drinken, vast weer iets van rijst eten en dan nog even lezen en slapen.   De route die we in Thailand gaan fietsen loopt achtereenvolgens van Cha-Am, Chumpon, Ranong, Laem Son National Park, Phang Nga, Khao Sok National Park, Phuket naar Satun. Daar ga je de grens over naar Maleisië. Absoluut hoogtepunt is het Khao Sok National Park. Dat het een hoogtepunt zal worden, weten we van tevoren. We zijn gewaarschuwd voor een zware klim. Dat er een tussentijdse afdaling in zit klinkt geruststellender dan het blijkt. Ik geef niet aan hoe steil de helling is, want dan klinkt het een beetje kinderachtig maar 6 km een helling van bijna 10 procent in een hitte van 40 graden, dat geeft mijn niet-geijkte fietscomputerthermometer aan, is niet niks. Ik ben al een keer afgestapt en als we weer samen zijn gaan we het toch maar weer proberen. Maar een korte rust midden op de helling is geen oplossing. Als je dan heel langzaam gaat opstarten, ma
  • Facebook
  • Twitter
akt het stuur soms rare draaibewegingen. Toen heb ik de berm even van dichtbij bekeken. Gelukkig sta ik sneller op dan dat Carla de camera kan pakken. En zo komen we toch boven. Het is een erg hoogte-punt. Dan naar het resort. We zitten twee hoog achter. De omgeving en het dorp is heel druk maar het resort ligt mooi achteraf in de natuur. Heel mooie huisjes waarvan wij een bovenste etage hebben. Prachtig. Hoogtepunt in resorts. We hebben een dag extra gepland om het nationale park in te gaan. Dat doen we met een dag-boot trip. Geweldig. Eerst een uur met de auto naar het meer. Dan een uur met de boot door een prachtig karst gebergte gebied. Dan een heerlijke lunch. Vervolgens een wandeling van ruim anderhalf uur door de jungle. Dan in je zwembroek door een grot wandelen. Die zwembroek was nodig omdat het water uiteindelijk tot aan je kin kwam. Een geweldige ervaring. Alweer een hoogtepunt. Dan de wandeling, boottocht, autorit terug. Naast vele hoogtepunten is het dieptepunt het feit dat Carla’s zonnebril zomaar achtergebleven is bij de lunchplaats. Maar een telefoontje is voldoende om ons te verzekeren dat ie de volgende dag mee terug zou komen. Niet dus. Maar de volgende dag komt ie echt, maar dat betekent dus wel een extra dag in het resort. Maar dat is uiteindelijk goedkoper dan het kopen van een nieuw bril. Probleem opgelost. We zijn heerlijk aan het fietsen, we genieten enorm, maar het is wel heel anders dan onze andere Azië reizen. Maar dat misschien een andere keer. We zitten nu in een prachtig resort met allemaal huisjes om een grote vijver. We gaan van een biertje genieten en geloof me, wij hebben weer een fantastische tijd hier.

  • Facebook
  • Twitter
We hebben Thailand dus verlaten en zijn nu in Maleisië. We zijn precies op de helft van de 8 weken. We beginnen met te fietsen van Penang naar de andere kust richting Kota Bharu, vervolgens naar Taman Negara National Park en tot slot via Kuantan naar Singapore. In Maleisië heb je Perhentiane Islands en Tioman Island. Wat is er anders? Daar heb ik wel een tijdje over nagedacht. Een deel van de vraag is te beantwoorden vanuit het verschil in ontwikkeling. De eerdere reis betrof gebieden die minder ontwikkeld waren dan het deel waar we nu door zijn gefietst. De eerdere ervaring was puurder. Het gevoel dat we in Zuid-Vietnam hadden, hebben we hier ook. Meer economische activiteit, meer handel, meer verkeer, meer aandacht voor andere zaken dan natuur, hartelijkheid, medemenselijkheid. Het lijkt al meer op hoe wij al leven. Nou ja, iets in die richting dus. Meer handel, terwijl de infrastructuur nog simpel is, zorgt voor drukkere wegen. En over die wegen moeten wij als fietsers ook vaak rijden. Een ander deel van de vraag is moeilijker te beantwoorden, want misschien heeft het te maken met het feit dat we het ook al een keer gezien hebben. Maar daar wil ik me ook tegen verzetten want enige decadentie zou daaruit kunnen spreken. We zitten nu ook op een terras te kijken naar alles wat zich voor ons afspeelt. Maar als ik me dan het terras in Mandalay herinner kan dit terras (het speelt zich in Georgetown af) de vergelijking absoluut niet doorstaan. Ik zeg dus wel eens iets waarvan ik me achteraf moet afvragen of dat wel verstandig was. Het gaat dan om het gevoel dat er minder hartelijkheid en vriendelijkheid is. Maar als we verder in Thailand komen, waar het toch weer minder ontwikkeld is, komt het “oude” gevoel weer terug. In het zuiden van Thailand is een steeds groter deel van de bevolking moslim. Hier in Maleisië is de groep nog veel groter. Waar het aan ligt, weet ik niet en het ligt dus ook niet aan het geloof, maar in Thailand is het veel
  • Facebook
  • Twitter
eenvoudiger om een glimlach van een Thai te krijgen dan van de Maleisiërs hier in dit land. Er blijven veel mensen enthousiast. Veel getoeter, veel geroep, veel opgestoken duimen, maar toch een verschil met Thailand. Het landschap begint nu indrukwekkend te worden. We gaan de jungle in over de East West Highway. Zwaar maar mooi. Nog een laatste feitje; we hebben vandaag heel veel regen gehad. En de temperatuur viel ook tegen. Het was ongeveer 26 graden. Als groot prater is het fijn jullie weer even bij te kletsen. We hebben een geweldig deel achter de rug en zo (bijna) fantastisch gepland. De route bestaat uit 4 delen, waarvan de eerste twee door Thailand gaan. Deel 3 gaat van Penang, dwars door Maleisië naar Kota Bharu. En wat is dit een geweldig stuk. Wat ik nog niet gemeld heb is het afscheid dat we aan het begin van dit deel genomen hebben van Jac. We kennen ongetwijfeld “de eenzame fietser”. Nou, dat is Jac. We pikten hem op, toen we ergens aan het ontbijten waren. Jac is niet begonnen als de eenzame fietser, maar zijn maatje heeft door ziekte de terugreis veel eerder dan bedoeld moeten maken. Wij blijken, tot Penang, dezelfde route te volgen. Dus ’s morgens bij het ontbijt zien we elkaar en spreken dan af waar we ’s avonds zullen overnachten. En onderweg komen we elkaar regelmatig tegen en ons tempo blijkt ongeveer hetzelfde te zijn en bovendien blijkt Jac gewoon een aardige kerel te zijn. Zeker als hij een etentje arrangeert en ons op een fles wijn trakteert. Kortom, we vinden het jammer afscheid van hem te moeten nemen. Maar terug in Nederland, wachten mosselen op ons.

Dan de route naar Kota Bharu. Vorige keer waren we al in Baling aanbeland. Daarna volgden nog zo’n 4 plaatsen voor we in Kota Bharu zijn. Het vorige verslag eindigde met de opmerking dat de natuur indrukwekkend werd. Dat blijkt meer dan te kloppen. Wat een geweldig

  • Facebook
  • Twitter
mooi stuk. We fietsen dan wel op een mooie geasfalteerde weg, maar aan weerszijden het oerwoud. Als we een stil stuk hebben kunnen we echt genieten van overweldigende oerwoudgeluiden. Echt prachtig. We hebben bijna de hele weg genoten. Helaas was het genieten even minder toen we een heuvel hadden van 1 km met een hellingpercentage van 18 procent. Het kost even tijd voordat je daar de lol van inziet. En dit deel van de route is bijna perfect gepland. Elke keer als we in een hotel aankomen krijgen we te horen dat het weer nu redelijk is maar dat het de afgelopen zes of zeven dagen de hele dagen heeft geregend. Wij hebben onderweg wel een paar buitjes maar dat hebben we zo uitgekiend dat ze vallen als wij een schuilplaats passeren. Wij hebben er geen last van. Ook niet als er ’s nachts een buitje valt. De temperatuur is ook een stuk lager, maar dat vinden wij niet erg. Maar wij halen de regen in. Als wij in Gerik opstaan regent het en het houdt pas op als het vijf uur ’s middags is. Dan gaan we niet meer fietsen. En vanaf dat moment hebben wij bijna niets meer met de regen te maken gehad. Behalve nog een klein ongemakje. We hebben al gehoord dat er overstromingen zijn geweest maar we weten niet waar. Totdat we ervoor staan. We moeten een stuk door kniehoog water fietsen. Ook een aparte ervaring. Verder moet ik het beeld dat ik geschetst heb van de Maleisiërs enigszins bijstellen. Ik blijf van mening dat de glimlach in Thailand mooier is, maar wij ontmoeten nu toch heel veel enthousiaste Maleisiërs. Er wordt heel veel getoeterd, er gaan heel veel duimen omhoog, er wordt heel enthousiast gezwaaid en er worden allerlei kreten naar ons geroepen. Na Kota Bharu zijn we begonnen aan deel 4 van de route, het deel naar Singapore. Via Kuala Besut zijn we terug in Tanah Merah. Van hieruit gaan we een stuk door het binnenland. Dat is echt een geweldig mooie omgeving. Het oerwoud met alle geluiden om je heen is een aparte ervaring. Best heuvelachtig tot soms bergachtig maar we hebben het gedaan. Tenminste: in het boekje staan twee oerwoudetappes waarvan de eerste erg zwaar zou zijn. Wij zijn niet te beroerd om de sug
  • Facebook
  • Twitter
gestie op te volgen om die dag de trein te nemen. Met eerdere reizen hebben we daar prachtige ervaringen mee opgedaan. Dus vol verwachting de trein in om zo in Dabong uit te komen. De natuur waar we doorheen rijden is prachtig, maar voor het spektakel waar we op hoopten moet je toch naar Myanmar. Wat dat betreft hoeven we niet nog eens met de trein. We hebben het toch nog een keer gedaan. Dat heeft te maken met het feit dat er 2 etappes zijn waarvan de eerste slechts 25 km lang is en de tweede 95 km. Maar in het tussenliggende dorp is geen overnachting meer en 10 km van de route af is een onderkomen waar we op internet (handig om een iPad bij je te hebben) slechte ervaringen over lezen. Om de twee etappes achter elkaar te fietsen zien we ook niet zitten terwijl er een echte treinverbinding is. Dus met de trein. En dan ben je in Jerantut. Dat is voor ons een belangrijk plaatsje omdat we van daaruit excursies gepland hebben naar de Taman Negara, een prachtig nationaal park. Het is inderdaad prachtig. We gaan naar een dorpje van de Orang Asli. De oorspronkelijke bewoners van de jungle. Natuurlijk ga je er met dubbele gevoelens heen. Het voelt een beetje als “aapjes” kijken en je voelt je een beetje een voyeur in een kleine intieme gemeenschap. De overheid stimuleert deze bezoeken om zodoende de bewoners zo snel mogelijk te verwesteren/-oosteren, maar toch. Het is evengoed boeiend om zo’n gemeenschap te zien en er informatie over te krijgen. Blaaspijpen maken, gif aan pijltjes smeren, de doden in de bomen be….(?), moeten verhuizen nadat iemand is overleden en meer van die eigen gebruiken. Verder maken we een junglewandeling naar een grot waar we doorheen moeten lopen. Die grot is droog aan het begin maar aan het eind staat het water je letterlijk aan de lippen. Prachtig.   Daarna weer gewoon verder fietsen. Op weg naar de volgende fietsetappe zijn we op de film gezet. Wij de heuvel op, de filmer staat boven op de berg. Als we bijna boven zijn zien we dat ze op bepakte Koga’s rijden, dus beginnen in Engels is niet nodig. Rosemarie (Duitse) en Frans (Nederlander) wonen in België en rijden dezelfde route die wij ook fietsen. We fietsen niet met elkaar verder maar we treffen elkaar wel elke avond in hetzelfde hotel. Het zijn heel aardige mensen en het is heel gezellig om een deel van de dag samen door te brengen. Het is ook een oplossing van een probleem dat zowel door Frans als door René is ervaren. Er zijn veel etappes die redelijk kort zijn. Soms combineer je twee etappes maar dat is niet altijd mogelijk door de dan ontstane lengte. Het gevolg is dat je redelijk vroeg in het volgende hotel zit. De plaatsjes waar je dan zit hebben echter weinig te bieden zodat je aangewezen bent op elkaar en je boek. Niet dat ik uitgekeken ben op Carla maar iets meer activiteit zou ik wenselijk vinden. Zo hebben we, waar dat mogelijk is, de etappes gekoppeld om toch aan afstanden van 70 of 80 km te komen. Dat zijn toch redelijke afstanden. Maar het gevolg is wel dat de reis sneller gaat dan gepland. Maar daarin is voorzien. Want dan is er altijd nog het eiland Tioman. En zo laten we onze fietsen en het grootste deel van de bagage achter in een hotel in Mersing en van daaruit gaat de boot naar het eiland. Het is een heerlijk eiland. Wij zitten aan een prachtig strand en het is natuurlijk veel meer op toeristen ingesteld dan de plaatsjes waar we geweest zijn. En, wat het eiland ook zeer aantrekkelijk maakt, het is belasting vrij. We zwemmen heerlijk, besteden een dagje aan het snorkelen in prachtige koraalgebieden en we luieren lekker. Vandaag
  • Facebook
  • Twitter
hebben we afscheid genomen van Rosemarie en Frans. Maar we zullen hen weer treffen in Singapore. Zij zitten in hetzelfde (Awol)-hotel in Singapore en gaan met dezelfde vlucht weer terug naar Amsterdam. En zo begint, en zo voelt het ook aan, het laatste deel van onze reis. Morgen gaan we terug naar het vasteland. Dan fietsen we de laatste 200 km in 3 dagen en komen uit in ons gereserveerde hotel in Singapore. De fietsdagen zullen niet enerverend zijn, behalve nog een paar heuveltjes, maar in Singapore zal zeker nog iets te genieten zijn, als is het maar de Singapore Sling. De laatste dagen zitten zowel Carla als ik nog wel met een paar samengeknepen billen. Carla omdat ze veel pijn heeft aan haar stuitje. Ze is een aantal dagen geleden op blote voeten uitgegleden in een natte badkamer en keihard op haar achterwerk terecht gekomen. Dat is echt heel zielig en het doet heel veel pijn bij bepaalde bewegingen. We hopen dat de fietsbeweging geen pijn zal opleveren. Mijn samengeknepen billen hebben te maken met twee gebroken spaken in mijn achterwiel. Dat mag natuurlijk niet bij zo’n mooie fiets, maar toch is het gebeurd. Hier kunnen ze er niet veel mee. Ze kunnen wel fietsen verkopen maar iemand die kan repareren is niet zo gemakkelijk te vinden. Ik heb er al 200 km mee gefietst en dat lukte. Temeer omdat mijn bagage nu aan mijn voorwiel hangt en niet van achteren. Kortom, we halen de eindstreep, maar enigszins gehavend.